Porgy Franssen is gekwetste Cyrano met ijzeren neus

Hij draagt geen clownsneus en ook geen fopneus uit de feestwinkel. Acteur Porgy Franssen heeft in het drama Cyrano van Edmond Rostand (1868-1918) tussen wenkbrauwen en bovenlip een ijzeren driehoek voorgebonden. Zijn personage Cyrano de Bergerac, die zwaar onder z'n te groot uitgevallen neus lijdt, ziet er met dat messcherpe metaal op zijn gezicht potsierlijk en tegelijk agressief uit. Zo wordt de neus een haast abstract symbool: hij staat voor de mannelijke zwakte. En voor de verwoede pogingen om dat gebrek te maskeren.

De zwakte van deze Cyrano is dat hij zijn gevoelens niet kan uiten. Typisch voor een macho, vindt Tarkan Köroglu. De uit Turkije afkomstige regisseur suggereert in een begeleidend schrijven dat ook het Westen een macho-maatschappij is. Maar zijn Cyrano overtuigt daar niet helemaal van. Want als het onderdrukken van gevoelens voor mannen de sociale norm is, waarom komt Cyrano's rivaal Christian er dan wèl voor uit dat hij van het meisje Roxane houdt? Waarom draagt Christian dan niet óók een neus?

Nee, het gaat hier toch vooral om een persoonlijk probleem. Cyrano vindt zichzelf gewoon vreselijk lelijk. Zo lelijk dat hij niet naar Roxanes hand durft te dingen. Om toch aan het liefdesspel mee te doen leent hij de mooie maar domme Christian zijn woorden. Cyrano schrijft voor Roxane prachtige gedichten die door Christian zijn ondertekend. Dus als Christian sterft, rouwt Roxane eigenlijk om Cyrano, van wiens ziel zij intens is gaan houden. Pas vijftien jaar later, bij zijn eigen sterven, vertelt Cyrano Roxane de waarheid.

Bij het Nationale Toneel speelde Stefan de Walle Cyrano nog als een romantische held die zichzelf voor de twee anderen volledig opofferde. Bij Theater Ea is de protagonist minder nobel. Zijn weigering om rechtstreeks z'n liefde te tonen dupeert zowel Christian als Roxane: de een kan zichzelf niet zijn en de ander kwijnt al vijftien jaar in een klooster weg terwijl ze de vrouw had kunnen zijn van Cyrano.

Beide interpretaties wekken, uiteindelijk, ontroering. Maar alleen bij Theater Ea schuilt de tragiek in de schuld die de held op zich laadt. Terecht brengt Köroglu het stuk met 48 personages terug tot de drievoudige kern. Roxane, Christian en Cyrano: meer figuren zien we niet. Het is een vorm van kaalslag die ook het decor heeft getroffen. Hier geen 17e-eeuwse Parijse stadstafereeltjes maar een lege bühne met als enige blikvangers kille jaloezieën die nu eens Roxanes slaapkamerraam suggereren, dan weer de gevangenissfeer van het klooster.

Zo'n sober toneel zou het moeten hebben van subliem spel. Maar de jonge acteurs Roos Drenth en Bob Wind laten steken vallen. Drenth pareert de erotische woordspelingen van haar dubbele minnaar niet snel genoeg en Wind maakt klemtoonfouten die niet per se bij zijn rol horen.

Onbedoeld eenzaam torent Porgy Franssen boven z'n medespelers uit. Zijn Cyrano, houwdegen en dichter, provocateur en fijnzinnige geest tegelijk, is een getergd mens met enorme talenten. Bitterzoet komen Rostands alexandrijnen uit zijn grote mond. Zijn lichtgeraaktheid zet hem steeds op scherp. En Franssens spel schittert aan alle kanten. Net als die fatale neus.

Voorstelling: Cyrano, van Edmond Rostand, door Theater EA. Vertaling: Laurens Spoor. Regie: Tarkan Köroglu. Gezien: 10/2 Theatercompagnie, Amsterdam. Aldaar t/m 25/2. Tournee t/m 18/3. Inl: 05205320 en www.theaterea.nl.