Wie zwijgt, is een ezel; Europa

De woede van moslims over de Deense spotprenten heeft nog andere oorzaken dan alleen religieuze. Opruiing, bijvoorbeeld. Opgeschrikt Europa reageerde laat en volgens velen te slap. De idealen zijn hooggestemd, maar de verklaringen omfloerst. Berichten van twee fronten en een verkenning langs de grenzen van de spot.

Mooie en tot nadenken stemmende woorden waren het, die Dominique de Villepin, premier van Frankrijk, twee weken geleden sprak in Salzburg. Diverse namen van grote Europese denkers en schrijvers kwamen langs in zijn keynote speech die de opening vormde van de conferentie The Sound of Europe waar politici, wetenschappers en kunstenaars zich bogen over het wezen van de Europese identiteit. Adorno, Erasmus, Jellinek, Canetti, Semprún, het is maar een greep uit de lange reeks geciteerden. Er was flink gegrasduind in de boekenkast. De politicus annex vrijetijdsdichter had er echt werk van gemaakt.

In Salzburg koos De Villepin voor de culturele diepgang. Maar dat was dan ook exact zijn boodschap: 'Laat ons duidelijk zijn. Als Europa alleen maar een economisch project wordt, als de lidstaten het lidmaatschap van de Europese Unie alleen maar beschouwen als een manier om economische voordelen te verkrijgen, dan heeft ons Europa geen toekomst. Het zijn de gezamenlijke waarden die ons onze identiteit en kracht geven. Die maken onze stem even uniek als krachtig'.

De Nederlandse premier Jan Peter Balkenende, eveneens aanwezig, viel zijn Franse collega even later bij. 'Europa is meer dan markt en geld', zei ook hij. 'Het gaat erom dat we dezelfde waarden delen'.En Balkenende somde op: 'vrijheid, gerechtigheid, solidariteit'.

Op het moment dat in de Oostenrijkse geboorteplaats van Wolfgang Amadeus Mozart de unieke aspecten van de Europese waardengemeenschap door nog tal van anderen werd bezongen, speelde zich 800 kilometer verderop in de Deense hoofdstad Kopenhagen de ouverture af van een breed offensief tegen juist één van die kernwaarden. Het al maanden sluimerende conflict over de voor de moslimgemeenschap onwelgevallige spotprenten van de profeet Mohammed escaleerde, nadat Saoedi-Arabië zijn ambassadeur uit het land had teruggetrokken. Een daad van protest omdat de Deense regering geweigerd had op te treden tegen de krant Jyllands Posten die in september van het afgelopen jaar de cartoons publiceerde. Met een verwijzing naar het - net als overal elders in Europa -- in de wet verankerde recht op vrije meningsuiting verklaarde premier Rasmussen zich daartoe niet bevoegd. Ambassadeurs die zich kwamen beklagen waren bij hem aan het verkeerde adres, had hij hen al eerder laten weten.

Het vervolg is bekend. Woedende menigten - al dan niet georkestreerd - brandende ambassades, dito vlaggen en een boycot van Deense producten. Vlammend maar dan verbaal zijn ook de protesten van hen die hun recht op vrije meningsuiting direct bedreigd zien. Maar hoe zit het met de Europese politieke leiders, die in het najaar van 2004 in Rome een grondwet ondertekenden waarvan artikel II-71 luidt: 'Eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te hebben en de vrijheid om kennis te nemen en te geven van informatie of ideeën, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.'

Het leek toch vooral een geclausuleerde verdediging van dat recht die de afgelopen tijd uit de Europese hoofdsteden opklonk. Zo richtte de woede van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw zich niet zozeer tegen de uit de hand gelopen islamitische protesten als wel tegen de media die hadden besloten te laten zien waartegen het protest gekeerd was. 'We respecteren allemaal de vrijheid van meningsuiting, maar er is geen enkele verplichting om nodeloos opruiend te zijn. Het opnieuw afdrukken van deze spotprenten was onnodig ongevoelig, respectloos en verkeerd',zei Straw in Londen op een persconferentie na afloop van een gesprek met zijn Soedanese ambtgenoot.

