Webcongres: De coffeeshops moeten open blijven

Een duidelijke meerderheid van de deelnemers aan het webcongres (www.nrc.nl/webcongres) vindt dat de coffeeshops open moeten blijven ondanks het feit dat wiet sterker geworden is.

In Nederland zijn de teelt van en handel in cannabisproducten verboden, maar op kleine schaal mogen wiet en hasj wel worden verkocht in coffeeshops. Die zijn dankzij het Nederlandse gedoogbeleid uitgegroeid tot een toeristische trekpleister - met alle nadelige gevolgen van dien. In Maastricht leidde de overlast van coffeeshopklanten al tot een restrictief beleid. In Amsterdam is onlangs op bepaalde openbare plekken een 'blowverbod' ingesteld. De afgelopen jaren is het percentage tetrahydrocannabinol (THC), de werkzame stof in de 'Nederwiet', sterk gestegen. Reden voor minister Donner (Justitie, CDA) om in 2004 de noodklok te luiden. Door het hoge THC-gehalte zou het effect van een joint in de buurt van dat van harddrugs komen en daarmee een probleem vormen voor de jonge gebruiker.

De vraag aan het webcongres of een eind moet komen aan het gedoogbeleid ten aanzien van de coffeeshops, werd met een overtuigend 'nee' beantwoord. ,,Gedogen werkt', schrijft J.W. Egtberts uit Duiven. ,,Jarenlang is de boodschap geweest: minder criminaliteit, beter toezicht, snellere hulp bij verslavingsproblematiek, aldus verschillende studies over dit onderwerp. Sluiten van coffeeshops brengt ons terug in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.' 'Bij sluiting ligt het risico van criminalisering op de loer', aldus Egtberts, 'waardoor de overlast van verslaafden onbeheersbaar wordt.'

Jurjen Glazenburg uit Almelo gelooft niet in het vaak gebruikte argument, dat door het gedogen van softdrugs meer mensen verslaafd raken aan harddrugs. 'Ook alcohol (met meer verslaafden dan aan drugs), nicotine en cafeïne zijn drugs. Ook maar verbieden? Dat leidt tot een heksenjacht en tot hogere prijzen voor zaken die sommige mensen toch willen hebben. We zijn beter af metiemand die thuis zijn jointje zit te roken, dan met een tot crimineel gemaakte behoeftige op straat.'

De constatering dat cannabis een te hoge concentratie THC bevat en de effecten van gebruik gevaarlijker zijn, aldus Armand Bos uit Delft , moet aanleiding zijn voor een sterker ontmoedigingsbeleid en scherpere controle en niet tot verbod. 'Zorg dat wiet op legale wijze wordt geteeld en controleer het aanvaardbare gehalte THC', vindt Jacques G.J. van Leeuwen uit Almere. 'Wie zich daar niet aan houdt, moet een forse boete krijgen.'

'Wanneer gaan we ons concentreren op fundamentelere oplossingen in plaats van op symptoombestrijding?' vraagt Marieke van der Sloot uit Amsterdam. 'Dat mensen drugsproblemen hebben, heeft vaak meer te maken met hun persoonlijke achtergrond dan met de drugs zelf.'

'Stiekem is lekker', meent Simon Breider uit Groningen, 'en datzal het gebruik en ook de ernst van de problemen doen toenemen. Goede voorlichting over de effecten in de coffeeshops is beter.' 'Waar vraag is, is ook aanbod. Als het gebruik van cannabis problemen veroorzaakt, moet het allereerst door een uitgekiend ontmoedigings- en voorlichtingsbeleid worden afgeraden. Legalisering van teelt en gebruik is beter dan het verbieden van de coffeeshops', vindt Adrie van der Horst uit Westervoort.

'Helemaal stoppen met die handel', vindt daarentegenMaurice Ackermans uit 's Hertogenbosch. 'De effecten van wietgebruik, zeker als het spul steeds sterker wordt, zijn te ernstig en te ingrijpend voor de volksgezondheid. Veel jonge mensen kunnen er niet mee omgaan en raken verward, gestoord, inactief en komen soms in complete lethargie terecht.' 'Het is van de gekke dat de overheid een bijna-harddrug min of meer vrij laat verkopen', schrijft J. Mulder uit Zeist, eveneens voorstander van een restrictief beleid. 'De overgang van wiet naar harddrugs gaat snel. Bewust spelen met de gezondheid van jongeren kan op geen enkele manier gerechtvaardigd worden.'

'De coffeeshops zijn de facto al jaren een belachelijk exponent van het Nederlandse gedoogbeleid, waarmede Nederland zich de risee van de wereld heeft gemaakt', stelt Herman Plagge uit Hintham. 'Dit residu van de politieke geitenharensokkencultuur, waarin alles moe(s)t kunnnen, had reeds lang opgeruimd moeten zijn. Er bestaat geen onderscheid tussen de ene soort drugs en de andere. Beide zijn een aantasting van de volksgezondheid, leiden tot verlies aan arbeidsmoraal en kosten de gemeenschap een vermogen.' Gerrit Bedet ziet in zijn woonplaats Terneuzen dagelijks buitenlandse drugstoeristen rijden. 'De overheid is niet goed bezig', constateert hij. 'Men opent met overheidsgeld een coffeeshop en tegelijkertijd zijn drugs verboden. Een bewijs dat de overheid tweeslachtig te werk gaat. In het buitenland begrijpt men deze handelwijze absoluut niet.' Het gedoogbeleid is hypocriet, vindt ook Puck M. de Laat uit Horst. Maar voor sluiten van de coffeeshops is het volgens haar al te laat: 'Dan stijgt de criminaliteit met sprongen. Door de slappe houding van de overheid worden verslaafden vervolgens de rest van hun leven onderhouden door de mensen die wel verantwoordelijkheid kennen en gewoon werken voor hun brood.'