Dubbbele liefdeszelfmoord van Turandot en Calaf

De tijd dat Puccini's Turandot werd gezien als een spectaculaire Chinese sprookjesopera met een stralend happy end lijkt in dit land voorgoed voorbij. In 2002 presenteerde de Nederlandse Opera Turandot, door Puccini in 1924 onvoltooid achtergelaten, met een nieuw slot van Luciano Berio, die het macabere sprookje liet uitgaan als een nachtkaars.

Prinses Turandot en prins Calaf hadden elkaar eindelijk gevonden na een lange reeks executies van prinsen die zich eerder aanmeldden als huwelijkskandidaat. Maar hun moeizaam ontstane liefde was hoorbaar en zichtbaar een holle anticlimax. Het paar liep weg in vaal licht, een vage en zelfs desolate toekomst tegemoet.

De Nationale Reisopera gaat in een nieuwe productie van Turandot nog veel verder met het ontluisteren van het sprookje. Aan het slot pleegt Turandot zelfmoord, nadat ze had overwogen Calaf te doden. Vervolgens pleegt Calaf zelfmoord met hetzelfde zwaard. Zojuist had hij zijn bruid Turandot - verworven met gevaar voor eigen leven - nog uitgedaagd hem het leven te benemen: 'Neem het dan! De dood is zo mooi! Laat me sterven!'

Uiteindelijk, na zoveel executies en zo kort na de dood van Calafs vader Timur en zijn slavin Liù, liggen daar in deze enscenering van Charles Edwards nog eens twee extra lijken. Ze waren niet voorzien door schrijver Carlo Gozzi en bewerker Friedrich Schiller, niet door librettisten Giuseppe Adami en Renoto Simoni, niet door Giacomo Puccini en niet door Franco Alfano, die als eerste een slot voor Turandot componeerde.

De lijken van Turandot en Calaf bij de Nationale Reisopera zijn een nieuwe toevoeging aan een lange traditie van tragisch aflopende liefdesaffaires met als beroemdste voorbeelden Romeo en Julia en Tristan en Isolde. Rechtstreeks daarmee te vergelijken is deze dubbele zelfmoord van Turandot en Calaf niet. Maar de liefdesdood van Turandot en Calaf is wel de vervulling van de waarschuwende woorden van Turandots vader, de keizer van China, aan Calaf: 'Je bent verliefd op de dood'.

De Reisopera brengt Turandot voor het eerst in Nederland met het originele slot van Alfano. Bij de wereldpremière in 1926 stopte dirigent Arturo Toscanini na de laatste noot van Puccini. Later klonk een sterk bekorte versie van Alfano's finale: een door alle Chinezen juichend bijgevallen glorieus eerbetoon aan het onnoemelijke geluk van de eeuwige liefde.

Regisseur Charles Edwards verplaatst Turandot naar het Italië van 1926, het jaar van de wereldpremière en de tijd van het opkomende fascisme van Mussolini. Zijn foto hangt in de ministerskamer. Het programmaboek beschrijft uitvoerig Puccini's fascinatie met het fascisme, dat door Toscanini juist werd verfoeid, maar slaagt er niet in die denkbeelden in verband te brengen met Turandot.

De strekking van de opera, zoals we die tot voor kort kenden, was immers juist een afschuw van het totalitaire dat de ijsprinses Turandot kenmerkte. Omdat een verre voormoeder ooit was verkracht en vermoord wil zij wraak nemen op alle mannen die haar begeren. Wie haar drie raadsels niet oplost, wordt meedogenloos gedood. We zien het gebeuren met Calafs falende voorganger, de prins van Perzië. De ministers Ping, Pang en Pong zijn de beulen en na afloop wassen zij, net als Pilatus bij Christus, hun handen in onschuld.

Edwards stapelt bovenop de actualisering naar 1926 en de omdraaiingen van het slot en van de strekking van de opera steeds meer dramaturgische handgrepen op elkaar. Hij situeert de handeling van de opera in een zij-entree van een aftakelend operatheater. Hij laat de geëxecuteerde prins herleven als een doodsengel. En terwijl in een conventionele voorstelling de ijzingwekkende Turandot door Calafs liefde ontdooit tot een normaal mens, zien we haar hier juist voordien twijfelen aan haar eigen imago van ijsprinses. Ze stapt uit haar rol, legt haar Chinese kostuum af, wordt geroerd door de smeekbeden van Liù en voorkomt haar elektrocutie.

De enscenering is complex, rommelig en verwarrend met te veel lagen, losse associaties en plotse 'tijdloze' passages die de permanent opgeschroefde sfeer doorbreken. De aardigste scène is als de Keizer (Hein Meens) verschijnt als de somberende Marlon Brando in zijn rol van The Godfather, die graag een glas drinkt en verreweg de verstandigste is. Hij maant zijn dochter zich aan haar beloftes te houden en hoopt op Calaf als zijn schoonzoon. Hij geeft hem alvast een sigaar. Het is die wereld van mannen onder elkaar waartegen Turandot zich afzet, uit feministische solidariteit.

Dat deze chaotische Turandot, toch nog een redelijk sterke voorstelling blijkt, is te danken aan de muzikale uitvoering door het Orkest van het Oosten en dirigent Ed Spanjaard. Hij staat boven de partituur en speelt er op superieure wijze mee, in dienst van de productie als geheel, die extreem dramatisch en zeer effectrijk is.

Ook het zingen gebeurt door alle solisten steeds met enorme inzet al kan men met objectieve en conventionele maatstaven op de individuele prestaties nogal wat aanmerken. Maar de personages en de zangprestaties passen bij elkaar. De Liù van Machteld Baumans is een deerniswekkend schepseltje. Lisa Livingstone is als Turandot verre van kil maar borrelt net als haar zeer vibratorijke stem over van emoties. Frank van Aken is als Calaf niet de supertenor met de moeiteloze hoge c's. Zijn Nessun dorma legde het duidelijk af tegen wat Luciano Pavarotti, ver op zijn retour, vrijdag bij de opening van de Olympische Spelen in Turijn nog presteerde in dit topnummer.

Maar deze Turandot is de conventie dan ook ver voorbij. Het premièrepubliek werd zaterdag in Apeldoorn in de foyer verwelkomd en uitgeleide gedaan door een levende accordeonist. En na afloop kreeg men een glas sproedelwijn. Was er iets te vieren?

Voorstelling: Turandot van G. Puccini door de Nationale Reisopera en Orkest van het Oosten o.l.v. Ed Spanjaard. Kostuums: Gabrielle Dalton; decor, licht en regie: Charles Edwards. Gezien: 11/2 Orpheus Apeldoorn. Tournee t/m 31/3. Inl.: www.reisopera.nl