Rode strepen op weg naar regering Irak

De Iraakse premier Jaafari is door zijn shi'itische alliantie als kandidaat-premier aangewezen. De eerste van diverse horden naar een nieuwe regering is genomen.

Na moeizame interne onderhandelingen en een spannende stemming heeft de Iraakse shi'itische alliantie gisteren de huidige premier Ibrahim Jaafari als haar kandidaat voor het premierschap aangewezen. Daarmee is twee maanden na de verkiezingen van 15 december de eerste tastbare stap naar een nieuwe regering gezet. Aangezien deze alliantie van verscheidene min of meer fundamentalistische groepen - voluit de Verenigde Iraakse Alliantie - in de verkiezingen van alle partijen veruit de meeste zetels heeft gekregen (128 van de 275), is Jaafari's aanblijven waarschijnlijk. Maar op weg naar een nieuwe regering moeten nog heel wat horden worden genomen.

Van Amerikaanse zijde wordt zware druk uitgeoefend op de shi'ieten een nationale regering te vormen, met behalve de huidige Koerdische partners ook sunnitische partijen en de seculiere groep van ex-premier Iyad Allawi. De Amerikanen proberen zo de groei van de etnische en religieuze verdeeldheid in Irak in te dammen.

Aan de hand van zijn resultaten als premier kwam Jaafari zeker niet automatisch in aanmerking voor een nieuwe termijn, dit keer van vier jaar. Zijn beleid wordt als voorzichtig en ineffectief gezien, terwijl de grote problemen van Irak juist een harde aanpak eisten. Een paar voorbeelden:

Ondanks herhaalde aankondigingen van Jaafari's regering van harde offensieven die hier of daar een eind zouden maken aan de sunnitische rebellie, duurt deze onverminderd voort. Volgens een rapport dat het Amerikaanse leger eind vorige maand vrijgaf, steeg het aantal aanvallen vorig jaar van 27.000 in 2004 tot 34.100 (waarbij het leger overigens aangaf dat dit 'slechts een product was van onze successen tegen de opstandelingen'; 'de aanvallen zijn gewoon een middel voor de opstandelingen om hun woede over onze efficiëntie te uiten', aldus een woordvoerder).

Een element hiervan zijn de aanhoudende 'beperkingen in de doelmatigheid van de Iraakse veiligheidsdiensten' die een woordvoerder van de Amerikaanse Rekenkamer die eerder deze maand in een getuigenis voor het Congres signaleerde.

De enorme corruptie, die zo goed als ongemoeid is gelaten. De grootscheepse zwarte handel in olie bijvoorbeeld voedt volgens Iraakse en Amerikaanse zegslieden de opstandelingen en ondermijnt de economie die afhankelijk is van de inkomsten uit olie.

De folterpraktijken en liquidaties door de politiecommando's van het ministerie van Binnenlandse Zaken, gemeld door mensenrechtenorganisaties en ook door de Iraakse autoriteiten erkend. De commando-eenheden zijn de facto overgenomen door de militie van de Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI), een van de dominante onderdelen van de shi'itische alliantie. De sunnitische gemeenschap verwijt Jaafari dat hij de schendingen wel erkent maar het ministerie laat begaan. Het in november beloofde regeringsonderzoek naar foltering heeft voor zover bekend nog niet tot resultaten geleid.

Toch won Jaafari, kandidaat van de Dawapartij, gisteren met 64 tegen 63 stemmen de premiersverkiezing tegen de pragmatische vice-president Adel Abdul Mahdi van SCIRI. De Dawa en SCIRI houden elkaar min of meer in evenwicht binnen de alliantie, en de stem van de radicale geestelijke Muqtada Sadr gaf de doorslag.

Zijn verlies in deze krachtmeting zal de SCIRI sterken in zijn claim op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit is een van de grootste horden die nog moeten worden genomen voor er een nieuwe regering is.

De Amerikaanse ambassadeur in Irak, Zalmay Khalilzad, heeft duidelijk gemaakt dat hij de ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken, die respectievelijk over politie en leger gaan, niet in handen wil zien van vertegenwoordigers van partijen met milities. De Amerikanen zijn in het algemeen niet gecharmeerd van het bestaan van milities in wat zij zien als een democratie-in-wording, en willen in het bijzonder de sunnieten paaien. Sunnitische leiders staan erop dat deze ministeries in handen van technocraten of van seculiere politici komen.

De Amerikanen zouden graag de seculiere ex-premier Iyad Allawi op Binnenlandse Zaken of Defensie zien, waarin zij worden gesteund door de Koerden. Muqtada Sadr heeft echter een 'rode streep' getrokken door een ministerspost voor Allawi. Daarop heeft gisteren de Koerdische leider Jalal Talabani gezegd dat 'die rode strepen voor ons ook rood zijn. Afwijzing van de Iraakse Lijst [van Allawi] is afwijzing van de Koerdische Coalitie.' Regeringsvorming zal nog wel even vergen.