Het olympisch mysterie van Ahonen

Ook op de Spelen in Turijn won de Finse schansspringer Janne Ahonen geen individuele olympische medaille. Het goud was verrassend voor de Noor Lars Bystoel.

Vliegen blijft een kunst, zelfs voor de grootmeester Janne Ahonen. De Finse schansspringer staat al twaalf jaar aan de top, maar slaagt er op de individuele nummers bij de Olympische Spelen maar niet in het podium te betreden. In het verscholen bergdorp Pragelato had Ahonen gisteravond op de schans van 90 meter een medaille voor het grijpen. Hij liet het bij zijn tweede sprong afweten en creëerde een olympisch mysterie. Het feest om de gouden medaille werd deze keer gevierd door de Noor Lars Bystoel.

De klemmende vraag is: hoe is het mogelijk dat een stoïcijn als Ahonen bij de Spelen voortdurend faalt? In wedstrijden om de wereldbeker en bij wereldkampioenschappen behoort de 28-jarige Fin traditiegetrouw bij de besten, maar als de olympische vlam eenmaal brandt, dooft het vuur bij Ahonen, uitgerekend de schansspringer die geroemd wordt om zijn stabiliteit.

Een van de charmes van schansspringen is dat winnaars even snel verschijnen als verdwijnen. Zie de Zwitser Simon Amman, die vier jaar geleden bij de Spelen in Salt Lake City op zowel de kleine als grote schans olympisch kampioen werd, maar sindsdien niet echt meer ver heeft gevlogen. Onder het sfeervolle kunstlicht in Pragelato plaatste hij zich gisteren niet eens voor de tweede ronde.

Of neem de Pool Adam Malysz, die in 2001 oneindig lang kon blijven zweven en bijna alles won wat er te winnen viel. Hij pikte bij de Spelen van 2002 nog een zilveren en bronzen medaille om daarna af te zakken naar de subtop in het circuit van iele mannen op extreem lange latten.

En dit jaar diende zich vanuit het niets plotseling de Tsjech Jakub Janda aan. Maar de leider in het wereldbekerklassement bracht er gisteravond met een dertiende plaats weinig van terecht, waarbij moet aangetekend dat Janda's kwaliteiten het best tot hun recht komen op de schans van 120 meter.

Voor dat merkwaardige verval in prestaties hebben de kenners van het schansspringen geen verklaring. Althans, ze geven desgevraagd geen bevredigend antwoord. Het gebeurt nu eenmaal en houdt verband met de ongrijpbare psyche van de mens, wordt verteld.

Het bijzondere aan Ahonen is juist dat hij zich aan die wisselvalligheid onttrekt. Met uitzondering dan van de Olympische Spelen, waar hij sinds zijn debuut in 1994 alleen in 2002 met een zilveren medaille uit Salt Lake City naar zijn woonplaats Lahti is teruggekeerd; maar dat was een minder waardevolle medaille, in de landenwedstrijd namelijk.

Het werd, mede door het falen van Ahonen, een memorabele wedstrijd. Na één sprong leidde zeer verrassend de Rus Dimitri Vassiliev met een half punt voorsprong op Ahonen. Van de gevestiogde orde stonden Bystoel, zijn landgenoot Roar Ljoekelsoey en de Fin Matti Hautamäki niet bij de beste vier en hun kansen leken geslonken.

Totdat de wind toenam en de laatste vijf springers op het beslissende moment onder slechtere omstandigheden moesten afdalen. Ljoekelsoey hield de schade beperkt, maar de Zwitser Andreas Küttel, de Oostenrijker Thomas Morgenstern, de Rus Vassiliev en vooral Ahonen leverden ten opzichte van hun eerste sprong veel meters in. Zo kon het gebeuren dat Bystoel van een zevende naar de eerste plaats ging, Hautamäki vanaf de zesde positie zilver bemachtigde en Ljoekolsoey van plaats vijf naar de bronzen medaille vloog.

Terwijl de uitbundigheid van de Noren geen grenzen kende, verbeet Ahonen de pijn van de nederlaag. Hij stond er zo goed voor en verprutste zijn tweede sprong. Hij was groot genoeg dat zelf te erkennen en de oorzaak niet aan de veranderde weersomstandigheden toe te schrijven.

Ahonen: 'Mijn tweede sprong was slecht en dat lag niet aan de wind. Hoe het wel kwam? Ik heb er geen verklaring voor, maar weet wel dat ik zeer teleurgesteld ben.'