Wie zwijgt, is een ezel; Midden Oosten

De woede van moslims over de Deense spotprenten heeft nog andere oorzaken dan alleen religieuze. Opruiing, bijvoorbeeld. Opgeschrikt Europa reageerde laat en volgens velen te slap. De idealen zijn hooggestemd, maar de verklaringen omfloerst. Berichten van twee fronten en een verkenning langs de grenzen van de spot.

Een nering in vlaggen. Ach, hoe vaak droomt Nafez Al-Kahlout, vriend en vaste chauffeur in de Gazastrook, niet van zijn eigen speciaalzaak, die hij volgend jaar - inshallah - zal openen. Een handel in vlaggen om triomfen te vieren. Om de betonnen grijsheid van straten kleur te geven, om de territoria van de militante organisaties af te bakenen. En vlaggen om te vertrappen, te verscheuren en te verbranden.

'Goed voor de omzet. Wij, Palestijnen, houden van vlaggen en wij houden van demonstreren, we doen het iedere week. Er is niets anders. Wist je dat Ahmed Abu Dayya van de PLO Flagshop stinkend rijk is geworden. Eerst met PLO-vlaggen, toen met de productie van Hamas- en Fatahvlaggen en nu met Deense en Noorse vlaggen. Daar vraagt hij elf dollar voor. Hij heeft deze bullshit over die tekeningen zien aankomen. Pffff, slim hè', peinst Nafez jaloers. De opwinding rondom het gebouw van de Europese Commissie in Gazastad, die we vanaf de overkant van de straat gadeslaan, maakt commerciële instincten in hem los.

Een groepje van hooguit twintig gemaskerde en gewapende jongeren is al in hogere sferen en heeft het gesloten gebouw 'bezet' om namens 1,3 miljard moslims excuses te eisen van Europa - Denemarken voorop - wegens het beledigen van de profeet Mohammed. Twee jongens zijn op het dak van het verlaten gebouw geklommen, een hangt over een afdak, de anderen staan in de tuin te scanderen dat alle Denen dood moeten.

Pas na aankomst van twee Palestijnse tv-ploegen die werken op bestelling van Deense en Noorse tv-stations, wordt na klungelig gepriegel met aanstekers een Deense vlag in brand gestoken. 'Mmmm, schorem, daar gaat elf dollar. Hoe komen ze aan dat geld,' bromt Nafez. Als een van de twaalf demonstranten te dicht bij zijn gele stretched Mercedes komt, blaft hij: 'Ghalas, habibi.'(Donder op, vriend)

De vervaarlijk ogende jongen scheldt eerst terug, maar bedenkt zich als de ongewapende Nafez, lid van een grote, machtige familie, een stap in zijn richting zet. Hij rent weg naar zijn makkers. Als een andere jongen een vlag in brand steekt, dooft fotograaf Khalid van Associated Press zijn sigaret en gaat aan het werk. Fotografen van Reuters en AFP volgen hem. Khalid, die Engels spreekt met een zwaar Amerikaans accent, weet waar krantenredacties van houden: 'Time to make money. Come on guys, show me some passion.'

Een overbodige aanmoediging, bovendien spreken de jongens geen woord Engels. Na een opgewonden uurtje arriveert de politie. Even lijkt een confrontatie onvermijdelijk, er wordt geduwd en getrokken, maar dan stapt een niet meer zo jonge, licht grijzende man met een getrimde baard op de demonstranten af en maant hen kalm te blijven en te vertrekken. Zij luisteren gehoorzaam.

De hartstochtelijke woede verdwijnt als sneeuw voor de zon. Het groepje gemaskerde jongens -een allegaartje van Al-Aqsa Martelarenbrigades en Islamitische Jihadisten -trekt zich terug in een falafelrestaurant. Demonstreren maakt hongerig. De mysterieuze man, een leider van Islamitische Jihad, is uit het zicht verdwenen.

In de Strook van Gaza is demonstreren concurreren, de jonge brigadisten en jihadisten zijn de instrumenten in de voortdurende wedijver tussen de verschillende militante organisaties. Er is puntenwinst op het machtige Hamas geboekt. Wat Hamas in de afgelopen jaren heeft gedaan, wordt nu gekopieerd.

Woede is ook politiek, woede is bijna altijd politiek.