De Franse president Chirac was afgelopen woensdag nadat het satirische weekblad Charlie Hebdo een nieuwe spotprent van Mohammed op zijn voorpagina had afgedrukt even stellig. 'Alles wat de overtuiging van iemand anders kan raken, in het bijzonder religieuze overtuigingen dient te worden vermeden. Vrijheid van meningsuiting dient met gevoel voor verantwoordelijkheid te worden uitgeoefend', zei hij zonder het weekblad te noemen.

Maar hoe absoluut is de vrijheid van meningsuiting nog als dat recht schuil gaat achter zoveel vermanende oproepen tot respect, verantwoordelijkheid en zelfbeperking.Hoe beginselvast is Europa als één van zijn essentiële waarden wereldwijd onder druk wordt gezet.

'Er is één grens die je niet over kunt gaan en dat is de grens van onze persvrijheid. Daar is geen onderhandeling over mogelijk', zei GroenLinks fractievoorzitter Femke Halsema deze week in de Tweede Kamer waar zij 'het gebrek aan Europese solidariteit' hekelde. VVD-fractieleider Jozias van Aartsen vroeg in hetzelfde debat om 'keiharde taal' tegen de protesterende Islamitische landen 'waar meestal geen persvrijheid geldt en de meest afschuwelijke cartoons tegen joden verschijnen in kranten'. Keiharde taal die Van Aartsen net als Halsema node had gemist van de zijde van de Europese Unie. Het antwoord van premier Balkenende was een treffende illustratie van het heersende ongemak in de Europese hoofdsteden met de situatie: 'Het is de vraag of het een kwestie is van Europees optreden. Ik geloof dat op dit moment één ding van groot belang is, namelijk dat er wordt gewerkt aan deëscalatie'.

Dat is het cruciale punt. Europa heeft even geen behoefde aan stelligheden. 'We moeten in de huidige situatie niets forceren. Straks als deze rel voorbij is, hebben we, hoop ik, een diepgaander debat waarin we kunnen kijken hoe om te gaan met de vrijheid van meningsuiting en godsdienstige gevoeligheden', zegt de liberale Deense europarlementariër Anders Samuelsen.

Maar het is juist deze begripvolle benadering die anderen weer zien als een vorm van toegeven. Oftewel: waar grondrechten in het geding zijn past geen cultuurrelativisme. De Nederlandse VVD'er Jeanine Hennis-Plasschaert stoort zich enorm aan de lankmoedige houding die veel Europese politici uitstralen. 'Met deze voorzichtige, omzichtige en buitengewoon genuanceerde reacties kom je niet door. Op een gegeven moment is het tijd om de nuance te laten varen en te zeggen: dit is een grondbeginsel van Europa. Hier staan we voor en daar kunnen moslims elders in de wereld geen afbreuk aan doen', zegt zij.

Volgens haar leidt de dubbele boodschap die momenteel in alle Europese politieke verklaringen wordt afgegeven er alleen maar toe dat de indruk ontstaat dat er over de vrijheid van meningsuiting kan worden onderhandeld. Hennis-Plasschaert: 'Als we omwille van bedreigingen en angst onze vrijheden in de uitverkoop zetten heb je een probleem. Dat doen we al een beetje in de strijd tegen terrorisme, en nu weer omwille van de politieke verhoudingen met de islamitische wereld.Het is waanzin om toe te geven op je vrijheden.'

Vooralsnog bestaat binnen Europa voor die 'harde lijn' weinig steun. 'We leven in de wereld waarin we leven', is ook voor Josep Borrell, de Spaanse voorzitter van het Europees Parlement de rechtvaardiging voor de voorzichtige aanpak. 'Iedereen zal zich moeten inzetten voor het bevorderen van de dialoog', zegt hij. Dialoog fungeert daarbij als het Europese bluspoeder. Borrell zit dit weekeinde in Marokko om met vertegenwoordigers van de parlementen van mediterrane landen over de cultuurbotsing te spreken. Buitenlandcoördinator Javier Solana reist morgen af voor een rondreis naar onder andere Egypte, Jordanië en de Palestijnse gebieden om hetzelfde te doen.

