Fransman Dénériaz durfal onder de waaghalzen

Antoine Dénériaz (29) werd gisteren de vijfde Fransman die een olympische afdaling won. Bovendien zette hij de traditie van een verrassende winnaar voort.

Hoewel de vooruitzichten slecht waren, won Antoine Dénériaz gisteren bij de Olympische Spelen de afdaling. De 29-jarige Fransman was verrassend dé durfal onder de waaghalzen.

Dénériaz behoorde wegens zijn slechte prestaties van dit seizoen in Sestrière allerminst tot de favorieten. Bovendien was hij zo onverstandig geweest de snelste trainingstijd te skiën, wat onder de afdalers als een nadeel wordt gezien, omdat je dan als laatste van de beste dertig moet starten en een uitgesleten piste voor de kiezen krijgt.

Dat Dénériaz desondanks won, was een mirakel, maar tevens de wederopstanding van een afdaler wiens opmars naar de top een jaar geleden ruw werd onderbroken door een ernstige knieblessure. Feitelijk is Dénériaz terug op het niveau waar hij voor zijn medische malheur werd verwacht. Vanaf 2002 skiede Dénériaz geregeld in de toptien; hij won zelfs drie afdalingen, waarvan twee in het Italiaanse Val Gardena.

De lange aanloop naar de top had te maken met zijn stijl. Dénériaz gold als een goede glijder, een esthetische skiër, maar ook iemand die het ontbrak aan pure snelheid. Aangezien afdalers niet worden beloond voor uitvoering, begreep Dénériaz op een goed moment dat hij nog meer lef moest tonen en wat aan zijn bochtentechniek moest doen om een plaats tussen de grote jongens te kunnen opeisen.

Van zijn skifirma Atomic kreeg hij na lang aandringen - men weigerde aanvankelijk uit angst dat Dénériaz aan snelheid zou inboeten - een speciale schoen aangemeten, die soepeler was en hem minder hinderde in de bochten. Het bleek de oplossing van zijn probleem, want de prestaties van Dénériaz verbeterden zienderogen.

Op het moment van oogsten, kwam Dénériaz vorig jaar januari bij een training voor de afdaling in Chamonix ernstig ten val. Met gescheurde kruisbanden van zijn linkerknie werd de Fransman per helikopter afgevoerd. Nog in de lucht besefte Dénériaz dat treuren om zijn noodlot weinig zin had en een spoedig herstel alleen gebaat was bij optimisme. 'Maar er volgden mentaal en fysiek dertien zware maanden', zei Dénériaz gisteren na zijn zege. 'Het vooruitzicht dat ik de Olympische Spelen kon halen, heeft me bij het herstel gemotiveerd. En dat ik nu heb gewonnen is ongelooflijk, maar ook een beloning voor mijn doorzettingsvermogen.'

Hoe opmerkelijk de wederopstandig van Dénériaz ook is, de olympische geschiedenis leert dat een Franse winnaar op de afdaling niet ongewoon is. Vanaf de Winterspelen in 1948 in Sankt-Moritz, toen de afdaling voor het eerst op het programma stond, hebben de Oostenrijkers zes keer gewonnen en de Fransen sinds nu vijf keer.

Historisch gezien zette Dénériaz een traditie voort, zelfs in winnen bij verrassing. Waren Henri Oreiller (1948) en Jean-Claude Killy (Grenoble, 1968) nog de grote favorieten, dat gold zeker niet voor Jean Vuarnet , die in 1960 in Squaw Valley onder anderen de Oostenrijkse grootheid Karl Schranz versloeg. En het gold helemaal niet voor Jean-Luc Cretier, die in 1998 als outsider in Nagano onder slechte omstandigheden de drie keer uitgestelde afdaling won.

Dénériaz mag een onvoorziene winnaar zijn, de gouden medaille kwam gisteren niet in verkeerde handen terecht. Hoe onverstandig een snelle trainingstijd dan ook mag zijn, het was wel een vingerwijzing voor de goede vorm waarin de Fransman verkeerde. Bovendien versloeg Dénériaz de fine fleur op een moeilijke piste. De afdaling in Sestrière was ijzig en technisch zo zwaar, dat de skiërs geen moment de gelegenheid kregen de ideale houding aan te nemen. En dat was vooral een nadeel voor de technisch zeer begaafde Fransman.

Maar Dénériaz verkeerde afgelopen weekeinde in zo'n sterke flow, dat niemand aan zijn race kon tippen. Van de favorieten maakte alleen Michael Walchhofer zijn faam waar. De als tiende gestarte Oostenrijker leek lange tijd de opvolger van zijn landgenoot Fritz Strobl als olympisch kampioen te worden, maar pas de twintigste en laatste aanval op zijn snelle tijd was succesvol. Dénériaz slaagde met startnummer 30, waar vooral de Amerikanen Bode Miller (vijfde plaats) en Daron Rahlves (tiende) faalden. Met hun onverschrokkenheid golden zij op de ijzige piste als de grote favorieten.

Terwijl Rahlves zijn dag niet had, ging van Miller het verhaal dat hij de avond voor de wedstrijd was uitgegaan in het altijd gezellige Sestrière. Althans, dat meldde op grond van eigen waarneming een verslaggever van het persbureau Reuters. Het voedde de opvatting dat de excentrieke Amerikaan niet professioneel genoeg is om te doen wat hij op grond van zijn kwaliteiten zou moeten kunnen: domineren op de afdaling.

Dénériaz was overigens niet de enige die gisteren boven verwachting presteerde. Dat gold ook voor de Zwitser Bruno Kernen, die achter Walchhofer de bronzen medaille opeiste. Niet dat de Zwitser een slecht seizoen skiet, maar een podiumplaats bij de Olympische Spelen was hem toch niet toegedicht. Maar in Sestrière bleek dat ervaring een belangrijke component voor succes was.