Derde jeugd voor het groene dak

Het Sportpaleis in Antwerpen loopt deze week weer vol voor de Diamond Games, het vrouwentennistoernooi, met Kim Clijsters als publiekstrekker. Toch dankt het de jongste opleving meer aan evenementen dan aan sport. Ooit stond de fiets centraal.

Antwerpen, Sinjorenstede!

Sla het heuglijk sportfeit na.

De Zesdaagse wordt gereden

Op uw grond! Hip hip hoera!

Met dit karamellenrijm uit het Lied voor het Sportpaleis werd in februari 1934 de eerste wielerzesdaagse in het Antwerpse Sportpaleis geopend. Zes Antwerpse ondernemers brachten voldoende geld bijeen voor een bouwwerk dat tegemoet kwam aan de aspiraties van de ietwat megalomane Antwerpenaars: een overdekte wielerbaan, groter dan een voetbalveld; een nieuwe trekpleister en een symbool van de vooruitgangsgedachte die de stad volop in zijn greep had. Drie aannemers gingen failliet, maar dat kon het geloof in de haalbaarheid van een moderne tempel voor het baanwielrennen niet temperen.

De stad aan de Schelde beleefde de hoogtijdagen van het interbellum. De hoogste bewoonde wolkenkrabber van Europa, twee tunnels onder de Schelde, de grootste zeesluis ter wereld. De Antwerpenaars waren al wat gewend toen op 1 oktober 1933 het Sportpaleis de deuren opende. Maar toch stonden ze stijf van bewondering voor het bouwwerk, 132 meter lang , 88 meter breed en een overkapping van 11.600 m² zonder ondersteuning: de grootste constructie van zijn soort op dat moment. Pronkstuk was de houten wielerbaan van 250 meter lang en 8 meter breed, netjes bijeengehouden door tweeduizend kilogram aan nagels. Het grasgroene dak werd al snel een nieuw stadsgezicht en is ruim zeventig jaar later nog steeds een herkenningspunt langs het viaduct van Merksem.

Pijnenburg en Wals! De mannen

die in Brussel , Amsterdam

steeds hun overwinningsplannen

doordreven vol vuur en vlam.

Die eerste avond kreeg het Sportpaleis twintigduizend bezoekers over de vloer voor een wielerinterland tussen België en Holland, het startschot voor een paar decennia vol succesvolle zesdaagsen. 'Die zesdaagsen waren een week lang feest, topevenementen met ruim 200.000 bezoekers. De mannen namen een week vrij om het spektakel mee te maken, het was de Antwerpse versie van carnaval, met optochten en miss-verkiezingen', vertelt Georges van Cauwenbergh, een Antwerps stadshistoricus.

Niet zelden domineerden de Nederlanders, zoals het duo Jan Pijnenburg en Cor Wals, winnaars van de eerste zesdaagse. Het duo werd door het chauvinistische publiek uitgejouwd, de Belgische wielerbond strafte de Belgische deelnemers met een boete van vijfhonderd frank (nu 12,50 euro) wegens een gebrek aan inzet.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog liep het Sportpaleis elk jaar in februari vol voor het wielerfeest. De bezetting veranderde dat. Het einde van WO II betekende ook bijna het einde van de populaire accommodatie. Het Canadese bevrijdingsleger zocht bescherming onder het groene dak, maar het terugtrekkende Duitse leger bestookte het gebouw met ruim 220 obussen en granaten. De muren overleefden, maar de houten wielerpiste was onbruikbaar geworden.

'Het is een onwaarschijnlijk sterk gebouw, niet stuk te krijgen. De muren en de fundamenten zijn veel te dik, maar de architecten wilden geen risico nemen', zegt Jan van Esbroeck, een van de initiatiefnemers van de jaarlijkse Night of the Proms en huidig beheerder van de evenementenzaal. 'Het is een beetje een bunker, maar dat was ook de redding van het gebouw.'

