Hard maar nodig

De bruidsdagen zijn voorbij voor de nieuwe Duitse regering. In diverse deelstaten staken de ambtenaren tegen de plannen van de grote coalitie om de werkweek met minimaal anderhalf uur te verlengen. En met de economie van de Bondsrepubliek blijft het kwakkelen: het laatste kwartaal van 2005 ontwikkelde zich zelfs verrassend slecht. De binnenlandse consumptie bleef achter bij de verwachtingen. De export - waar het aanvankelijk goed mee ging - viel terug. Dat is slecht nieuws voor bondskanselier Angela Merkel, die nu juist de ambitie heeft om Duitsland weer economisch te laten groeien en die de werklozen aan een baan wil helpen. Na een paar mooie internationale optredens, waarbij ze indruk maakte door haar rust en inhoudelijke benadering, is voor die Bundeskanzlerin het moeilijke deel van het werk begonnen: de uitvoering van een voor Duitse begrippen ongekende sociaal-economische sanering.

Die komt neer op het invoeren van langere werkweken, minder vakanties, lagere lonen en doorwerken na het 60ste of 65ste levensjaar. De Duitsers zeggen weliswaar te beseffen dat het onvermijdelijk is een deel van hun verworven rechten prijs te geven, maar ze zetten zich schrap nu ze de aangekondigde maatregelen ook moeten gaan naleven. Zo is er taai verzet tegen het plan om de arbeidstijd voor ambtenaren te verlengen van 38,5 naar 40 uur per week. De stakingskassen zijn goed gevuld, zei gisteren de leider van een ambtenarenvakbond. Als het moet wordt er gestaakt 'tot de werkgevers inzien dat ze niet simpelweg kunnen bevelen hoe lang er gewerkt moet worden'.

Ideologische verbetenheid en een goed oog voor de zwakheden in de coalitie, zijn de troefkaarten van de vakbonden. De SPD is als regeringspartij verdeeld over de saneringsplannen. Politisering is het laatste dat de stakingen kunnen gebruiken. Het werkt vertragend - terwijl de tijd juist Merkels grootste vijand is.

Gezondmaking van de Duitse economie duldt namelijk geen uitstel. Alles wijst erop dat de Bondsrepubliek het lek nog niet boven water heeft. Een van de grootste werkgevers, autofabrikant Volkswagen in Wolfsburg, maakte eind vorige week bekend dat het bedrijf in moeilijkheden verkeert. De autoverkoop daalt, en er is zowel sprake van overcapaciteit als van achterblijvende productiviteit per werknemer ten opzichte van de concurrentie in het Verre Oosten. Twintigduizend banen staan op het spel. Ook bij VW geldt intussen dat de werknemers langere weken moeten maken zonder meer loon. Iedereen dient mee te doen aan de verbetering van kwaliteit en productiviteit, heeft de bedrijfstop grimmig laten weten.

Duitsland heeft zich zoals veel andere westerse landen uit de markt geprijsd met hoge lonen, korte werkweken en een lagere kwaliteit van zijn producten. De mondialisering van de economie is wat dat betreft meedogenloos. Wat te duur is of niet goed genoeg, ligt eruit. Amerikaanse en Europese autofabrikanten ondervinden dat aan den lijve. Volkswagen zet in Duitsland de trend. Werknemers kunnen kiezen tussen aanpassen - een eufemisme voor inleveren - of hun baan verliezen. Dat is in feite ook de impliciete boodschap van de regering. Alternatieven zijn er niet, en de weg terug is afgesneden door de winnaars van dit moment: China en India.