Het beeld

De Nederlandse schaatsen zijn zo scherp geslepen dat de zilvervloot Turijn dreigt binnen te varen. Na twee dagen staat ons land op de vierde plaats in het medailleklassement van de twintigste Olympische Winterspelen, en dat betekent dat het belangrijk begint te worden hoe je je als middelgroot land aan de internationale media presenteert.

Ned.2 (NOS), Openingsceremonie XX. Olympische Winterspelen Torino 2006, 10 februari, 21.43u. NOS

De oranje plaatjes uit Turijn die de meeste indruk zullen maken zijn niet die van de winnaars, maar van ons langzamerhand spreekwoordelijke sportchauvinisme. Welk ander land kent een kroonprinselijk gezin dat op de tribunes de nationale kanshebbers luidkeels staat aan te moedigen? En welk ander land bouwt in de sporthoofdstad van dienst een door een wereldberoemd merk van eigen bodem - Heineken in dit geval - gesponsorde feesttent waar de winnaars massaal gehuldigd worden? De wat beschaafdere avondtalkshows van Mart Smeets in Café Torino zijn in het buitenland veel minder zichtbaar. Ons internationale imago bestaat dus uit bier, hoempamuziek, een sportieve monarchie en de alom aanwezige kleur oranje.

Een evenement als de Olympische Spelen dient niet alleen sportieve en andere verheven idealen, maar vooral de verkoop van mondiale merken. Dat was ook goed te zien aan de openingsceremonie van vrijdagavond. Die stond niet in het teken van de sport of zelfs van Coca-Cola, maar in de verkoop van land en stad die er zo veel geld in hebben geïnvesteerd om de ogen van de wereld twee weken op zich te richten. En wat zijn de unique selling points van Italië in het algemeen, en Turijn in het bijzonder? Opera, mode en snelle auto's, in een sausje van kunsthistorie!

Het door televisie- en clipproducent Marco Balich ontworpen spektakel van twee uur mocht een paar centen kosten. Het stond in de traditie van Leni Riefenstahl, een massaspel van Carel Briels, het Eurovisiesongfestival en zulke moderne grootmeesters van de artistieke belevingseconomie als Cirque du Soleil, Walt Disney en Dogtroep. Wat zegt het ons over Italië anno 2006?

Om te beginnen dat onder Berlusconi's Forza Italia nationalisme niet verdacht meer is. Het zingen van het volkslied door een in groen, wit en rood gestoken meisje van negen was een kitschvoltreffer. Ook katholiek kun je dit Italië niet meer echt noemen, als in de stad van Jezus' vermeende lijkwade het festijn begint met het slaan op een aambeeld door een op Vulcanus lijkende gemaskerde turner, terwijl in een zee van rode kunststof honderden benen de lucht in steken, als spartelende zielen in Dante's inferno.

De duivel opende dus het bal, waar Puccini en Rossini, Rota en Morricone, Yoko Ono en Peter Gabriel de muziek verzorgden. Het verleden van Italië werd niet verbeeld door Da Vinci of Michelangelo, maar door Arcimboldo, Armani en Botticelli. Nadat Venus in de vorm van een fotomodel uit de schelp verrezen was, draaiden reuzen van Bomarzo in crinolines als derwisjen om haar heen.

Een autocoureur in een knalrode Ferrari slipte ook rondjes, totdat de bandensporen de olympische ringen verbeeldden, maar dat leek niet helemaal te lukken.

De Lega Nord mocht zich vermeien in een verbondenheid van -Italië met de zes andere Alpenstaten, vertegenwoordigd door hoornblazers. Met zo'n visitekaartje heb je geen prins nodig.