Hamas is een vredespartij

Eens pleegden Hamas-leden zelfmoordaanslagen; nu doen ze aan Realpolitik, meent Aluf Benn.

Een jaar geleden vloog ik met een vliegtuig vol Israëlische journalisten naar de Egyptische badplaats Sharm el-Sheikh. We vergezelden Ariel Sharon naar een top met Mahmoud Abbas, de pas gekozen voorman van de Palestijnse Autoriteit. Ze kwamen bij elkaar om na het overlijden van Yasser Arafat een nieuw tijdperk in de Palestijns-Israëlische betrekkingen te vieren.

Achteraf krijg ik de indruk dat ik in mijn berichtgeving over gesprekken tussen Sharon en Abbas de essentie heb gemist. Abbas was een stroman, een boodschapper tussen de Israëlische autoriteiten en de Palestijnse machthebbers: de leiders van Hamas. Abbas kwam pas naar die top nadat Hamas had ingestemd met een staakt-het-vuren in ruil voor een rol in het politieke proces.

Hamas - de Islamitische Verzetsbeweging - draagt sinds het einde van de jaren tachtig de fakkel van de Palestijnse gewapende strijd tegen Israël. Met zelfmoordaanslagen waarbij honderden Israëliërs omkwamen, voerde het de tweede intifada aan. Twee jaar geleden sloeg Israël terug met de moord op de geestelijk leider van Hamas sjeik Ahmed Yassin en diens opvolger Abdel Aziz Rantisi. De Israëliërs verwachtten een dodelijke vergelding, maar die bleef uit. In plaats daarvan besloot Hamas zich te hergroeperen en de politiek in te gaan. Sharon had al beloofd om zich uit Gaza terug te trekken. Dat was een grote overwinning voor Hamas.

Sindsdien hebben Israël en Hamas zich aan deze wapenstilstand gehouden, al werd er wel doorgevochten tussen Israël en kleinere Palestijnse groeperingen. De betrekkelijke rust en ontruiming van Gaza hebben bijgedragen tot de economische opleving van Israël.

Hamas heeft de wapenstilstand ook gebruikt om zijn macht te consolideren. Toen Hamas bij de parlementsverkiezingen van vorige maand Fatah versloeg, was Israël verrast. Het ene kamp reageert met de stelling dat Hamas nooit zal rusten voordat Israël is vernietigd en dat compromissen alleen maar de vijand zullen helpen. Hier wordt tegenovergesteld dat verantwoordelijkheid Hamas in het gareel zal houden, en dat zijn staat van dienst op maatschappelijk terrein doet vermoeden dat een functionerend 'Hamastan' wel eens een kleiner kwaad kan zijn dan een chaotisch gezag onder Fatah.

Ehud Olmert, de Israëlische waarnemend premier, zit met het oog op de aanstaande verkiezingen klem tussen binnenlandse en internationale beslommeringen. Zijn rechtse rivaal Benjamin Netanyahu schetst het beeld dat Olmert zich door Hamas in de luren laat leggen. De internationale gemeenschap is bang voor een ineenstorting van de Palestijnse Autoriteit als Israël de zege van Hamas met een boycot beantwoordt. De oplossing van Olmert was tijdrekken, waarbij hij met harde taal Netanyahu van zich afhield en Hamas een voorstel deed: gratie voor het moordzuchtige verleden in ruil voor goed gedrag.

Hamas heeft hetzelfde soort doelstellingen als het nieuwe politieke midden in Israël, vanuit de overtuiging dat een 'definitief' vredesakkoord een waanidee is. Olmert probeert dan ook de bezetting te beëindigen zonder de kernproblemen van het conflict op te lossen. Hierin schuilt de basis voor een stilzwijgende overeenkomst. De Israëlische joden zien de ideologie van Hamas - waarin de joden vreemdelingen zijn die het heilige moslimland ontwijden - als een aansporing tot hun vernietiging. Maar tegelijkertijd verlangen de meeste Israëliërs naar dagelijkse veiligheid. Ze willen de bus kunnen nemen in de wetenschap dat ze heelhuids aankomen en niet worden opgeblazen.

De verbannen Hamas-leider Khalid Mesh'al lijkt dit te begrijpen. Zouden hij en zijn collega's in ruil voor politieke legitimiteit hun onaanvaardbare ideologie in de ijskast zetten? Het afgelopen jaar heeft aangetoond dat Hamas uiterst gedisciplineerd is, en bedreven in Realpolitik. Als er serieus werk van wordt gemaakt zou deze politiek wel eens de kern kunnen zijn van de volgende fase van de diplomatie in het Midden-Oosten.

Aluf Benn is verbonden aan de Israëlische krant Ha'aretz.