Cito voor alles

Scholen in achterstandswijken van de grote steden hebben veel leerlingen die slecht meekomen met taal en rekenen. Maar het gaat te ver om de ogen te sluiten voor deze problemen door leerlingen op deze scholen niet te laten meedoen aan de landelijke Cito-toets. Die toets meet door meerkeuzevragen de reken- en taalvaardigheden van een kind in de hoogste klas van de basisschool. Op sommige scholen in Amsterdam en Rotterdam mogen vier op de tien leerlingen niet meedoen. Zo wordt hun de kans ontzegd op meting van reken- en taalvaardigheid met een geobjectiveerde standaard. Bovendien wordt het al te gemakkelijk voor de leiding om op deze manier de gemiddelde eindscore van de school kunstmatig te verhogen. Daar is de individuele leerling niet bij gebaat.

Elke toets heeft zijn beperkingen, en dat geldt ook voor de Citotoets. Deze meet niet of kinderen sociale vaardigheden bezitten, goed zijn in gym of handig met de computer of kleine reparaties. Maar voor de op de denkvakken gerichte havo en het voorbereidende wetenschappelijke onderwijs zijn taal- en rekenvaardigheden van kinderen belangrijk. Vandaar dat steeds meer middelbare scholen behalve een gunstig advies van de leerkracht van de basisschool een minimumscore eisen op de Cito-toets. Het is een welkome aanvulling op de beoordeling door de leerkracht. Leerlingen en hun ouders hebben recht om aan het einde van de basisschool te weten hoe de scores in vergelijking met anderen uitvalt. Van de toets uitgesloten leerlingen en hun ouders kunnen op latere leeftijd bitter worden over gemiste kansen. Zelfwaardering van kinderen is belangrijk, maar ze mogen niet in de illusie worden gelaten dat ze dokter kunnen worden als ze daar niet toe in staat zijn. Voor het zelfvertrouwen van kinderen begint de Cito-toets al met een royale minimum-score van 525 met 550 als maximum.

Met andere toetsen dan de Cito moet ook kunnen worden geƫxperimenteerd. Als de middelbare scholen de resultaten maar accepteren voor de toelating en alle leerlingen aan de toetsen mogen meedoen. De Cito-toets heeft wel als voordeel dat er veel ervaring mee is, zodat het verband tussen de uitslag en het verdere verloop van de middelbare schoolloopbaan kan worden onderzocht. Hij kan desgewenst worden aangepast. Omdat scholen vrijer worden gelaten in de inrichting van het onderwijs, is een standaard voor onderlinge vergelijking des te harder nodig. Daarbij zijn scholen met veel achterstandsleerlingen in het nadeel, omdat ze lager scoren dan gemiddeld. Maar de eindresultaten kunnen ze vergelijken met toetsresultaten uit lagere klassen. Het verschil geeft aan wat leerlingen op school hebben geleerd. Dat bepaalt de kwaliteit van de opleiding.

Politici en bestuurders horen te weten hoe het met het algemene onderwijspeil in Nederland is gesteld. Doordat steeds meer achterstandsleerlingen van de toets werden uitgesloten, kregen bestuurders en toezichthouders een te rooskleurig beeld van het onderwijs in de arme grotestadswijken. De meerderheid van de Tweede Kamer keert zich terecht tegen de uitsluiting van leerlingen van toetsen. Op de basisschool horen alle leerlingen een gelijke kans te krijgen, dus horen ze aan dezelfde toets te kunnen meedoen.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het hoofdartikel Cito voor alles (13 februari, pagina 7) over de Cito-toets staat dat de ondergrens van de score 525 is. Dit moet 501 zijn.