'Wij gaan geen troep aanbieden, hoor'

Het Centraal Museum in Utrecht verkoopt 1400 kunstwerken uit het depot. De werken worden nu tentoongesteld, een deel wordt volgende maand bij Sotheby's geveild: 'We hebben niet op emotionele gronden gekozen.'

Een kwartier voor openingstijd staan de bezoekers al voor de ingang van het Centraal Museum in Utrecht te koukleumen. Want binnen zijn veertienhonderd werken te zien - en te koop. Dat gebeurt niet vaak. Van vloer tot plafond hangen de muren vol, als in een negentiende-eeuws landhuis. Rijp en groen hangt door elkaar op de tentoonstelling Uit het depot. De medewerkers lopen rond in lange witte jassen. Op verzoek halen ze met handschoenen tekeningen uit ladekasten tevoorschijn, of vertellen iets over de te verkopen kunst.

Op 12 maart worden deze werken geveild. Het is niet voor het eerst dat een museum een deel van zijn collectie veilt. Musea in Den Haag, Gouda en Hilversum gingen het Centraal Museum voor. Maar het blijft bijzonder.

De selectie kwam 'vrij technisch' tot stand, zegt Eroll van de Werdt, hoofd collecties en onderzoek van het museum. 'Dat is misschien kil, maar we wilden niet op emotionele gronden kiezen. Want dan zegt een volgende directeur: wat hebben we nu in huis?' Aan die technische afweging ging wel een jarenlange procedure vooraf, te beginnen met het samenstellen van twee bestandscatalogi: kunst tot 1850 en kunst van 1850 tot 2001. Daarna heeft het museum gekeken naar de 'karakteristieken van de collectie' en op basis hiervan een collectieplan gemaakt. Want wat wil het museum eigenlijk verzamelen? 'Toen wisten we wat er wel en niet in de collectie paste', aldus Van de Werdt.

Dat betekent overigens niet dat het museum straks 'troep' aanbiedt. 'Deze zeefdrukken van Joseph Beuys zijn wellicht niet zijn beste werk,' zegt Van de Werdt en hij wijst naar de muur, 'maar ze zijn zeker niet slecht. Ze pasten eenvoudig niet in ons verzamelprofiel.'

Dat geldt ook voor de schilder Han van Klinkenberg van wie een stadsgezicht van Middelburg wordt verkocht. 'Van Klinkenberg heeft geen enkele connectie met Utrecht en dit schilderij stelt Middelburg voor. Het hangt beter op zijn plek in bijvoorbeeld het Zeeuws museum.' Niet dat iedere kunstenaar in Utrecht hoeft te wonen, en ook het werk hoeft niet over de stad te gaan, benadrukt hij. 'Bepaalde kunststromingen zijn in Utrecht begonnen. Die blijven we volgen.' Omgekeerd is het feit dat je uit Utrecht komt niet genoeg om aan de veilinghamer te ontkomen. Van de Werdt: 'Het museum moet zich ook richten op topstukken. Toon Jansen is een Utrechter, maar dat betekent niet dat we al zijn werk moeten hebben.'

Het museum heeft volgens eigen zeggen ook uitgebreid onderzoek verricht naar de herkomst van de werken die worden verkocht, maar het museum heeft niet iedere kunstenaar of zijn nabestaanden kunnen vinden. Tot het moment van de veiling kunnen betrokkenen zich nog melden. Daardoor blijft het tot het laatste moment onzeker welk werk uiteindelijk onder de hamer komt. Daarnaast hebben andere musea voorrang. Zij mogen als eerste kiezen, en betalen voor de voorwerpen een 'onkostenvergoeding'. Van Klinkenbergs gezicht op Middelburg verdwijnt ongetwijfeld naar een ander museum. Wat overblijft wordt ter veiling aangeboden.

Naar de uiteindelijke opbrengst van die veiling willen de medewerkers niet gissen, maar het geld zal worden gebruikt om nieuwe werken te kopen en oude te restaureren - niet om een depot op te knappen zoals het Frans Hals Museum in Haarlem onlangs wilde doen met de opbrengst van twee te verkopen schilderijen.

Hoewel de 'afstotingstentoonstelling' op technische wijze tot stand is gekomen, hebben de medewerkers met sommige werken wel degelijk een emotionele binding. Welk voorwerp ziet Van de Werdt niet graag vertrekken? Hij twijfelt, dat doet er immers niet toe, maar noemt na enig aandringen de zeefdrukken van Beuys. Als liefhebber, haast hij zich vervolgens te zeggen, niet als hoofd collecties van het Centraal Museum.