Zonder vrije wil is het leven nog wel leefbaar 1

In haar artikel ‘Zonder de illusie van de vrije wil wordt alles zinloos’ (NRC Handelsblad, 1 februari), stelt Beatrijs Ritsema dat – hoewel het wetenschappelijk bewijs tegen de vrije wil zich opstapelt – de maatschappij niet zonder deze illusie kan functioneren.

Straf, beloning en opvoeding zouden zonder vrije wil zinloos zijn, daar een ieder onmogelijk anders kan handelen dan hij feitelijk hééft gehandeld.

Dit is een misvatting. Het ontbreken van vrije wil sluit het aan- of afleren van bepaald gedrag helemaal niet uit. Zoals een lerende schaakcomputer vaker een strategie inzet wanneer die tot winst leidt, zo kan ook het menselijk - én dierlijk brein tot ander gedrag komen door positieve of negatieve feedback. En net zomin als een schaakcomputer, een vis of een rat, allemaal in staat tot leren, daarvoor een vrije wil nodig hebben, hebben wij dit ook niet nodig. Beloning en straf veranderen de ‘instellingen’ van het brein, zowel die van de misdadiger als van hen die met plannen voor een misdaad rondlopen.

Dat laat onverlet dat – áls vrije wil niet bestaat – wraakgevoelens inderdaad iedere grond missen. Het wérkt soms wel: de woede van anderen wordt als negatief ervaren en remt daarmee het gedrag, maar feitelijke verantwoordelijkheid voor een daad bestaat dan niet. Dawkins stelt het wel erg koud, wanneer hij de juiste behandeling van een misdadiger beschrijft als het sleutelen aan een kapotte motor, maar eigenlijk komt het daar wel op neer. Het enige wat wij voor het opgeven van de illusie van de vrije wil moeten verlaten, zijn onze zelfingenomen wraakgevoelens. We mogen nog altijd straffen en belonen. Daar valt uiteindelijk wel mee te leven.