Somber perspectief tennisploeg

De toekomst van het Nederlandse Davis-Cupteam oogt uiterst somber. De nationale tennisploeg leed gisteren, in de eerste ronde van de wereldgroep tegen Rusland, de grootste thuisnederlaag sinds 1977: 0-5. Met als gevolg dat het team eind september is veroordeeld tot het spelen van een promotie-degradatieduel.

De kans dat Nederland dan voor het eerst sinds 1991 van het hoogste niveau in het landentennis zal verdwijnen is levensgroot. Mogelijke tegenstanders als Groot-Brittannië, België, Thailand of Italië doen immers niet of nauwelijks onder voor het kwaliteitsarme gezelschap van teamcaptain Tjerk Bogtstra.

Toch probeerde Bogtstra aan het kansloze optreden tegen de Russen nog een positieve draai te geven door te stellen dat zijn tennissers 'er alles aan gedaan hadden'. En op de vraag of Nederland nog wel op het hoogste niveau thuishoort, luidde zijn antwoord bevestigend. 'De afgelopen vijftien jaar heeft Nederland steeds in de wereldgroep gestaan. Dan kun je wel stellen dat we daar dus horen.'

Op basis van resultaten uit het verleden mag Nederland zich misschien een groot tennisland noemen, maar van de huidige lichting staat op dit moment alleen Raemon Sluiter bij de beste honderd tennissers van de wereld. De 27-jarige kopman lijkt de beste jaren inmiddels achter zich te hebben liggen. Als opkomend talent wist hij in het Davis-Cuptoernooi met een zege op Juan Carlos Ferrero naam te maken, maar zijn laatste klinkende overwinning dateert alweer van 2002 - tegen de Fin Jarkko Nieminen.

Sluiter houdt zich sinds kort bezig met meditatie, waardoor hij zowel op als buiten de baan een evenwichtiger persoonlijkheid is geworden. Nederland heeft echter alleen wat aan de Rotterdammer als hij met veel emotie een risicovol 'alles-of-niets'-spelletje speelt. De laatste keer dat de nummer één van Nederland dat deed was vorig jaar tegen de Slowaak Dominik Hrbaty, maar na anderhalve set fabuleus tennis zeeg hij met kramp ineen.

In zijn openingsduel op vrijdag ging Sluiter tegen de modale Dimitri Toersoenov veel zorgvuldiger met zijn krachten om, maar speelde hij nooit magistraal. En ook zaterdag in het dubbelspel maakte hij aan de zijde van John van Lottum geen sterke indruk. Melle van Gemerden en Jesse Huta Galung, die gisteren beiden hun partijen verloren, horen (nog) niet thuis in de wereldgroep, zoveel is zeker.

Naast Sluiter zou Bogtstra in theorie moeten kunnen beschikken over Sjeng Schalken, Martin Verkerk en Peter Wessels. De praktijk leert echter dat deze drie spelers de laatste tijd vaker geblesseerd langs de baan hebben gestaan, dan dat ze van waarde zijn geweest voor hun vaderland. Bovendien heeft de voormalige kopman Schalken te kennen gegeven geen Davis Cup meer te willen spelen, met het oog op zijn carrière en fragiele gezondheid. De kans dat hij snel op dat besluit terugkomt lijkt nihil.

Verkerk speelde in de zomer van 2004 zijn laatste partij als professional en heeft zich vorig jaar in Zwitserland in zijn rol als supporter zo negatief opgesteld dat hij veel krediet heeft verspeeld.

Wessels is te blessuregevoelig om op te kunnen bouwen. Vorig jaar gaf hij een enkelspel op tegen zowel Zwitserland als Slowakije. Tegen Rusland haakte hij al met een kwetsuur af nog voordat er een bal geslagen was. Bogtstra moest noodgedwongen een beroep doen op spelers die zich bij lange na niet konden meten met de Russen, die zelfs zonder topspeler Marat Safin veel te sterk waren.

Bogtstra beschikte in 2001 over een ploeg die in staat bleek een plaats in de halve finale af te dwingen. Maar nu het voormalige vriendenteam uit elkaar ligt, is het een prestatie van formaat als Nederland volgend jaar op het hoogste niveau actief is. Vorig jaar trok Bogtstra in een vraaggesprek met deze krant in twijfel of hij de ambitie had om door te gaan. 'Bij mijn aantreden, in 2001, had ik het gevoel dat we over spelers beschikten met wie we potten konden breken. Dat is nu anders. Ik wil niet doormodderen', zei de teamcaptain uit Tilburg afgelopen zomer.

Bogtstra tekende vorig jaar toch bij en stelde - noodgedwongen - zijn ambities bij. 'Natuurlijk ben ik nog steeds gemotiveerd. De volgende wedstrijd is weer een uitdaging, net als altijd. We zullen nooit zeggen dat we weinig kans hebben. We zoeken nooit naar beperkingen, maar naar mogelijkheden', zei hij gisteren.

In zijn zoektocht naar mogelijkheden kan Bogtstra slechts hopen dat talenten als Hatu Galung, Thiemo de Bakker, Antal van der Duim, Igor Sijsling en Robin Haase de komende jaren een succesvolle overstap maken van het junioren- naar het profcircuit. Maar het zal zeker nog enkele jaren duren voordat deze nieuwe generatie klaar is voor 'het grote werk'. Tot die tijd bevindt het Davis-Cupteam zich tussen hoop en vrees.

Begin april wordt bekend tegen wie Nederland de strijd moet aanbinden om volgend jaar de plaats in de wereldgroep te behouden. 'Alles geven' levert dan geen schouderklopjes meer op. Dan zal er gewonnen moeten worden.