Versmelting der harten

Ook de kleine gereformeerde kerken, eens bolwerken van orthodoxie, ontkomen niet aan modernisering.Hierbij speelt de Evangelische Omroep een opmerkelijke rol.Zelfs homoseksuelen zijn nu welkom. 'We vinden het fijn dat jullie lid van de gemeente zijn.'

Tien jaar geleden leerden muziekdocent Jan-Willem van der Graaf (40) en verpleegkundige Daan van der Vlist (38) elkaar kennen op een Rotterdams gospelkoor. De ene speelde piano, de andere zong. Ze voelden zich tot elkaar aangetrokken, maar daaraan toegeven konden ze niet. Van der Graaf was afkomstig uit een evangelische gemeente, Van der Vlist uit een rechts-orthodoxe gemeente in de Nederlandse Hervormde Kerk. Van der Vlist: 'We dachten heel lang dat het niet mocht, een homoseksuele relatie. We hebben periodes gehad dat we elkaar bewust niet meer zagen, om te kijken of het over zou gaan. Ik ben onder psychologische behandeling geweest, waarbij het uitgangspunt was: God wil niet dat je homo bent. Mijn afwijking werd verklaard uit een dominante moeder en een afwezige vader.' Ook Van der Graaf heeft zijn homoseksualiteit een tijdlang ontkend. Hij raakte in een depressie.

Vroeger verdwenen orthodox protestantse homo's vaak geruisloos uit hun kerk. Soms voegden ze zich bij een andere kerk die hun wel de ruimte gaf. Van der Graaf en Van der Vlist durven nu openlijk voor hun relatie uit te komen. Van der Graaf: Toen we besloten hadden samen verder te gaan, zijn we ook samen gaan wonen. En dat bleek gewoon goed. We voelen ons door God gezegend.'

Protestants Nederland is in beweging. Het emancipeert - des te opmerkelijker omdat het allesbehalve een eenheid vormt en een grote variatie aan kerken en kerkjes telt. De twee grootste, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, zijn twee jaar geleden samen met de kleine Lutherse kerk opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), die ruim twee miljoen leden telt. Plaatselijk zijn er grote verschillen binnen de PKN, in leer en sfeer, van vrolijk orthodox tot streng vrijzinnig.

Op de uiterste rechterflank van het protestantisme bevinden zich tal van kleine, 'zware' groeperingen, zoals Gereformeerde Gemeenten, Oud-Gereformeerden, die elk enkele tienduizenden leden tellen, en sinds kort ook 50.000 Hersteld Hervormden, die niet wilden meedoen met de PKN. Deze 'zware' richting vindt men vooral in de zogeheten bible belt, die loopt van Zeeland via de Veluwe tot Staphorst. Deze groeperingen worden in de wandeling aangeduid als 'zwartekousenkerken' - de vrouwen dragen lange rokken en donkere kousen en gaan 's zondags niet zonder hoed naar de kerk. Voor deze kerken is de zondagsrust vanzelfsprekend, televisie onwenselijk en publiek vermaak als disco, film of theater taboe. Ideologisch zijn deze kerken verwant met de Staatkundig Gereformeerde Partij. Binnen de SGP mag de discussie over gelijke rechten van de vrouw nu heftig woeden, in deze zware kerken kan de vrouw voorlopig nog geen diaken of ouderling, laat staan dominee worden.

Tussen de PKN aan de ene kant en de zware gereformeerden aan de andere kant bevinden zich drie kerken die orthodox gereformeerd zijn, maar wel openstaan voor de moderne samenleving: de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Dit gereformeerde bastion blijkt niet ongevoelig voor secularisatie. De vaste patronen en levensvormen verliezen er steeds meer hun vanzelfsprekendheid, vrouwen emanciperen, wat niet zonder gevolgen blijft voor hun positie in de kerk, en tradities staan ter discussie. Er ontstaat ook een andere kijk op de bijbel.

