Splitsing is niet sociaal en niet liberaal

De Tweede Kamer debatteert vandaag met minister Brinkhorst (Economische Zaken) over diens controversiële voorstel om de energiebedrijven te splitsen in productiebedrijven en een netwerkbedrijf. Arnold Heertje ziet een compromis, Auke Leen signaleert een tekort aan zelfvertrouwen, en W. Schatborn vreest aantasting van ondernemingsgewijze productie.

Minister Brinkhorst meent dat de voorgenomen splitsing de uitwerking is van zijn sociaal-liberale visie op marktordening (NRC Handelsblad, 9 februari). De uitwerking is echter noch sociaal, noch liberaal.

Niet sociaal, omdat het de consument onnodig geld gaat kosten, en omdat macht over bedrijvigheid, over werkgelegenheid, en over wat te doen bij stroomtekorten, naar het buitenland zal verhuizen.

Niet liberaal, omdat splitsing het eigen vermogen van energiebedrijven met circa tweederde vermindert. Nederland verwijdert zich van het door vriend en vijand bejubelde Europese `Level Playing Field`. Brinkhorsts argument, dat door splitsing de toegang van nieuwe partijen gegarandeerd wordt, is loos. Met adequaat overheidstoezicht, zoals in Groot-Brittannië en Noorwegen, is toegang effectief gegarandeerd. En de kosten van splitsing van 100 euro per jaar zullen 30 jaar lang jaarlijks op elk huishouden drukken.

De EU koos voor liberalisatie van de energiemarkt. In 2004 werd dat proces in Nederland voltooid. Bij splitsing zijn de regionale netten (circa 20 miljard euro) niet meer in bezit van de energiebedrijven, die nu makkelijk door klaarzittende buitenlandse bedrijven opgekocht kunnen worden.

Fusie tussen Nuon, Essent, Delta, Eneco is minder interessant geworden, omdat ook na fusie het bedrijf geen Europese schaal meer heeft. Eerder hield de NMa uit angst voor monopolie een fusie tegen. Te laat zagen ze in, dat de markt Europees gaat worden.

En de voorzieningszekerheid loopt gevaar. Uiterlijk 2008 moet er 1700 MW nieuwe opwekcapaciteit aan het net gekoppeld moeten zijn om het licht aan te houden. Gaat dat in de geliberaliseerde markt gebeuren? Of krijgen we weer ineens 40 maal hogere energieprijzen zoals bij de schaarste in 2003? In zijn brief van 29 juli 2005 geeft Brinkhorst aan, dat er voldoende investeringsplannen zijn. Maar die bestaan alleen nog uit papier, geduldig genoeg voor deze kabinetsperiode. Onzekerheden in besluitvorming, technische uitdagingen en vergunningsperikelen zorgen praktisch altijd voor aanzienlijke vertragingen. Gaan buitenlandse bedrijven in Nederland investeren? Veel woorden, weinig daden, het hemd is nader dan de rok. En mochten Nederlandse energiebedrijven, wanneer ze er nog zijn, toch tijdig gaan investeren, dan staan ze als gevolg van de splitsing voor een nieuwe uitdaging hoe aan financiering te komen bij een veel kleiner eigen vermogen.

Onze welvaart is in tegenstelling tot vroeger in Oost-Europa gebaseerd op ondernemingsgewijze productie. Sterke bedrijven dienen tegelijkertijd de werkgelegenheid, de kapitaalverschaffers, de leveranciers, en de consumenten. Hier stapt Brinkhorst geheel overheen met zijn wetsvoorstel tot splitsing. Gemeenten zullen miljarden ontvangen, maar bedrijven dragen in tegenstelling tot de eenmalige miljarden blijvend bij aan onze welvaart. Zijn ze in buitenlandse handen, dan hoeven we niet meer op de krenten in de pap te rekenen.

(Ir. W.Schatborn is oud-directeur van Energieonderzoek Centrum Nederland.)

www.nrc.nl/opinie: Interview met Brinkhorst

Interviews woordvoerders CDA en VVD: pagina 11