Diezelfde avond zien Denen en Noren tv-beelden van een ogenschijnlijk heftige demonstratie en krantenlezers worden getrakteerd op het angstaanjagende beeld van een paar gemaskerde jongeren die vlaggen verbranden. Het lijkt, zoals zo vaak, op de televisie en de krant ruiger dan in werkelijkheid het geval was.

Vergeleken bij deze heftigheid zijn de acties bij de Europese Commissie een tamme bedoening. Maar de hysterische woede, de door een menigte van honderdduizenden golvende haat die aan de oppervlakte kwam bij de begrafenis van de islamitische sjeik Achmed Yassin, die in 2004 werd geliquideerd, ontbreekt. Voor echte hysterie moet er bloed gevloeid zijn. Palestijns bloed vergoten door Israëliërs, of zoals de Palestijnen meestal zeggen al-yehudi, de joden.Alleen dan huilen vrouwen echte tranen, dan verandert theatraal gelamenteer in ongeveinsd verdriet.

Niettemin, de bedreiging en de sluiting van een diplomatieke missie is een onomstotelijk feit.

Drie etmalen later laaien in Hebron de passies weer op. Een paar honderd middelbare scholieren bestormen het gebouw van de Temporary International Presence in Hebron (TIPH). Een onverwachte en korte uitbarsting. Wereldnieuws, gemaakt in amper tien minuten. Bij onze aankomst zijn de zestig Turkse, Zweedse en Noorse waarnemers die toezien op de uitvoering van een plaatselijk vredesakkoord tussen Palestijnen en joodse kolonisten in de stad, al vliegensvlug geëvacueerd. Door het Israëlische leger. 'Wat een schande, wat een blamage voor ons Palestijnen', zucht Safwan Sughier, rijschoolhouder en onafhankelijk lid van de gemeenteraad. Over de vraag of het om een spontane of georganiseerde actie gaat, denkt hij niet lang na: 'Die jongens zijn opgehitst.'

Is er een andere verklaring voor het feit dat zij tijdens schooltijd de klaslokalen verlieten om stenen te gooien? Waar waren de leraren, de politieagenten? Als dag in dag uit in de moskeeën wordt opgeroepen de islam te verdedigen, kunnen uitbarstingen niet uitblijven. En die ochtend en avond daarvoor hebben de Arabische radiostations de vrijdagse preken van de Egyptische sjeik Yousef A-Qaradhwai uitgezonden. De leider van de Moslimbroederschap had iedereen in het Huis van de Islam opgeroepen 'op te staan in woede en zich als leeuwen te verdedigen.'

Wie zwijgt, zei de sjeik, is een ezel. In conservatief Hebron, waar Hamas, de Palestijnse tak van de Moslimbroederschap domineert en wordt beconcurreerd door het nog strengere Tahrir, wegen die woorden zwaar. Wie wil er nou een ezel zijn? Oproepen van de groot-mufti van Jeruzalem, de geleerde, zachtaardige dr Ekrima Sa'eed Sabri om vreedzame demonstraties te houden, worden in het Midden-Oosten straal genegeerd. De Jeruzalemse groot-mufti van de Al-Aqsamoskee op de Haram as-Sharif, de derde heilige plaats in de wereld van de moslims, isoverweldigd door de gebeurtenissen en erkent volmondig 'de woede van de echte gelovigen' niet te kunnen beteugelen.

Tijdens een gesprek bij hem thuis ontvangt de groot-mufti telefoontjes van katholieke en Grieks-orthodoxe aartsbisschoppen in het Midden-Oosten die hem 'bemoedigen, omdat ook zij de sarcastische afbeeldingen veroordelen.'Zij weten, zegt de groot-mufti, dat het voor de hele wereld goed is als de moslims worden gerespecteerd. Op de vraag of een ondubbelzinnige preek tegen het gewelddadige protest op zijn plaats is, schudt hij glimlachend zijn hoofd. Nee.

Naij Dana, een linkse student in Hebron, die pas in Amsterdam is geweest, zegt later op de avond via de telefoon: 'In Amsterdam steken jongeren hun energie in rock, seks en ecstasy, hier hebben we alleen religie, voetbal en Hamas. Seks is verboden, dan krijg je dit.'