Doordat ze in hetzelfde schuitje zitten beginnen deze drie kerken de laatste jaren naar elkaar toe te groeien. De leiding is er soms nog aarzelend over, maar in het veld weet men elkaar te vinden. Vooral jongeren relativeren de onderlinge scheidslijnen, ze begrijpen ze vaak niet eens. En politiek herkennen veel leden van deze kerken zich in de ChristenUnie, die religieuze orthodoxie combineert met maatschappelijke progressiviteit.

Het wegvallen van de grenzen tussen de drie kerken is verrassend genoeg onder meer te danken aan de invloed van de Evangelische Omroep, met zijn massaal bezochte jongerendagen, zang- en praise-avonden. Directeur Ad de Boer (zelf Nederlands gereformeerd) van de EO: 'De onderlinge toenadering binnen de orthodoxie is nooit ons doel geweest, maar die is wel een positief neveneffect van onze activiteiten. Onze voorzitter Arie van der Veer, net als de huidige voorzitter van de NCRV christelijk gereformeerd predikant, omschrijft deze ontwikkeling als 'de oecumene van het hart'. Je ziet het gebeuren. Mensen uit alle mogelijke kerken spreekt dit aan. Tijdens EO-activiteiten in het land vindt men elkaar in het geloof dat kerkmuren overstijgt. Grote verschillen blijken in de praktijk toch overkomelijk te zijn.'

Uniformiteit

De grootste van de drie kerken is de gereformeerd-vrijgemaakte, waar het proces van heroriëntatie de laatste jaren in een stroomversnelling is geraakt. Peter Bergwerff, hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, heeft het van nabij gevolgd: 'In onze kring lag alle nadruk op de ratio. In kerkelijke kwesties waren persoonlijke emoties en geloofsbeleving nauwelijks van belang, De zondagse preken waren vaak zakelijke betogen. Uniformiteit was belangrijk: een eigen kerk, een eigen school, een eigen partij, het Gereformeerd Politiek Verbond. Nu wordt het grote verhaal juist vervangen door het kleine verhaal, de geloofsbeleving van het individu. De leden van de kerk moeten ieder voor zich hun eigen gedrag bepalen. Overigens wordt die individuele beleving - net als vroeger - vaak wel weer collectief beleden, bijvoorbeeld in jeugdkerken en zang-avonden.'

Deze verandering in geloofsbeleving gaat gelijk op met veranderingen in het gereformeerde levenspatroon. Een alternatieve vrijetijdsbesteding op de zondagen, echtscheiding en ongehuwd samenwonen zijn normaler geworden. Ook begint het debat over de positie van de vrouw in de kerk de laatste tijd op gang te komen. Volgens Kees de Ruijter, hoogleraar praktische theologie aan de vrijgemaakte Theologische Universiteit in Kampen, is dit proces al geruime tijd aan de gang: 'De vrijgemaakte kerk van Rotterdam die ik, voor ik naar Kampen kwam, meer dan tien jaar diende, had geen collectief geheugen. Er was een grote studentenpopulatie die zich elke vijf jaar vernieuwde. Daar vielen de gereformeerde leefpatronen aan diggelen. Ik zag de huwelijksleeftijd omhoog schieten, terwijl de mensen seksueel toch aan hun trekken moesten komen. Mensen gingen 's zondagsmorgens gezellig in een lunchcafé kranten zitten lezen en keken wel of ze 's middags misschien naar de kerk zouden gaan. De groepscode viel volledig weg. De mensen begonnen zelf te beslissen wat ze deden, ook wat betreft gezinsvorming. In Rotterdam zag ik toen de voortekenen van wat er later in de hele kerk zou gaan gebeuren.'

