De vergeten genocide

In 1915 en 1916 werden in het Ottomaans-Turkse rijk naar schatting een miljoen Armeense mannen, vrouwen en kinderen vermoord. Al eerder waren er grootschalige pogroms tegen de overwegend christelijke Armeniërs. In totaal kwamen tussen 1894 en 1922 zo'n anderhalf miljoen Armeniërs om, circa 60 procent van de toenmalige bevolking. Turkije blijft deze genocide ontkennen.

Vanavond om 20.00 uur spreekt Ton Zwaan van het Centrum voor Holocauststudies in Amsterdam op een debat over de Armeense genocide in de Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam.

Waarom leeft die kwestie 90 jaar na dato nog zo hevig?

Ton Zwaan: 'De moord op een miljoen mensen is door de nabestaanden niet vergeten. Hij maakt onder Armeniërs dezelfde emoties los als wanneer je in joodse kringen navraag doet naar de holocaust. En paradoxaal genoeg rakelt de Turkse regering de kwestie voortdurend op door haar actieve, systematische ontkenningspolitiek. Daar wordt jaarlijks enorm veel geld in gestoken, speciale ambtenaren blijven die ontkenningsverhalen produceren. Vorig jaar zat bij een Turkije-special van Time een aparte dvd vol ontkenningsverhalen.'

Wat bezielt hen?

'Dat is een gecompliceerde vraag. Hier speelt mee dat de verantwoordelijken voor deze genocide dezelfde extreem radicale nationalisten waren die in 1922-23 de Turkse republiek hebben gesticht. De leiders zijn later bij verstek ter dood veroordeeld, maar die vonnissen zijn nooit voltrokken. Tot in de jaren zeventig is de kwestie stil gehouden, Turkse kinderen leren hier op school niets over. Nu verschijnen steeds meer wetenschappelijke studies, er zijn debatten, die ontkenning komt onder druk te staan. Het blijft in Turkije echter strafbaar om hierover te praten, je kunt drie jaar gevangenisstraf krijgen.

'Inmiddels doet een nieuwe generatie Turkse historici in het buitenland goed onderzoek. Ik ken er een aantal. Zij staan in eigen land sterk onder druk en zelfs in Nederland worden ze in de gaten gehouden door de Turkse geheime dienst, die ook in het buitenland zeer actief is. Toen ik een lezing hield in Kopenhagen, werd alles gefilmd. Mij maakt dat niet uit, ik hoef niet naar Turkije. Voor Turkse onderzoekers is dat lastiger.'

Valt er nog veel te onderzoeken?

'Een groot deel van de Ottomaanse archieven is nog steeds gesloten. Verder kun je met zeer oude mensen gaan praten, die de ooggetuigenverslagen van hun ouders en grootouders hebben gehoord. Die oral history is lastig, het geheugen kan onbetrouwbaar zijn, maar er ontstaat toch een waardevol beeld. In Oost-Anatolië is veel Armeens cultureel erfgoed bewaard, er staan kloosters. Dat houdt de herinnering aan de families die er woonden levend. In de VS heeft het Nationaal Armeens Instituut veel verhalen van Armeense immigranten verzameld.

'Voor de Armeense cultuur is de massamoord funest geweest. De hele elite was uitgeroeid, het heeft heel lang geduurd voordat er weer geletterde mensen opstonden die over hun eigen geschiedenis schreven.'

Dezeweekspreekt@nrc.nl