'Wat is erger, dood zónder of mét eer?'

Op het Teheraanse Azadiplein werd zaterdag de verjaardag van de Iraanse islamitische revolutie gevierd. Thema's waren de atoomcontroverse en de Deense cartoons.

Een voorzichtig lentezonnetje schijnt neer op de straten rondom het Azadi(vrijheids)plein in de Iraanse hoofdstad. Honderdduizenden zijn hier deze zaterdag samengekomen om de 27ste verjaardag van de islamitische revolutie te vieren. Moeders duwen kinderwagens voort, vaders houden een spandoek in de lucht en jongeren sjokken door de menigte. Ergens in de verte geeft president Mahmoud Ahmadinejad een toespraak.

De georganiseerde chaos lijkt een vrij zorgeloze bijeenkomst. Natuurlijk roepen sommige mensen 'Dood aan Amerika', een van de strijdleuzen van de islamitische republiek Iran. Anderen dragen ingenieuze bordkartonnen afbeeldingen van de Amerikaanse president George W. Bush met zich mee. Ieder jaar zijn er dezelfde scènes, maar toch is de revolutie-herdenking dit jaar anders. De president heeft de halve wereld op de kast gejaagd met uitspraken over de holocaust. Iran wordt bedreigd wegens zijn nucleaire programma. En Deense cartoons worden ook door sommigen in Teheran gezien als een aanval op de islam. De toekomst is onzeker, zo vinden veel van de aanwezigen op het Azadiplein.

Hakimeh Rezai (40) is lerares op een middelbare school. Gekleed in chador en met een strenge bril op haar neus, duwt ze haar dochter Reyhan voort in een buggy. Ze is niet bang voor de toekomst. 'Wat is beter? Dood met eer, of dood zonder eer?', zegt ze als het over Irans nucleaire programma gaat. Nee, Rezai is niet bang voor welk land dan ook, dat Iran eventueel bedreigt. 'We hebben een achtjarige oorlog doorstaan (Iran-Irak, 1980-1988). Erger dan dat kan het niet worden', vindt Rezai.

Om haar heen wandelen mensen rond met borden van spotprenten van Europeanen die voor de Amerikaanse vlag, joden en gouden kalveren neerknielen. Er staan teksten op als 'De holocaust is een grote leugen'. De jodenvernietiging is alom aanwezig tijdens de demonstratie. President Ahmadinejad noemt in zijn toespraak weer de holocaust een 'mythe'. Europa en de Verenigde Staten zijn volgens hem 'dictators' die 'gegijzeld zijn door de zionisten'. Ahmadinejad zegt in zijn toespraak dat de wereld ongelijk is. 'Hoe kan het dat het beledigen van de profeten in jullie land een acceptabele bezigheid is, terwijl ieder onderzoek naar de mythe van de holocaust verboden is?' Volgens de Iraanse president leven de Europese overheden in de middeleeuwen. 'Toen werden er ook mensen opgepakt als ze zeiden dat de aarde rond was.'

De voorzitter van de Joodse Raad van Iran maakte gisteren bekend dat hij de president al twee weken geleden heeft gekritiseerd om zijn uitspraken. In Iran wonen 30.000 joden, het grootste aantal in het Midden-Oosten buiten Israël. Volgens voorzitter Haroun Yashayaei was de holocaust een van de meeste duidelijke en trieste gebeurtenissen van de 20ste eeuw. De joodse gemeenschap in Iran is bang wegens de uitspraken, zo heeft Yashayaei aan Iraanse kranten verteld.

Tijdens de revolutieviering worden de holocaustspotprenten afgewisseld met spandoeken ter ondersteuning van Irans nucleaire programma, dat volgens alle aanwezigen en de president een vreedzaam programma is. Mansour Mahmoudi (59) ziet het goedkeurend toe. 'Tijdens de crisis over de nationalisatie van de Iraanse olie (1953), heb ik niet meegedaan aan de protesten. Nu laat ik niet weer gebeuren dat Iran de macht over zijn grondstoffen en technologie afhandig worden gemaakt.'

Iedere westerling die door de straten rondom het plein wandelt, wordt staande gehouden door geïnteresseerde Iraniërs die willen discussiëren over de verhoudingen. 'Waarom mogen jullie wel kernenergie hebben en wij niet?', vragen een vader en zijn drie dochters. 'Wordt Arie Haan echt voetbaltrainer in Iran?', wil een man met een zeer islamitische puntbaard weten. 'Dat is het beste nieuws ooit!', zegt hij als daarop instemmend wordt geantwoord.

Een man dringt zich in de groep Iraanse vragenstellers en houdt een pasje in de lucht. 'O! Stop!', zegt hij. 'Ik ben van de dienst 'Ter voorkoming van het kwade en promotie van het goede'. Ik zeg wat de mensen moeten zeggen. Ze moeten zeggen dat Iran het onbetwistbare recht heeft op vreedzame kernenergie.' De mensen kijken hem vragend aan. 'Dat hebben we net al gezegd, want dat vinden we ook', zeggen ze. Oh, dan is het goed', antwoordt de man met een brede glimlach.