Schrijver en dichter Zakaria Mohammed (Nablus, 1951) zucht diep en roert driftig in zijn cappuccino. 'We maken onszelf kapot met dit soort geweld. Ik weet het, er zijn geen doden gevallen, we hebben grotere demonstraties gezien, maar dit werkt als een boemerang. Het is een vorm van geweld die zich tegen onszelf richt. De ironie is dat alle vooroordelen worden bevestigd', zegt de schrijver van boeken, toneelstukken en dichtbundels, die behalve in de hele Arabische wereld ook verschenen zijn in Frankrijk en Groot-Brittannië.

Geboren in Nablus en opgegroeid in Amman, Bagdad, Damascus en Beiroet, is Zakaria Mohammed de interessantste gesprekspartner over de 'Arabische woede'', had de Israëlische schrijver en hoogleraar literatuur en arabistiek A. B. Yehoshua geadviseerd. Overigens pas na een krachtige, relativerende waarschuwing te hebben geventileerd: 'Nou, nou, Arabische razernij. Wat een thema. Verander het bijvoegelijk naamwoord eens in Afrikaans. Wat krijg je dan. Ik verzeker je dat ik als jood liever te maken heb met de woede van de Arabieren dan met de barbaarse Europeanen. Of zijn we de concentratiekampen, de gaskamers, de goelags en de val van Joegoslavië, waar in een paar maanden meer doden vielen dan in alle Arabisch-Israëlische oorlogen bij elkaar, vergeten?'

Dat hoofdredacteuren in Europa zich gedwongen voelen de vrijheid van de pers te verdedigen, ontlokt hoongelach bij een van Israëls meest gevierde schrijvers: 'Mijn God, ik wist niet dat de persvrijheid in gevaar was! Daar heb ik onlangsin Parijs, Rome en Londen weinig van gemerkt. Ach, vrijheid van de pers, kom nou toch, het zijn allemaal grote woorden om ongevoeligheid, domheid en slechte smaak te verbergen.'

Een verrassende reactie van een schrijver - maar niet van een telg van een driehonderd jaar oude Jeruzalemse familie. Yehoshua: 'Overgevoelig? Het zijn nu de moslims die gekwetst zijn. Normaal zijn de joden het mikpunt.' Een sentiment dat gedeeld wordt door alle Israëlische media, die, met het progressieve dagblad Haaretz de publicatie van de tekeningen hebben veroordeeld. Niet één krant of weekblad heeft de Europese perscampagne gesteund.

Mohammed glimlacht: 'Yehoshua heeft niet helemaal ongelijk'.

Hij vertelt: 'Ik ben een man zonder God, ik ben de seculierste Palestijn. Ik haat Hamas, ik haat de extremisten. Ze hebben mij een paar jaar geleden in elkaar geslagen bij een moskee, omdat ik iets had geschreven wat hen niet zinde. Dat is één vorm van woede, van religieuze energie die explodeert. De woede die we nu zien - ik weet zeker dat geen Europeaan daar het fijne van begrijpt. Deze woede heeft een andere bron; het is de machteloze razernij van mensen die zich in hun waardigheid en hun eer voelen aangetast. De ambassades zijn symbolen, die worden aangevallen, omdat miljoenen moslims zich persoonlijk gekrenkt voelen.'

Persoonlijk gekrenkt of gemanipuleerd? 'Natuurlijk, in Syrië kan geen groep van vijf mannen een gesprek voeren rondom één waterpijp zonder dat de geheime dienst daar weet van heeft. Maar de woede kwam bij mij authentiek over. Ik denk dat de Syrische overheid ook is overvallen door de heftigheid van de gevoelens, en ook in Libanon, Gaza en de Westelijke Jordaan gaat het om echte emoties. Dat vervolgens allerlei organisaties zich daarmee bemoeien en demonstraties gaan organiseren, is normaal. Zij willen laten zien dat zij de stemming onder de bevolking aanvoelen.'

Voelt hij zich gekwetst? 'Niet door de tekeningen. Ik ben half Arabier, half Europeaan. Maar begrijpen doe ik het wel. Anders dan jonge mensen in Nederland, die niet zullen en kunnen begrijpen hoe vernederd Arabieren zich voelen.'

