Kabinet heeft twee oorlogjes uit te vechten over subsidies

De Europese Commissie, Economische Zaken en alle provincies gaan deze week met elkaar strijden over de verdeling van Europese subsidies. Zijn die voor regio's met potentie of niet?

De grootste vriend van de drie noordelijke provincies zit in Brussel, niet in Den Haag. De Europese Commissie wil Groningen, Friesland, Drenthe voor de periode 2007-2013 veel meer regionale subsidie geven dan het kabinet - ongeveer 150 miljoen euro meer.

Dat blijkt uit de zaterdag uitgelekte brief waarin de Europese Commissie aan Nederland een voorstel doet voor de verdeling van de gelden die de regionale economieën moeten versterken. De afgelopen periode werd het geld onder meer gebruikt voor onder meer de aanleg van jachthavens, verbindingen naar snelwegen of het realiseren van buslijnen.

Komende donderdag komt het verschil van mening tussen Den Haag en Brussel voluit ter tafel. Dan overleggen vertegenwoordigers van de Europese Commissie, het ministerie van Economische Zaken en alle provincies over de verdeling van het Europese geld. De hoofdrolspelers willen weinig kwijt over de gevoelige kwestie.

Achter de tegenstelling gaat namelijk een principieel verschil in opvatting schuil waarvoor subsidies gebruikt moeten worden. Vooral voor versterking van centra die al het nodige economisch en technologische potentieel hebben, stelt het kabinet. De westelijke provincies dus. Nee, voor achterblijvende gebieden met een zwakke economie, meent de Commissie. Het noorden dus.

Twee jaar geleden verdedigde staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken, CDA) de keus van het kabinet in de nota Pieken in de Delta. Van Gennip wilde 'bestuurlijke versnippering voorkomen' door verspreiding van projecten over het land. Bovendien waren volgens haar de regionale welvaartsverschillen tussen westen en noorden kleiner geworden.

Aanvankelijk wilde het kabinet dan ook weinig of geen geld uittrekken voor eigen regionale subsidies aan het noorden. Na hevige protesten uit datzelfde noorden en de Tweede Kamer kwam het kabinet september vorig jaar hiervan terug. Maar de keuze uit Pieken in de Delta is bij de verdeling van het Europese geld opnieuw aktueel.

Regionale ontwikkeling is niet het enige front waarop het kabinet de komende maanden een binnenlands oorlogje uit te vechten heeft. Dat geldt ook voor de Europese fondsen voor her- en bijscholing. Voor deze ESF-fondsen is tussen 2007 en 2013 ongeveer 1 miljard euro minder beschikbaar dan in de afgelopen periode. Een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken relativeert dit nieuws uit de brief 'We hebben dat langer zien aankomen.' Bovendien past de vermindering van de subsidies in combinatie met de lagere EU-contributie die Nederland in december uit het vuur sleepte, in het streven naar vermindering van het rondpompen van geld in Europa, aldus de woordvoerder.

In het maatschappelijk middenveld kan deze Haagse reactie op weinig begrip rekenen. 'Verbijsterend', noemt Ben Slijkhuis, directeur van het Nederlands Platform Ouderen en Europa, de reactie van Sociale Zaken. 'Die dient het rijksbelang. Alsof maatschappelijke belangen er niet toe doen.'

Slijkhuis wijst erop dat door de verkleining van de ESF-subsidie veel minder middelen beschikbaar zijn voor her- en bijscholing van oudere werknemers. 'Terwijl iedereen roept dat we langer door moeten werken en het belang van permanente educatie wordt onderstreept, kijkt Den Haag vooral naar het rondpompen van geld.'

Sociale Zaken wijst er echter op dat er de komende periode meer geld voor her- en bijscholing vrijkomt bij de zogeheten O&O-fonden (Onderwijs en Opleiding). Deze fondsen, beheerd door werkgevers en werknemers, zorgden in het verleden vaak voor de noodzakelijke cofinanciering van de Europese gelden. Nu de ESF-stroom uit Brussel dunner wordt, hoeven deze fondsen minder bij te passen en kunnen ze gebruikt worden voor andere her- en bijscholingsprojecten. Slijkhuis vraagt zich af of dit zal gebeuren. 'Er is veel wantrouwen in het veld sinds de plotselinge sluiting door het rijk van het ESF-loket in oktober. Daardoor zijn maatschappelijke organisaties erg veel geld misgelopen.'