Hoop

Ik begrijp de winnende World Press Photo 2005 niet (voorpagina NRC Handelsblad van vrijdag jl.) 'Moeder en kind in een opvangkamp' is het onderschrift, gemaakt in Niger, West-Afrika, door de Canadese fotograaf Finbarr O'Reilly van Reuters. Laat ik het zo zeggen: ik begrijp de foto wel, ik begrijp de foto maar al te goed, ik begrijp alleen niet waarom hij gewonnen heeft.

We zien een zwarte vrouw met koolzwarte ogen in close-up, en een gerimpeld babyhandje op haar lippen. Het kind zien we niet.

In een gesprek met het Cultureel Supplement van dezelfde dag zegt O'Reilly: 'Op de foto zie je het moment dat het ondervoede kind reikt naar de mond van de moeder, contact zoekt, haar streelt. Het is een ongelooflijk teder moment. [...] Voor mij legt de foto hoop vast. Niet de hoop dat het beter zou gaan met Afrika [...], maar veel simpeler: de hoop dat het kind overleeft, dat hij het einde van de dag haalt.'

Dat is, eerlijk gezegd, complete wartaal. Ik zie geen teder moment, ik zie een ongelooflijk wreed moment. De gedachte dat het kind de moeder streelt is absurd. Alsof de eenjarige ondervoede en stervende baby uit een of andere goddelijke ingeving ertoe overgaat zijn moeder te troosten.

En hoop? Dat is wel het toppunt. Het kind haalt het einde van de dag waarschijnlijk niet, maar vervolgens wel alle kranten in de wereld, zijn postuum moment of fame, moeten we het zo begrijpen?

Ik zie juist zoveel hopeloosheid in de foto, dat die overgaat in zinloosheid en het vervelende van zinloosheid is vooral dat die verveelt. De foto is een cliché van olympische proporties. Kijk eens mensen, er is nog steeds ellende in Afrika. Voel ik me daardoor geraakt? Voel ik me betrapt op mijn onverschilligheid, op mijn gebrek aan betrokkenheid? Nee, helaas. Je ziet zo'n foto en neemt nog een slokje koffie en bladert verder in de krant. De foto is te eendimensionaal om de aandacht vast te houden, er zit geen verhaal in, in ieder geval geen gelaagd verhaal of diepere boodschap.

Ik weet wel dat het daar niet alleen om gaat bij de World Press Photo, om de boodschap. Bij deze foto zou je zelfs vol kunnen houden dat de compositie bijzonder is. Dat de kleuren heel mooi zijn, prachtige, typisch Afrikaanse kleuren, fel rood en groen op de achtergrond, frisse kleuren van hoop gedrapeerd om een auberginekleurig tafereel in het midden. Maar moet je het zo bekijken, moet je deze foto op die manier goed vinden? Dat is wrang.

In mijn omgeving zeggen ze dat ik me te veel opwind om krantenfoto's. Een foto, dat is toch maar een illustratie? Een alibi voor een onderschrift? Dat is, na alles wat Roland Barthes geprobeerd heeft uit te leggen, nog steeds een veel gehoorde mening, waar ik verdrietig van word. Zelfs kranten nemen hun eigen foto's niet geweldig serieus, dat weet ik ook wel. De paar keren dat ik erbij was toen een krant werd gemaakt werd er over de foto op de voorpagina niet meer dan veertig seconden gesproken. Arme Roland Barthes die zo stellig wist dat een foto een verhaal helemaal op een andere manier vertelt dan een geschreven tekst.

Ik wil nog een stapje verder gaan en beweren dat krantenfoto's uiteindelijk de redding zullen blijken van de papierenkrant in het ouderwetse formaat als van NRC Handelsblad. In NRC-next, de ochtend-editie die er straks komt, en in al die andere handige kranten op tabloid-formaat als Trouw en Het Parool en de wegwerp-openbaarvervoerkranten, kun je nooit stevig uitpakken met een grote foto. En op het internet blijft de foto onrustig, en gebonden aan het formaat van je beeldscherm. Gewoon een op papier afgedrukte grote foto, daar kan je soms hele verhalen bij verzinnen.

Maar dan moet de foto wel multidimensionaal zijn, tot nadenken stemmen, je moet de lagen ontdekken, je moet als het ware steeds nieuwe onderschriften kunnen formuleren. En dat kan bij de winnende foto van O'Reilly niet. Deze foto is wat die is, een beeld van hopeloze ellende.

Eigenlijk erger ik me meer in het algemeen aan fotografen die op zoek zijn naar mensen in nood. Ik vind foto's die als propagandamiddel kunnen worden gebruikt voor hulporganisaties per definitie onwaarachtig. Net als reclamefoto's. Je weet dat de rookworst van Unox niet zo smakelijk is als die op de foto eruit ziet, zoals je weet dat de wereld daar niet zo crepeert als op de foto's van acties als 'Mensen in Nood' met een gironummer erachter. Ik wil graag foto's zien van al die miljarden mensen die niet in nood zijn, maar die iets van hun leven proberen te maken. Mensen die ambities hebben, verlangens en strevingen als alle andere mensen. Mensen die iets willen bereiken, mensen die aan hun nood willen ontsnappen.

Zulke foto's zie je zo nu en dan, maar ze winnen nooit prijzen. Een zo'n foto was afgedrukt in deze krant van afgelopen dinsdag, op pagina 3. Hij was gemaakt door Bas Czerwinski en we zagen een zwart jongetje in een rood-zwarte trui bidden, vlak voor de aanvang van de Cito-toets. Wat een machtig mooi beeld. Allochtonen kunnen moeilijk aan een baan komen, ze moeten alles op alles zetten en de hoogste diploma's halen om het te redden. De Cito-toets gaat bepalen of deze jongen professor wordt of winkelbediende. Daarom bidt hij. O lieve vader in de hemel, laat mij professor worden. Hij bidt tot zijn God against all odds. Kijk O'Reilly, dat is hoop.

ramdas@nrc.nl