'Zó wild zou een leerling het nooit durven'

Het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen onderzocht tien 'valse' Rembrandts in de eigen collectie en ontdekte dat er twee echt waren. Ze hangen nu op de tentoonstelling 'Rembrandt?' Hoe herken je de hand van de meester?

,,Dit was vroeger de trots van ons museum.' Eva de la Fuente Pedersen, conservator van het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen, kijkt naar een schilderij met de titel De maaltijd in Emmaus. ,,Het had altijd een hele prominente plek, want het was onze laatste Rembrandt. Maar in 1987 schreef het Rembrandt Research Project het af als een kopie. We zijn hier altijd blijven hopen dat het toch een echte was. Nu, na uitgebreid onderzoek, weten we zeker dat het een werk van een leerling is.'

Ooit, aan het begin van de twintigste eeuw, bezat Denemarkens voornaamste museum tien Rembrandts. Dat aantal nam in de loop der jaren gestaag af. In 1946 al bleek dat de helft van de werken was geschilderd door navolgers of leerlingen van Rembrandt. Sinds 1969 stond er nog maar één schilderij op de lijst. Wereldwijd kromp het oeuvre van Rembrandt de afgelopen eeuw van ruim zevenhonderd schilderijen in 1920 tot de huidige stand van circa driehonderd. Een afname die voor een groot deel te danken is aan de kritische blik van de Nederlandse wetenschappers van het Rembrandt Research Project, ook wel bekend als de Rembrandt-politie.

Drie jaar geleden besloot het Statens Museum om, in de aanloop naar de viering van Rembrandts vierhonderdste geboortedag, de tien nep-Rembrandts te onderzoeken. Want als de meester ze niet geschilderd had, wie dan wel? Met hulp van het Rembrandt Research Project werden de schilderijen onderworpen aan technische analyses zoals röntgenfotografie en dendrochronologie (houtdatering). Groot was de verbazing toen bleek dat twee stukken, De Kruisvaarder (1659-1661) en Studie van een oude man in profiel (1630), toch echt bleken te zijn.

Op de tentoonstelling Rembrandt? The Master and his Workshop hangen de herontdekkingen nu zij aan zij met topstukken uit de rest van de wereld, zoals Lucretia (1664) uit de National Gallery in Washington en Hendrickje Stoffels (1654-1660) uit het Metropolitan Museum in New York. Met in totaal honderd schilderijen, etsen en tekeningen is het de grootste Rembrandt-tentoonstelling ooit in Denemarken gehouden. Werken van Rembrandts leerlingen en tijdgenoten, onder wie Jan Lievens, Govert Flinck en Gerrit Dou maken deel uit van de tentoonstelling, maar - en dat is uitzonderlijk - ook vervalsingen worden getoond. Op die manier kan het publiek zelf vergelijkingen maken. Is deze van Rembrandt of toch niet? En was hij nu echt zoveel beter dan de rest?

Eva de la Fuente Pedersen, de 45-jarige samensteller van de tentoonstelling, vindt van wel. Aan de vooravond van de opening wandelt ze door de nog verlaten zalen en houdt halt bij het schilderij Simeons lofzang, een bijbelse voorstelling uit 1631 die geleend is van het Haagse Mauritshuis. ,,De mantel van Simeon lijkt heel nauwkeurig geschilderd', legt ze uit. ,,Maar als je goed kijkt zie je dat het allemaal kleine vlekjes gele en lila verf zijn die van een afstandje bekeken een perfecte brokaten mantel met bonten voering vormen. Met die ruwe, optische manier van schilderen was Rembrandt zijn tijd ver vooruit. In de zeventiende eeuw was fijnschilderen de norm, maar daar trok hij zich niets van aan. Hij schilderde gewoon zoals hij het zelf mooi vond.'

In zijn latere werken schilderde Rembrandt nog radicaler. De muts die hij draagt in het zelfportret uit zijn sterfjaar 1669 is, heel gedurfd, met één enkele verfstreek neergezet. Het is precies deze ontwikkeling in stijl, van fijn naar grof, die de Rembrandt-kenners lange tijd op het verkeerde been heeft gezet. ,,Tot nu toe werd altijd gedacht dat Rembrandt een lineaire ontwikkeling had doorgemaakt', vertelt De la Fuente Pedersen. ,,Maar inmiddels weten we dat hij ook in zijn vroege Leidse jaren al experimenteerde met een vrijere manier van schilderen.'