De wielerpiste werd snel hersteld, maar de uitbaters hadden aan wielrennen alleen niet langer genoeg om de eindjes aan elkaar te knopen. Dus werden tal van evenementen naar Antwerpen gehaald. Dankzij de basketbaltovenaars van de Harlem Globetrotters, de Wiener IJsrevue en later Disney on Ice, het Russisch Staatscircus en boksgala's met onder meer een titelgevecht tussen de Amerikaan Ray Sugar Robinson en de Nederlander Pieter de Bruin beleefde het Sportpaleis een tweede jeugd.

Allen zullen zich doen gelden,

Niet versagen! Is de plicht,

Koppig kop houden de helden,

Stormend in het schoonste licht.

Toch waren het uiteindelijk weer de baanwielrenners die voor de hoogtepunten zorgden, al was het meest besproken moment uit de geschiedenis van het Sportpaleis tegelijk ook het grootste dieptepunt. Op 29 september 1956 kwam Stan Ockers tijdens zijn 116de optreden in Merksem op de piste zwaar ten val. Stanneke, een Borgerhoutenaar die een jaar eerder op 34-jarige leeftijd nog Luik-Bastenaken-Luik, de Waalse Pijl en het WK had gewonnen, overleed enkele dagen later aan een schedelbreuk. De winnaar van de groene trui in de Ronde van Franrkijk van 1956 kreeg een begrafenis met koninklijke eer, de drukst bijgewoonde bijeenkomst van dat jaar in Vlaanderen, met tienduizenden rouwenden om de kist. De toen 11-jarige Eddy Merckx zwoer daar dat hij in de voetsporen van zijn grote voorbeeld wou treden.

Na de tragische dood van Stan Ockers ging het ook met het Sportpaleis bergaf, ondanks een opleving in 1966 met het afscheid van Rik van Steenbergen, een andere legendarische naam uit het Belgische wielrennen. In 1983 werd de laatste editie gereden, een nieuwe poging in 1987 mislukte faliekant.

Heel de wereld houdt nu de oogen

Op ons Sportpaleis gevest!

Allen dus daarheen getogen.

Houden mannekes. Doet uw best!

Ondertussen was het Sportpaleis al overgenomen door de Brusselse groep City 7, die met het mannentennistoernooi European Community Championship even het tij kon keren. Ivan Lendl, John McEnroe en Mats Wilander konden de Antwerpenaar weer met zijn Sportpaleis verzoenen, maar de hal teerde toch vooral op subsidies van stad en provincie. 'Begin jaren negentig hebben we er de stekker uitgehaald', zegt Frank Geudens, verantwoordelijk voor de begroting van het provinciebestuur. De redding kwam van twee studenten: Jan van Esbroeck en Jan Vereecke, die furore maakten met hun Night of the Proms, een evenement dat klassieke en populaire muziek met elkaar verzoent. De provincie werd eigenaar, de 'Jannen' namen de uitbating voor hun rekening. In het jaar van het faillissement waren er nauwelijks twintig evenementen en 200.000 bezoekers. Nu zijn er ruim honderd evenementen en anderhalf miljoen bezoekers.

Met sport heeft het allemaal niet veel meer te maken, het gros van de activiteiten bestaat uit concerten. De populaire Vlaamse groep Clouseau vult ieder jaar in de kerstperiode een tiental avonden de hal, maar ook Frans Bauer, Coldplay, U2, Tina Turner, Eric Clapton en Prince traden op. 'Sport is niet langer rendabel. Op een zesdaagse komen nog vierduizend mensen per avond af. In een kleinere zaal als het Gentse Kuipke kan dat, maar hier zie je die gewoon niet zitten', weet Van Esbroeck.

Om de sportliefhebbers tevreden te houden begint dit jaar de bouw van een 'Baby Sportpaleis', een topsporthal van 12 miljoen euro met vijfduizend zitjes vlakbij het groene dak. Het grote Sportpaleis onderging onder invloed van de twee Jannen ondertussen een derde metamorfose. Een nieuw voorgebouw en een vip-centrum hebben het ouderwetse Sportpaleis de 21ste eeuw ingeloodst. Alleen de Diamond Games, met iets meer dan 100.00 bezoekers het best bezochte indoortoernooi van het vrouwencircuit, herinneren nog aan de sportieve traditie van het paleis. En vreemde winnaars worden er al lang niet meer uitgejouwd.