Volgens Mohammed zeggen de reacties iets over 'de diepte van de frustraties over hun eigen leven, over het onvermogen om voor hun gezinnen te zorgen, over het ongenoegen over hun eigen leiders'. 'Ik weet niet of in het seculiere Europa begrippen als eer en waardigheid nog levende concepten zijn. Maar hier in ieder geval wel. Ik heb de indruk dat men in Europa alles op het gebied van religiositeit relativeert.Het beeld van de Arabieren in de Westerse media is ook bijzonder negatief. We zien natuurlijk hier ook de films, de televisieseries, honderden bij elkaar, waarin Arabieren als smerig, corrupt en gewelddadig worden tentoongesteld. Die tekeningen, dat is als de spreekwoordelijke strohalm die de rug van de al overbelaste kameel breekt. Ik denk dat in het Midden-Oosten ook een psychologisch afweermechanisme in werking is gesteld.'

Zakaria Mohammed benadrukt nog eens dat het niet alleen om cartoons en profeet Mohammed gaat. 'Ik denk dat veel Europeanen niet kunnen invoelen hoe zwaar het Arabische bewustzijn wordt belast door de bemoeienis van het Westen sinds de ondergang van het Ottomaanse kalifaat. Sindsdien hebben de Britten, de Fransen en de Amerikanen hier hun vlaggen geplant. We zien uit het Westen geen licht, geen spiritualiteit komen. De Amerikanen in Irak, in Saoedi-Arabië, in Israël, in Egypte: dat is in de ogen van miljoenen en ook van mij een diep affront. Europasteunt uiteindelijk altijd de VS en Israël. Dat staat in de Arabische psyche gebrand.'

Sinds de dood van Nasser (de Egyptische president die in 1970 stierf) is het Midden-Oosten zonder echte leider, stelt Mohammed. 'Ik treur nog steeds om de dood van Nasser. Sinds Nasser kan iedere gek, iedere dictator, iedere marionet, leider worden. Vindt Europa het dan raar dat de Moslimbroederschap, Hamas en Al-Qaeda worden gevolgd? Er is in het Midden-Oosten een strijd aan de gang om drie identiteiten met elkaar te verenigen: de preïslamitische, de islamitische en de Westerse. Men ziet nu uit het Westen alleen maar vijandigheid komen, terwijl het Westen ook bewonderd en gemiteerd wordt. We hebben helaas geen Nasser meer om ons te leiden, hij is kapot gemaakt door het Westen en heeft zichzelf kapot gemaakt tijdens de Oorlog van 1967.'

Mohammed voegt toe: 'Als je vandaag in Oost-Jeruzalem, Gazastad, Amman, Beiroet, Bagdad en Kaïro vraagt welke leider het meest wordt gerespecteerd, dan is het antwoord Hassan Nasrallah, leider van Hezbollah. Niet omdat iedereen het met hem eens is, maar omdat hij opstaat tegen de Amerikanen, de Israëliërs en de Europeanen. Hij verdedigt onze trots. En, zoals ik al zei, ik ben een man zonder God, ik haat fundamentalisten, maar ik respecteer Nasrallah.'

We gaan met Zakaria Mohammed naar de redactie van Al-Hayet Al-Jadidah, waar hoofdredacteur Hafez Barghouti de laatste hand legt aan de krant van morgen. Met een breed gebaar veegt hij zijn bureau schoon: uitgeprinte kopij verdwijnt in de prullenbak om ruimte te maken voor koffie en thee. 'Niet één stuk met een oorspronkelijke zin of gedachte, geen enkel nieuw feit of onthullend cijfer,' roept de in Italië opgeleide hoofdredacteur/commentator uit. Het enige dat hij zelf de moeite waard vindt in de krant is een cartoon van de Fransman Stephen Perrie.

Op de ene helft staat onder de tekst 'Hoe herken je een jood' een bebaarde man met orthodox hoofddeksel getekend. Hij houdt in zijn armen twee zakken met geld. Daarnaast staat een man met tulband, een neus als een kromzwaard, die twee bommen in zijn armen houdt onder de kop 'Hoe herken je een moslim'.

Barghouti wil weten wat Europa bezielt. Wat schuilt er achter de behoefte om de vrijheid van de pers te verdedigen als een paar onbenullige tekeningetjes worden bekritiseerd. Het is alsof hij met A.B Yehoshua heeft gesproken. 'Zijn de moslims in 2006 de joden van 1936? Zijn wij de nieuwe joden in Europa? Weten jullie niet tot welke ellende stereotypen en vooroordelen kunnen leiden? Jullie weten helemaal niets van de islam, de tradities en al evenmin iets over de wortels van het terrorisme. De Europese pers scheert de gematigde en de radicale Islam over één kam.'

