Dubbelaar met humor

Kenneth Norman Fletcher, de Australische oud-tennisser die zaterdag na een lang ziekbed in zijn geboorteplaats Brisbane aan kanker overleed, was bij collega-spelers vooral geliefd om zijn gevoel voor humor. Vlak voor een cruciaal punt in een grandslamtoernooi wees hij zijn dubbelpartner Margaret Smith Court ooit op een jonge vrouw in het publiek. 'Wat vind je van die blondine', fluisterde hij haar op iets te luide toon toe. 'Niet verkeerd, toch?'

'Dankzij zijn gevoel voor humor voelde ik mij nooit zenuwachtig op de baan', merkte Smith Court afgelopen weekend tegenover een Australisch persbureau op. 'Fletch had een hekel aan gewichtigdoenerij. En hij was - laten wij dat vooropstellen - een geweldige dubbelspeler.'

Samen met Smith Court won Fletcher (15 juni 1940) vier titels in het gemengd dubbel op Wimbledon: in 1963, 1965, 1966 en 1968. Tot op de dag van vandaag zijn zij het enige (gemengde) paar dat in één jaar vier grandslamtoernooien wist te winnen. In totaal behaalde de Australiër tien grote dubbeltitels, met zowel mannelijke als vrouwelijke partners.

Meer nog dan om zijn gevoel voor humor, werd Fletcher geprezen om zijn snelle reflex, zijn sterke forehand en zijn vermogen een wedstrijd te 'lezen'. Het leverde hem in de jaren zestig een plaats in het Australische Davis-Cupteam op. Dat hij nooit aan spelen toe kwam, lag aan het hoge niveau van zijn teamgenoten: Roy Emerson, Rod Laver en Neale Fraser.

Nadat hij zijn tenniscarrière had beëindigd, werkte Fletcher enkele jaren als coach voor de All England Club. Daar vermaakte hij journalisten met verhalen uit de oude doos.

'Ik heb vaak gehuild van het lachen om zijn anekdotes over topspelers', schreef een medewerker van de Western Daily Press enkele jaren geleden. 'Als ik Ken mag geloven won hij Wimbledon alleen omdat hij de avond voor de finale minder bier had gedronken dan zijn tegenspelers.'