Dankzij die nieuwe kunsthistorische inzichten kon Studie van een oude man in profiel alsnog aan Rembrandt worden toegeschreven. Het paneeltje is niet veel groter dan een ansichtkaart, en toch is het gezicht van de man met grove kwaststreken opgezet. Met een dikke klodder witte verf wordt een glimmend voorhoofd gesuggereerd. Een paar trefzekere toetsen zijn genoeg om een realistisch, roodomrand oog neer te zetten. De oplichtende grijze haartjes lijken los op de schedel te liggen.

Van de andere ontdekking, De Kruisvaarder, werd tot nu toe gedacht dat het een negentiende-eeuwse kopie was. Het zou veel te losjes geschilderd zijn voor een zeventiende-eeuws schilderij. Maar technisch onderzoek wees uit dat het doek geprepareerd is met een soort kwarts die alleen in het atelier van Rembrandt werd gebruikt. Bovendien bleek het linnen afkomstig van dezelfde rol als andere werken van Rembrandt. ,,Toen we dat wisten, zijn we met heel andere ogen naar het schilderij gaan kijken', zegt De la Fuente Pedersen. ,,Was het door een leerling geschilderd, of toch door hemzelf?'

Volgens de conservator kan alleen een genie als Rembrandt het werk gemaakt hebben - een leerling zou nooit zo wild hebben durven schilderen. Bovendien is de hand van de meester volgens haar duidelijk te zien. Ze wijst op de haardos van de geportretteerde man. ,,Zie je die krassen naast zijn jukbeen? Die zijn heel kenmerkend voor Rembrandt. Hij draaide de kwast om en kraste met het harde uiteinde in de nog natte verf. Ook de manier waarop de ogen geschilderd zijn is typisch Rembrandt. In de donkere partijen is de grijsgroene ondergrond zichtbaar gebleven. Rembrandt werkte van donker naar licht. Niemand anders dan hij kon verf zo op het doek krijgen.'

Er zullen sceptici zijn die vraagtekens plaatsen bij alle nieuwe Rembrandts die ontdekt worden, precies nu het Rembrandtjaar van start is gegaan. Maar volgens Eva de la Fuente Pedersen heeft het één juist met het ander te maken. ,,Vanwege het Rembrandtjaar wordt er onderzoek gedaan naar werken die jarenlang in depots hebben gelegen. Alle nieuwe toeschrijvingen zijn studies - grof geschilderde werken die altijd genegeerd werden omdat niemand geloofde dat het Rembrandts zouden kunnen zijn.'

Daarbij eist het Rembrandtjaar ook slachtoffers. Van De maaltijd in Emmaus is nu onomstotelijk vast komen te staan dat het geen Rembrandt is. Ook De la Fuente Pedersen is daar inmiddels van overtuigd. ,,Als dit een Rembrandt was, dan zou het gezicht van de staande man rechts veel meer expressie gehad hebben. Er zou meer licht hebben geschenen op de Christusfiguur in het midden. En de man op de voorgrond zou niet zo in het oneindige staren. Rembrandt liet de figuren op zijn schilderijen namelijk altijd met elkaar communiceren. Bovendien is het kader, een trompe-l'oeil met gordijn, niet erg overtuigend. Dat had Rembrandt beter gedaan.'

Aanknopingspunten die het ex-topstuk zouden kunnen herleiden tot een andere bekende naam, zijn er voorlopig nog niet. Het moet in de nabijheid van Rembrandt ontstaan zijn, want ook dit schilderij is geprepareerd met kwarts uit zijn atelier. Misschien dat het in de toekomst weer het predikaat Rembrandt mag dragen. Maar voorlopig hangt er een bordje naast met 'Anonieme leerling'.

Rembrandt? The Master and his Workshop. T/m 14 mei in Statens Museum for Kunst, Solvgade 48-50, Kopenhagen. Inl: www.smk.dk