'Moslim gaat snel van nul naar honderd'

Moslims die zaterdag op de Dam demonstreerden tegen de Deense cartoons vonden het vervelend dat een groep jongens probeerden een rel te schoppen. 'Ze maken ons te schande.'

Zwart gesluierde meisjes die op een bankje een blikje Coca-Cola opentrekken en een boterham eten. Jongens die hun bivakmutsen en rood-witte sjaals hebben afgedaan en nu, lachend en zwaaiend, staan te bellen met jongens die tien meter verderop staan. En dan nog een paar oudere mannen die druk staan te praten met twee jongere mannen met dunne baarden en kaftans. Zo ziet de Dam in Amsterdam er uit na de als vredig aangekondigde demonstratie van moslims tegen de Deense cartoons. Het is half vier, het begint zacht te sneeuwen.

Een uur eerder was het toch nog bijna misgegaan. Drie keer hadden de jongens met de bivakmutsen en de sjaals, voornamelijk Marokkanen, geprobeerd om vanaf de Dam de Nieuwendijk op de komen. Drie keer hadden andere moslims en de politie hen weten tegen te houden. Maar toen was het opeens toch gelukt. Met z'n vijftigen, zestigen, begonnen ze te rennen, de smalle straat vol winkelende mensen in, richting C&A. Rekken met schoenen vielen om. Winkeliers gooiden meteen hun deuren dicht. Rolluiken werden neergelaten.

Op de hoek van C&A en de passage naar het Damrak wordt de ruit van een parfumerie ingeslagen. Twee politieagenten arresteren een jongen van een jaar of veertien. Hij begint te huilen. Vijftig, zestig jongens dringen naar voren, ze willen de jongen bevrijden. Ze schelden tegen de paar fotografen en cameramannen die zijn meegerend. Dan komt er meer politie aan, op paarden. Een paar minuten later slenteren de jongens in groepjes terug naar de Dam. Politieagenten slenteren er, ook in groepjes, achteraan.

Om een uur, bij het begin van de demonstratie, hebben zich zo'n tweehonderd moslims op de Dam verzameld, mannen en vrouwen, jong en oud. Een paar hebben een bord meegenomen, waarop in rode letters 'niet spotten met onze koran' geverfd is, en 'niet spotten met onze profeet Mohammed'. Een man in een blauwe trui staat te zingen en te scanderen: 'Allahu akbar! Allahu akbar!' Het zweet staat op zijn voorhoofd, zo hard spant hij zich in. De mannen en vrouwen rondom hem zingen en scanderen mee. Om hen heen: tientallen fotografen en cameramensen.

Rachid (24), in kaftan, zegt waarom hij hier staat. 'Wij eisen respect', zegt hij. 'Wij accepteren niet dat er met ons gespot wordt. Het gaat allemaal veel te ver.' Die Deense cartoons, zegt hij, hebben niets met vrijheid van meningsuiting te maken. 'Ze waren bedoeld om ons te kwetsen.'

Een paar meisjes roepen dat Allah een plaats in de hel zal reserveren voor iedereen die met Mohammed spot. Een van hen heeft haar hele gezicht bedekt met een zwarte doek. Ze laat zich van alle kanten fotograferen.

Om half twee vormen tachtig mannen drie lange rijen. 'We gaan bidden', legt een van de oudere mannen uit. Het wordt stil, alleen het geluid van de fotocamera's is te horen. De mannen buigen, knielen. Sommigen hebben hun schoenen uitgetrokken. Na het gebed proberen een paar jongens een andere leuze: 'Bush! Sharon! De grootste terroristen!' Maar de anderen doen niet met hen mee. De demonstratie moet vredig blijven.

En dan komen opeens de jongens met de bivakmutsen eraan. De meisjes en de vrouwen gaan verderop staan. De vrouwen die kinderen hebben meegenomen, gaan weg. De politieagenten, die eerst afstand hielden, komen dichterbij.

Na afloop hebben de jongens met de bivakmutsen geen commentaar. Ze lachen alleen maar als hun iets wordt gevraagd. Een van de oudere mannen wil graag iets zeggen. Hij is Marokkaan. Hij heeft een winkel, zegt hij, in de Kinkerbuurt. En hij is vandaag gekomen om de Nederlanders te laten zien dat hij niet beledigd wil worden. Maar hij wil ook graag uitleggen, zegt hij, dat moslims misschien sneller beledigd zijn dan westerlingen. 'Moslims', zegt hij, 'gaan meteen van nul naar honderd. Ze gaan roepen, schreeuwen. En daarna gaan ze weer naar nul.'

En de jongens met de bivakmutsen? 'Dat zijn geen goede moslims', zegt hij. 'Zij maken ons te schande.'