De dandy-stijl herleeft

Alleen in Engeland kon het dandyisme geboren worden: in de gentlemancultuur met zijn onderkoelde humor, smaak en geflirt met aristocratische gebruiken.

Paul Etienne Lincoln, Gin Tonic-machine Foto Marres, Maastricht Marres, Maastricht

De echte dandy bestaat niet meer, maar zijn geest leeft voort. Neem de Engelse kunstenaar Paul Etienne Lincoln. Hij speurt de werkelijkheid af naar sporen van dat aristocratische leven van weleer. Perfect, smaakvol, misschien snobistisch, maar niet 'overdone'.

Dat verlangen voert Lincoln naar de paardenrennen, waar de Britse elite graag vertoeft. Hij maakte een installatie waarin hij paardenzweepjes uitstalt naast champagneflessen. Ook vond hij een heus gin-apparaat uit, een machine om de 'most exquisite' gin-tonics te maken. Ook de drang het leven te perfectioneren was kenmerkend voor de ware dandy.

Lincoln exposeert op de bovenverdieping van het Maastrichtse kunstcentrum Marres, dat zeven jaar bestond als 'centrum voor actuele kunst' maar na vier maanden verbouwing is heropend als 'centrum voor contemporaine cultuur'. Er is een hippe boekwinkel bijgekomen en een ecologische tuin met café. In het interieur zijn de oorspronkelijke kenmerken van het barokke pand hersteld.

Nu zou je bij contemporaine cultuur sneakers en games verwachten, maar Marres' tentoonstellingsprogramma staat dit jaar geheel in het teken van de dandy. Naast Lincoln wordt de aftrap verzorgt door kunstenaar San Ming, die zichzelf de akelige benaming 'stylemeister' heeft gegeven. Op de benedenverdieping richtte hij vier deftige kamers in. De schilderijen passen bij de kleden, op de designmeubels prijken bloesemtakken. Geurkaarsen maken de ervaring compleet. Hier zal de high society van Limburg zich thuis voelen.

Het idee komt van de nieuwe directeur Guus Beumer, publicist en partner in het modemerk orson + bodil met Alexander van Slobbe. Als curator maakte hij onder meer tentoonstellingen in De Vleeshal en Boijmans. Beumer vindt dat een witte kubus niet meer altijd de beste manier is om kunst en vormgeving kritisch te presenteren. Zeker niet in Maastricht, waar de cultuur in zijn optiek draait om het verlichtingsideaal van de burgerij, het individualisme. 'We zitten hier onderin de blinde darm van Nederland', zei hij tijdens de opening. 'Mensen hier zijn gevoelig voor status en ritueel. Ze richten hun wereld in met zichzelf als centrum, net als de dandy destijds. Als je als kunstcentrum wilt inhaken op de wereld om je heen, moet je daar iets mee doen.'

Zo maakt San Ming alle beeldende kunst ondergeschikt aan zijn eigen totaalconcept; het perfecte interieur. Dat is natuuurlijk een doodzonde in de actuele kunstpraktijk: kunst uitzoeken omdat het past in het interieur. Vanwege de kleur, of, o gruwel, vanwege de status. Niet voor niets heeft hij een mobiel van Alexander Calder opgehangen, zoals elke multinational in zijn directiekamer. In feite zegt Ming: kunst is illustratie van rijkdom en smaak, net als in de negentiende eeuw.

Ming heeft Beumers concept overtuigend neergezet. Hij maakt niet zomaar een knieval voor de shoppingcultuur, maar becommentarieert die ook. Toch legt hij het af tegen Lincoln, die met kleine relikwieën van vroeger de gevoel van een gesublimeerde levensstijl verbeeldt.

Tentoonstellingen: Paul Etienne Lincoln: 'The Equestrian Opulator'. T/m 12 maart. San Ming: 'A l'intérieur'. T/m 9 april. In: Marres, Capucijnenstraat 98, Maastricht. Inl: 043-3270207, www.marres.org