Tortoise & Bonnie 'Prince' Billy

Ze zijn twee belangrijke fakkeldragers van de Amerikaanse alternatieve rock, Tortoise en Will Oldham (ofwel Bonnie 'Prince' Billy), maar ze betreden op de cd The Brave And The Bold het speelveld vanuit nogal tegengestelde invalshoeken.

Oldham is een eigenzinnig songschrijver die iets met de jonge alternatieve country-traditie van doen heeft en Tortoise is van de experimentele, instrumentale postrock. Toch hebben ze samen een alleraardigst coveralbum gemaakt, dat in alle pretentieloosheid het beste uit beide partijen naar boven haalt.

Will Oldham klinkt klaaglijker dan ooit op Bruce Springsteens Thunder Road, dat los van die zangpartij klinkt als een standaardwerkje uit de Tortoise-catalogus. Het is een lichtelijk vervreemdende combinatie, die toch heel goed werkt.

Het Portugees in opener Cravo É Canela (Milton Nascimento) gaat Oldham uitstekend af, terwijl hij in het schitterende, bijzonder eigenzinnig vormgegeven Daniel (Elton John) vanuit een echoënde kelder lijkt te zingen.

Temidden van bekende of, vaker nog, onbekende nummers van Minutemen, Devo en Quix*o*tic springen de zwaarmoedige liedjes van Melanie (Some Say) I've Got The Devil) en Richard Thompson (The Calvary Cross) eruit, vooral vanwege het gevoel voor donkere sferen waarmee het Tortoise-collectief de boel begeleidt.

The Brave And The Bold: tussendoortjes van dit kaliber maken een boel hoogst serieus bedoelde platen overbodig.

Tortoise & Bonnie 'Prince' Billy: The Brave And The Bold (Domino, distr. Munich)