Het weerwoord dat de vergelijking te bespottelijk is om serieus genomen te worden, beantwoordt hij met een geïnformeerde wedervraag. 'Wat willen de Geert Wildersen in Europa? Wat wil de Deense Volkspartij? Ze willen de moslims eruit gooien. Allemaal. Goedschiks of kwaadschiks.'

Laten we het liever omdraaien, waarom maken de moslims zo'n koude drukte? Barghouti kalmeert: 'Sorry, sorry, ik ben een beetje opgewonden, te veel koffie, te veel sigaretten, te veel drank, geenechte liefde, geen seks en geen land.'

De opwinding in de Arabische wereld is kunstmatig, zegt hij, totaal overdreven, allemaal opgeklopt door regimes en autoriteiten om de aandacht af te leiden van de echte politieke, economische en sociale problemen of aangewakkerd door militante organisaties die willen scoren.

'Ik weet zeker dat als het een Amerikaanse krant was geweest er lang niet zoveel gedoe over was losgebarsten. Een Deense krant, Denemarken - waar ligt dat ook alweer - daar durven ze in Egypte, Syrië en Iran wel tegenop. De Palestijnen zijn het gewoon niet gewend, wij drukken dat soort cartoons namelijk nooit af, van geen enkele profeet. We respecteren alle religies en alle gevoeligheden. Weet je dat we zelfs om christenen niet te beledigen niet spreken over de kruisvaarders, maar over de Fransen, over al-Franj? En de geestelijke leiders? Ach, die maken zich al druk als iemand in een moskee een glas water drinkt, terwijl zij niets doen aan de bezetting van de stad waarin de moskee staat.'

De vraag waarom Palestijnse en Arabische media, ook zijn krant, dubbele standaarden hanteren door wel harde antisemitische spotprenten af te drukken en zich niet wat dapperder opstellen tegenover politieke en klerikale machthebbers, doet hem verslikken.

'Wij laf? Ik schrijf al jaren tegen de corruptie van de Palestijnse Autoriteit. Als ik mij goed herinner, hebben de meeste Europese media de oorlog in Irak gesteund. Heeft een van de Europese kranten geprotesteerd tegen het plan van George Bush om Al-Jazeera te bombarderen? Wij hypocriet? Jullie durven niet keihard te schrijven wat de Israëliërs hier aan het doen zijn, jullie meten met twee maten: sarcastische tekeningen over de profeet mogen wel, maar als iemand een vraag stelt over het aantal joden dat is gedood door de nazi's stoppen jullie met schrijven. En de meeste Europese journalisten zijn als de dood om voor antisemiet uitgemaakt te worden. Jullie plegen zelfcensuur als het over Israël en de bezetting gaat.'

Helaas wordt het gesprek onderbroken door twee heren die helemaal uit Gazastad zijn gekomen om met de hoofdredacteur over prozaïsche kwesties als oplagecijfers te overleggen. 'Onze oplagecijfers? Weet ik niet, interesseert mij vandaag niet. Tienduizend of zo, maar onze website heeft nu een miljoen hits per maand. Ik dank de Denen'.

In Karameh Sweets, de trendy coffeeshop in Ramallah, blazen we nog even uit van het bezoek aan de krant. 'De identiteit van 200 miljoen Arabieren is nauw verbonden met de islam, zelfs degenen die, zoals Hafez Barghouti, zich helemaal niet aangesproken voelen bij het zien van dat soort tekeningen, kunnen niet helemaal afzijdig blijven.', zegt Zakaria Mohammed.

We nemen afscheid in de winkelstraat waar modieuze boutieks, alcohol serverende restaurants en de boekhandel met uitsluitend stichtelijk islamitisch werk elkaar afwisselen. Of Ramallah een open stad zal blijven, is de vraag. Niemand lijkt hier het moderne bestaan te willen afzweren.

Zakaria: 'Kom snel terug, want dan laat ik je mijn wijnvoorraad zien. Ik ben opgegroeid in Bagdad. Je telde daar dertig jaar geleden op de universiteit niet mee als je geen wijn dronk. Moet je nu eens om komen: een droge woestijn. Dus kom snel terug, gaan we wijn drinken. Wie weet mag dat over zes maanden van Hamas niet meer. We zullen drinken op de God die ons behoedt voor een lege wijnfles.'