Praten kan dan wel apaiserend werken, maar neemt niet weg dat de fundamentele tegenstelling blijft bestaan. Er bestaat immers geen compromis tussen de in de grondwet verankerde vrijheid van meningsuiting en een van hogerhand opgelegd verbod bepaalde uitingen na te laten, zoals in Denemarken door de ambassadeurs van een groot aantal islamitische landen werd gevraagd. Borell kan dan ook geen antwoord geven op de vraag tot welk compromis een dialoog zou moeten leiden, gegeven deze tegenstelling. 'Het gaat niet om het bereiken van een akkoord. Een oproep tot dialoog en respect moet ervoor zorgen dat we uit deze alarmerende situatie komen.'

Noodgedwongen bescheiden. De aan het in Londen gevestigde Centre for European Reform verbonden Brit Mark Leonard publiceerde vorig jaar zijn boek Waarom Europa de 21ste eeuw zal domineren. Maar voor het in zijn ogen zo veelbelovende Europa ziet hij in deze crisis geen rol weggelegd. Integendeel. Liever geen Europa, is zijn devies. 'Ik denk dat er een echt gevaar ontstaat als de Europese landen zich als een blok zouden scharen achter de Deense kranten die de cartoons hebben gepubliceerd', zegt hij. 'Daarmee creëer jepas echt een botsing der beschavingen. Dat is ook wat de mensen die nu het vuurtje opstoken het liefst zouden willen zien -dat het een clash wordttussen de islam en het Westen. Dat moeten we dus zien te vermijden.'

Volgens Leonard is de kwestie buiten proporties geraakt en is het zaak ervoor te zorgen dat het niet nog verder uit de hand loopt. 'Daarom moeten regeringen ook geen rol spelen in het debat over wat wel mag en wat niet, wat wel en wat niet kan. Het is aan kranten te bedenken wat ze moeten doen.'

Maar dit betekent wel dat er het een en ander is veranderd. Toen de Iraanse ajatollah Khomeiny uit naam van de gelovigen begin 1989 zijn fatwa over de Britse schrijver Salmon Rushdie uitsprak, was er van Europese zijde geen begrip voor gekwetste gevoelens. In een in geharnaste taal gestelde verklaring spraken de ministers van Buitenlandse Zaken een ondubbelzinnige veroordeling uit. De doodsveroordeling van de auteur van de Duivelsverzen werd 'een onaanvaardbare schending' genoemd van 'de meest elementaire principes en verplichtingenwaaraan de betrekkingen tussen soevereine staten onderworpen zijn.'

Collectief besloten de ministers van Buitenlandse Zaken hun ambassadeurs in Iran voor overleg terug te roepen.

Dergelijke uitingen van daadkracht zijn nu uitgebleven. Wederzijds respect is nu het begrip waar het allemaal om draait. De Europese waarden zijn niet veranderd, maar de omgeving waarin deze moeten worden verdedigd wel. Het opkomen voor de eigen grondrechten is minder vrijblijvend geworden. De direct tegen het Westen gerichte aanslagen in New York, de bomaanslagen in Madrid en Londen hebben de antithese aanzienlijk dichterbij gebracht. Daarnaast speelt de discussie zich als gevolg van de groeiende moslimgemeenschappen steeds meer binnen de landsgrenzen af. Er moet dus meer rekening worden gehouden met de binnenlandse repercussies. Oftewel, zoals een nauw bij de ontwikkelingen betrokken medewerker op een Brussels hoofdkwartier gelaten vaststelt. 'Het decor is veranderd. We hebben als Europa terrein prijs gegeven.'

De Realpolitik is dominant, ook nu de elementaire Europese waarden in het geding zijn. De verklaringen zijn omfloerst, de duiding van gebeurtenissen relativerend. Alle hoop is gevestigd op de gematigde krachten. Wie principes wil horen, gaat naar conferenties over de Europese identiteit zoals in Salzburg en luistert naar de Franse premier De Villepin: 'Willen we werkelijk alleen maar het rijkste continent ter wereld worden, of willen we ook onze waarden buiten onze grenzen verdedigen? Mijn overtuiging is dat Europa niets betekent als het niet in staat is zijn boodschap uit te dragen tot over de eigen grenzen. We moeten de legitimiteit en universaliteit van onze principes demonstreren door deze in de internationale arena te willen verdedigen.'