Het veranderingsproces binnen de vrijgemaakte kerken lijkt niet meer te stuiten. De Ruijter: 'Twee jaar geleden hielden we in Kampen een symposium over het klimaat in de kerken. Daar heb ik de vrijgemaakt-gereformeerde kerken van vroeger vergeleken met een kas met klimaatbeheersing. Alle ongerechtigheden werden onder controle gehouden. Er is veel liefde, aandacht en energie gestoken in de kerken. Maar die kas is er aan gegaan. Eerst werden de ramen een beetje opengezet. Maar de storm van de cultuur die door de kerk joeg, heeft alle ramen weggeblazen. Door hetkerkelijk isolement hadden we voor onszelf de illusie geschapen dat je je tegen de cultuur kon beschermen. Maar toen de secularisatie doorbrak, bleken we geen verweer te hebben. De bioscoop waar we ons altijd tegen verzet hadden en die we onze kinderen verboden, kwam de huiskamer binnen. De kerk moet het zout der aarde zijn, maar de kerk had toen meer weg van een gesloten zoutpot.'

Er werden felle discussies gevoerd over deze ontwikkelingen. Zo scheidde twee jaar geleden een groep van circa 1.500 verontruste vrijgemaakten zich af, onder aanvoering van emeritus-predikant P. van Gurp, en stichtte nog weer een nieuw kerkgenootschap, dat zich nu tooit met de naam 'Gereformeerde Kerken'. Hun kritiek richt zich op de vrijheden die de vrijgemaakten zich permitteren bij de zondagse liturgie, liberalere opvattingen over maatschappelijke kwesties, maar ook op de afnemende zondagsheiliging. Zij beleggen inmiddels in een tiental plaatsen eigen kerkdiensten en beschikken over twee eigen predikanten.

Een van de opvallendste veranderingen in orthodox-gereformeerde kring is de grotere tolerantie jegens homoseksualiteit. Homo's worden niet meer principieel veroordeeld, maar pastoraal benaderd. Een vrijgemaakte predikant zegt: 'In het gesprek met homofielen praat ik niet in eerste instantie over hun gedrag of hun keuzes. Ik vraag: wat is God voor jou? Houd je je op een goede manier bezig met Christus volgen? Dan kan je in het pastoraat op diverse keuzes uitkomen. Niet iedereen hoeft hetzelfde te doen of te zijn. Het gaat hier niet om het geven van ruimte aan mensen, het is eerder een verdediging van waar het volgens mij werkelijk om gaat. Ik wil jongeren leren als christen in de wereld te staan. We moeten hun geen gedrag opdringen, maar christelijke keuzes maken. Gedragsregels vielen vroeger automatisch samen met het geloof, dat is voorbij. '

Natuurgegeven

Sinds 1990 is de werkgroep Contrario een contactpunt voor orthodox-gereformeerde homoseksuelen. Contrario wil 'een kerkelijk klimaat waarin iedere homo en lesbienne zich vrij voelt uit te komen voor zijn of haar geaardheid' bevorderen.

Na hun coming out traden Jan-Willem van der Graaf en Daan van der Vlist toe tot de Nederlands gereformeerde kerk inRotterdam-Overschie, waarvan enkele anderen in hun gospelkoor ook lid waren. Van der Graaf: 'We kozen uiteindelijk voor de Nederlands gereformeerde kerk omdat die aansloot bij onze geloofsbeleving. We vroegen de predikant hoe hij het zou vinden als wij samen lid zouden worden. Hij zei: 'We zijn een gemeenschap van mensen die God zoeken. Als jullie met ons God willen zoeken dan zie ik geen reden waarom jullie geen lid zouden kunnen worden'.'

Binnen die kerk stuitten ze eerst wel op aarzelingen over hun relatie. Van der Vlist: 'Een ouder echtpaar nodigde ons uit en liet duidelijk merken er moeite mee te hebben. Maar in één adem voegden ze daaraan toe: 'We vinden het fijn dat jullie lid van de gemeente zijn'. Dat vind ik een bewijs van liefde, zoals een christelijke gemeente past.'

