Waar blijven de jonge Turkse schrijvers?

Succesvolle Marokkaanse acteurs en dichters zijn er inmiddels wel. Maar waar blijven de jonge Turkse schrijvers? De verklaring ligt voor de hand, zeggen deskundigen.

Het Turks Inspraakorgaan vroeg zich een paar jaar terug af: waarom duiken er de laatste jaren zo veel jonge Marokkaanse schrijvers en dichters op die ook nog zo succesvol zijn? Een greep: schrijvers Khalid Boudou en Abdelkader Benali, dichter Mustafa Stitou. Inmiddels kunnen acteur Mimoun Ouissa en rappers als Ali B. aan de lijst toegevoegd worden. Allemaal Marokkaanse jongens die hier zijn opgegroeid. Waar blijven de jonge Turkse schrijvers?

Die vraag belandde bij de Universiteit van Tilburg, die het ging onderzoeken. De belangrijkste verklaring, het meest eenvoudige antwoord, werd echter over het hoofd gezien, zegt onderzoeker Flip Lindo van het Amsterdamse Instituut voor Migratie en Etnische Studies. Dat is: de taal.

Marokkaanse jongeren met schrijftalent uiten dat in de Nederlandse taal. Ze kunnen niet anders, want hun moedertaal, het Berber, is van oorsprong geen geschreven taal. 'Tegenover het Arabisch, dat wel een geschreven taal is, hebben ze een ambivalente houding. De berbers zijn een (forse) minderheid in Marokko; Arabisch is de taal van de meerderheid. Vaak zijn ze die ook niet machtig. Dus schrijven ze hier in het Nederlands, worden ze gepubliceerd door Nederlandse uitgevers en bereiken ze een Nederlandse publiek.'

De Turken hebben een eigen geschreven taal. Lindo: 'Goede, jonge Turkse schrijvers zijn er in Nederland wel degelijk, maar die schrijven in het Turks. Voor Turken hier en voor de Turkse markt. Ze worden alleen vertaald in het Nederlands en springen dus minder in het oog.'

Het is typerend voor het verschil tussen de omstandigheden van tweede generatie Turkse migranten en tweede generatie Marokkaanse. Marokkaanse jongeren treden vaker op op Nederlandse podia dan Turkse jongeren, omdat ze minder éígen podia hebben. Er bestaan geen berber-kranten, er is geen berber-televisiezender. Turkse kranten en zenders zijn hier wel te krijgen.

Op internet zijn Marokkaanse jongeren ook buitengewoon actief in de Nederlandse taal. Sites als Maghreb.nl, Maroc.nl en Yasmina.Marokko.nl barsten van de discussie en informatie door en voor Marokkaanse jongeren, in het Nederlands.

Marokkaanse jongeren zijn hoe dan ook meer aangewezen op de Nederlandse infrastructuur dan Turkse, vertelt Lindo. 'Er is bij de Marokkanen minder sprake van een gemeenschap waar je op terug kan vallen voor bijvoorbeeld werk. In Turkse families is er meestal wel een oom of vriend uit het Turkse dorp van je ouders, die een bedrijf heeft waar je kan werken.' Juist daardoor zijn Marokkaanse jongeren eigenlijk sterker geïntegreerd in de Nederlandse samenleving dan de Turkse jongeren.

Onderzoekster Anja van Heelsum, eveneens van het IMES, concludeert dat 'Marokkanen een stap verder zijn in hun integratie en dat dat nu juist de reden is dat er conflicten ontstaan. Op het moment dat de groepen elkaar ontmoeten, ontstaat al die discussie. Dat is bij Turken (nog) niet zo aan de orde.'

'Integratie' vindt Flip Lindo overigens een 'hopeloze term'. 'Wat bedoelt men daarmee? Op wie van ons zouden migranten precies moeten gaan lijken? Ik denk dat veel allochtonen, in hun wijken, al lang zíjn geïntegreerd. Maar dan in de onderste geleding van de samenleving, die overigens ook steeds van samenstelling verandert en die de media en politici niet kennen.'