De twee werelden van Johnny Tuinstra

Een bekende Nederlander is hij niet. Wel een bekende Rus. Johnny Tuinstra reist door heel Oost-Europa voor zijn sport ijsspeedway. 'In het begin dacht ik: die gasten deugen niet.'

IIsspeedwaycoureur Johnny Tuinstra: 'Onder het IJsselmeer hebben veel mensen nog nooit van deze sport gehoord.' Foto Karel Zwaneveld 14022006. Tzummarum. Nederland. Portret van ijsspeedway coureur Johnny Tuinstra. Foto Karel Zwaneveld Zwaneveld, Karel

Zijn naam zou zomaar uit een stripboek kunnen komen, maar Johnny Tuinstra bestaat echt. Hij is 35, woont in Tzummarum, een dorpje boven Leeuwarden, en doet aan ijsspeedway. Dat is een vrij onbekende sport in Nederland. 'Boven het IJsselmeer geniet het wel bekendheid, maar daaronder hebben veel mensen er nog nooit van gehoord.'

Bij ijsspeedway scheurt een viertal motoren, voorzien van flinke spikes onder de banden, over het ijs en worden er onderweg tal van stuurmanskunsten gevergd om als eerste over de finish te komen. Tuinstra laat in zijn garage de imposante spikes zien. Het zijn vlijmscherpe pinnen. Ze moeten zorgen voor grip en worden alleen aan de linkerzijde van de banden gemonteerd, want er worden uitsluitend rondjes gereden bij ijsspeedway. In de voorband van Tuinstra's motor zitten ongeveer 120 tot 130 spikes, in de achterband schat hij het aantal op 160 tot 170.

'Gevaarlijk? Ja, veel mensen vinden die spikes gevaarlijk. Weet je wat ik pas gevaarlijk vind? Gaan rijden zónder die spikes.' De lach die volgt is aandoenlijk. Deze grap is vaker gemaakt. Hoewel ijsspeedway een spectaculaire sport is, doen zich relatief weinig ongevallen voor. Dat is vooral te danken aan de contactonderbreker die op elke motor is gevestigd. Zodra een rijder, die met een koordje aan zijn pols in contact staat met de motor, valt, wordt het contact met de motor verbroken.

Het koordje zorgt ervoor dat de ontsteking wordt uitgeschakeld, waardoor de wielen niet meer draaien als de motor onbemand is. En bij valpartijen zijn er altijd nog balen stro die de coureurs kunnen opvangen.

Maar een ongeluk valt niet uit te sluiten bij ijsspeedway. Tuinstra heeft in december fysieke tegenslag gehad toen hij zijn sleutelbeen brak tijdens een trainingsstage in Rusland. Ondanks een trainingsachterstand wist hij zich in Krasnogorsk, een voorstad van Moskou, te plaatsen voor de Grand Prix. De Grand Prix bestaat uit vier races waarin de beste achttien rijders van de wereld strijden om de wereldtitel ijsspeedway. Er worden twee wedstrijden verreden in het Russische Saransk (eind februari) en op 11 en 12 maart wordt de strijd beslist in Assen.

Tuinstra ondervindt vooral concurrentie van de Russen, Zweden en Finnen. In Rusland wordt de sport professioneel beleefd en zijn sponsors bereid om forse investeringen te doen. 'Laatst had ik bij een race een praatje met een Rus. Hij zei: 'zo, ik ga eerst even op vakantie'. Waarop ik dacht: verdomme, ik ben al vijf jaar niet op vakantie geweest.'

IJsspeedway vraagt offers. 'Ik kwam uit Krasnogorsk met zeshonderd dollar. Daar moet dus geld bij.' Nieuwe sponsors dienen zich nauwelijks aan bij Tuinstra, waardoor hij in principe niet kan concurreren met de Russen.

'Ik rijd nu al zeven jaar op hetzelfde blok en lap dat elke zomer weer op. De Russen komen soms met drie nieuwe blokken aanzetten van zo'n zevenduizend euro per stuk. Dat is wel eens frustrerend.'

Tuinstra moet het als B-sporter doen met een kleine bijdrage van sportkoepel NOC*NSF en een aantal geldschieters. Zijn seizoen, zo zegt hij, begint in maart als de winter erop zit en hij als kraanmachinist zoveel mogelijk overuren gaat maken om in de winter stad en land af te reizen voor wedstrijden. 'Een beetje gek moet je wel zijn', beaamt hij.

De sport vergoedt echter veel. In Krasnogorsk reed Tuinstra voor twintigduizend uitzinnige Russen in de rondte. 'Ik viel tijdens de race, het publiek schrok, ik stond op en stak mijn hand in de lucht ten teken dat alles in orde was. Er kwam een orkaan van geluid van de tribune af. Geweldig.'

Tuinstra is een nobody in eigen land, maar een bekendheid in Rusland. Hij wordt er herkend, moet met iedereen op de foto en heeft een vermoeide hand na het schrijven van zoveel handtekeningen. 'Ik leef eigenlijk in twee werelden.'

Alles is anders, alles is totaal onvergelijkbaar. 'Als ik door Rusland rijd is het triest en grauw. Alleen de sneeuw fleurt het nog wat op.' Het thuisfront, zijn vrouw Liesbeth en kinderen Jimmy (4) en Noémi (6), zet Tuinstra soms aan het denken. 'Ik hoorde laatst dat de oudste ging huilen toen het even niet lukte met een opdracht op school. 'Ik mis papa zo', zei ze. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.'

Tuinstra rijdt jaarlijks 35.000 kilometer om zijn wedstrijden te bezoeken. 'Ik probeer zo min mogelijk te bellen als ik weg ben. De ervaring leert dat het gemis er dan slechts groter op wordt.'

Vroeger, ten tijde van de legendarische Roelof Thijs uit Assen, was ijsspeedway populair. De sport kreeg veel aandacht en was regelmatig op televisie te zien. Maar het was commercieel niet meer interessant genoeg om ijsspeedway op de buis te brengen. Daarom schreeuwen de vier actieve ijsspeedwayrijders in ons land om aandacht.

Tuinstra, die vorig seizoen als dertiende eindigde in de strijd om de wereldtitel, hoopt dit seizoen bij de eerste acht te finishen, wat hem de A-status oplevert bij NOC*NSF. Het competitieve heeft hem een beetje verrast. Terug gaan de gedachten naar het moment waarop hij voor het eerst een ijsspeedwaycoureur zag. 'Helemaal plat door de bocht. In het begin dacht ik: die gasten deugen niet.'