Mentale blokkade tegen privatisering

De Tweede Kamer debatteert vandaag met minister Brinkhorst (Economische Zaken) over diens controversiële voorstel om de energiebedrijven te splitsen in productiebedrijven en een netwerkbedrijf. Arnold Heertje ziet een compromis, Auke Leen signaleert een tekort aan zelfvertrouwen, en W. Schatborn vreest aantasting van ondernemingsgewijze productie.

Waarom gaat het zo moeizaam met privatisering en deregulering, zoals bij de energiebedrijven? Het onderwerp is bespreekbaar, het woord `markteconomie` schuwen we niet, maar psychologisch ontbreekt het ons aan het geloof dat we het kunnen: concurreren met het buitenland. Destijds bij het afschaffen van de protectionistische scheepvaartwetten overheerste in de Kamer dat gevoel wel: wij zijn altijd een zeevarende natie geweest. Als wíj het niet kunnen kan niemand het.

Ook ethisch verkiezen we, zo lijkt het, een warme overheid boven een kille markt. Misschien kan een doctrinaire marxist die situatie nog het beste duiden. De materiële onderbouw ontwikkelt zich, de geestelijke bovenbouw volgt traag. Zoals voor de marxist destijds de productie zich ontwikkelde van kleine bedrijven naar industriële conglomeraten. Geen individueel eigendom en planning zijn dan vereist maar gemeenschappelijk eigendom en staatsplanning.

Zo zou de situatie nu vastzitten op een collectieve (verplichte) solidaire ethiek, waar energieprijzen er zijn om ondernemers een redelijk inkomen en consumenten een betaalbaar product te garanderen. Energieprijzen zijn er dus (nog) niet om de schaarste te verdelen en tot innovatie aan te zetten. Want bij dat laatste past een andere moraal. Individuele vrijheid op de markt is historisch altijd een voorwaarde geweest tot de ontwikkeling van een moraal van eerlijkheid, vrijgevigheid en eigen verantwoordelijkheid.

Democratie is veel minder voorwaarde daartoe. Immers, een meerderheid kan besluiten tot het meest immorele en totalitaire beleid. Omgekeerd kan een autoritair bewind ruimte laten voor de markt en haar individuele vrijheid en bijpassende morele ontwikkeling.

Psychologisch dienen we op de markt en dus onszelf te vertrouwen, zoals we ook deden bij het loslaten van de beschermende scheepvaartwetten. De markt is een ontdekkingsproces dat oplossingen genereert waar tot nu toe niemand aan heeft gedacht.

Vooraf, zo werd destijds gesteld, zijn de voordelen vaak niet in te schatten, noch door parlementsleden noch door de meest ervaren handelaar. En toch, nieuwe handelswegen zijn geopend, nieuwe voordelen zijn behaald. Ethisch dienen we te geloven dat individuen zich in een markteconomie moreel ontwikkelen, waarbij we de geschiedenis aan onze kant hebben.

(Dr. Auke Leen is verbonden aan het fiscaal-economisch departement van de Universiteit Leiden.)