Topbestuurders moeten solliciteren

Topbenoemingen in het openbaar bestuur moeten uit de sfeer van achterkamertjespolitiek gehaald worden. De manier waarop die benoemingen nu worden voorbereid, is 'schimmig, zonder duidelijkheid over de eisen die aan kandidaten worden gesteld'.

Dat schrijft minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) in een adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). De aanvraag dateert van januari vorig jaar, maar is pas vorige week openbaar gemaakt na een beroep van deze krant op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).

Volgens Remkes ontbreekt het in veel procedures voor functies in het openbaar bestuur aan expliciete deskundigheidseisen. Remkes stelt in de aanvraag voor om dergelijke benoemingen te melden aan een speciale commissie uit de Tweede Kamer die erop moet toezien dat er openheid in de benoemingsprocedure wordt betracht. Vorige maand oordeelde de Nationale Ombudsman dat in de procedure waarbij oud-minister Frank de Grave (VVD) benoemd werd tot voorzitter van het College Tarieven Gezondheidszorg, de verantwoordelijk minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) de schijn van belangenverstrengeling had gewekt door voorafgaand aan die procedure met partijgenoot De Grave te spreken over de vacature.

Bij de benoemingsprocedure van De Grave waren, behalve de minister zelf, drie topfunctionarissen van zijn eigen ministerie en de algemeen secretaris van het CTG betrokken. De Ombudsman spoorde in het advies minister-president Balkenende aan om snel met richtlijnen voor dergelijke benoemingen te komen.

Voor een aantal topfuncties gelden al eisen. Zo moet de voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens benoembaar zijn tot rechter bij een rechtbank en geldt voor andere functies de minimumeis van een meestertitel.