Cartoon

Een klein taalkundig terzijde in het debat over de Deense cartoons: het is opmerkelijk dat vrijwel iedereen het de hele tijd over cartoons heeft. Je zou bijna gaan denken dat voor dergelijke tekeningen geen ander woord bestaat. Dat is natuurlijk niet zo. Cartoon is een recent Engels leenwoord. In de digitale krantenarchieven duikt het aan het begin van de 20ste eeuw voor het eerst op. De Grote Van Dale kent het pas sinds 1961. Voor die tijd, grofweg vanaf eind 18de eeuw, was het gebruikelijk te spreken van karikatuur of spotprent.

Spotprent wordt ook nu nog gebruikt. Als je op internet zoekt op 'Deense cartoons', 'Deense spotprenten' en 'Deense karikaturen', dan zie je dat het woord karikatuur in deze kwestie vrijwel het loodje heeft gelegd. En cartoons komt in deze verbinding ongeveer drie keer zo vaak voor als spotprenten. Dit zal ook komen doordat het lekker kort is, waardoor het beter in krantenkoppen past.

Afgaand op de definities in de Grote Van Dale zou je denken dat een cartoon aanvankelijk iets heel anders was dan een spotprent of karikatuur. In 1961 vermeldde dit woordenboek de volgende definitie van cartoon: 'getekende mop, grappig plaatje'. Er stond nog bij dat het uit het Amerikaans-Engels kwam.

Spotprent had indertijd een minder onschuldige betekenis. Dat was een 'prent waardoor iets of iemand bespot wordt, inzonderheid politieke karikatuur'. De definitie van karikatuur was nog pittiger. Daaronder verstond men in 1961, aldus Van Dale, een 'afbeelding die door overdrijving of vergroting van enige der meest kenmerkende vormen, trekken of eigenschappen, iets of iemand belachelijk zoekt te maken'.

Inmiddels zijn de verschillen tussen deze drie woorden weggevallen. Volgens de nieuwste Grote Van Dale is een cartoon geen 'grappig plaatje' meer, maar een 'spotprent in een krant of periodiek, waarin actuele gebeurtenissen of mensen uit het nieuws worden gehekeld'. Je kunt je afvragen of dit op Mohammed van toepassing is, maar goed.

Dat het woord karikatuur inmiddels in doodsnood verkeert, verbaast me overigens niks. Vooral in verbogen vorm is het een tongbreker. Als ik karikaturaal wil uitspreken, moet ik in gedachten eerst een aanloopje nemen: het is karikatuur, dus dan moet het karikatu-raal zijn. Maar zelfs na zo'n aanloop is het vaak misgegaan. Karikaturaal is een woord waar ik geregeld halverwege in ben blijven steken ('dat is inderdaad karakteriru') en daarom gebruik ik het liever niet. Doe mij maar cartoonesk.

Is cartoon eigenlijk zonder slag of stoot in het Nederlands opgenomen? Het is immers een Engels leenwoord, en zoals bekend richtte het taalkundige verzet zich ná de Tweede Wereldoorlog voornamelijk tegen anglicismen. Op echt grote weerstand lijkt cartoon echter niet te zijn gestuit. In 1949 schreef de Groene Amsterdammer: 'Bij tijd en wijle wordt op deze pagina een caricaturist bij u geïntroduceerd (wij bedoelen natuuurlijk cartoonist, maar Engelse woorden mogen eigenlijk niet gebruikt worden).' En in 1965 signaleerde het tijdschrift Onze Taal cartoon in een afkeurend artikel getiteld 'Engels in Nederland: iets over linguïstische infiltratie'.

Zó Engels is cartoon trouwens niet. Dat wil zeggen: de betekenis 'spotprent' is halverwege de 19de eeuw in het spotzieke Engeland ontstaan, maar de woordvorm gaat via het Frans terug op het Italiaanse cartone, dat 'karton' betekent. Bij ons is neuzenprent nog een tijdje in zwang geweest, omdat mensen op een karikatuur doorgaans met een 'ongewone neus' worden afgebeeld, maar dat was geen succes. De grote winnaar is nu cartoon, als onbedoeld bijeffect van een onbedoelde Deense rel.