Jan-Willem van der Graaf woonde eind jaren negentig regelmatig bijeenkomsten van Contrario bij. 'Je was dan onder mensen bij wie je de schijn niet hoefde op te houden, je kon er vrijuit praten. Door het bieden van een gespreksforum, wilde men voorkomen dat je van de kerk afhaakte. Maar door het ontbreken van duidelijke, eigen standpunten zat er ook geen echte ontwikkeling in Contrario. Daardoor ontgroei je zo'n organisatie nadatje je eigen weg hebt gekozen.'

Binnen de Nederlands gereformeerde kerken, de kleinste van de drie, bestaat de meeste ruimte voor afwijkingen van de traditioneel gereformeerde levenshouding. Vrouwen kunnen hier bijvoorbeeld alle kerkelijke ambten bekleden. Ad van der Dussen, Nederlands-gereformeerd predikantte Eindhoven en docent aan de Nederlands Gereformeerde Predikanten-opleiding, ziet een veranderde kijk op de bijbel als een belangrijke oorzaak van de vrijere opvattingen. 'Het besef heeft veld gewonnen dat de bijbel geen eenduidige stem uit de hemel is, maar een geschrift dat trekken heeft van de tijd waarin het ontstond. Ook het moderne, wetenschappelijke wereldbeeld heeft invloed. Daardoor is ook het besef gegroeid dat homoseksualiteit een 'natuurgegeven' kan zijn, waar mensen niet vrij voor kiezen.'

Van der Dussen relativeert het toegenomen begrip voor homoseksualiteit in de westerse wereld wel en houdt rekening met een omslag. 'Afrikaanse christenen staan zeer afwijzend tegenover onze westerse kijk op homo's. Zwarte Anglicaanse kerken begrijpen daar bijvoorbeeld niets van. Er is wat dat betreft een parallel met onze houding tegenover de islam. Aan de ene kant zijn we zuinig op onze westerse verworvenheden. We willen de Verlichting niet verloochenen; er wordt terecht gewaarschuwd voor een ongebreideld cultuurrelativisme. Aan de andere kant moet het Westen tegenover moslims niet te hoog van de toren blazen; het Verlichtingsdenken heeft ook zijn manco's. Daarom past het westerse christendom ook bescheidenheid tegenover de kerken in de Derde Wereld. Het denken over religie en theologie verplaatst zich van Europa naar Latijns-Amerika en Azië. Als die trend doorzet, gaat ook in het Westen de hele theologische wetenschap op de schop. En datzou ook wel eens consequenties kunnen hebben voor het kerkelijke denken over homoseksualiteit.'

De ruimte voor afwijkende ideeën onder Nederlands gereformeerden is niet ongelimiteerd. Zo ontsloeg de Nederlands gereformeerde kerk van Doorn onlangs haar emeritus predikant Ruard Ganzevoort, nadat hij van zijn vrouw was gescheiden en met een vriend gingsamenwonen. Dit ontslag had materieel gezien weinig consequenties, want Ganzevoort werkte inmiddels in Amsterdam bij de Vrije Universiteit en in Kampen bij de Theologische Universiteit. Maar het deed hem eind december wel besluiten de Nederlands gereformeerde kerken te verlaten.

De christelijk gereformeerde is de behoudendste van de drie kerken. Vrouwen mogen hier geenkerkelijk ambt bekleden. Terwijl de twee andere kerken toenadering zoeken, trapt de christelijk gereformeerde juist op de rem. Dat geldt ook voor het debat over de acceptatie van homoseksualiteit. Dominee Bert Loonstra van de christelijke gereformeerde kerk in Emmeloord publiceerde afgelopen zomer het boekje Hij heeft een vriend, waarin hij pleit voor kerkelijke aanvaarding van samenwonende homo's. Loonstra neemt in zijn boek nadrukkelijk afstand van de orthodox gereformeerde stelregel 'je mag het wel zijn, maar je mag het niet doen'. 'Seksualiteit is een onvervreemdbaar element van onze persoonlijkheid. Daarom doen we er beter aan homoseksualiteit te aanvaarden.' Hij ziet geen reden samenwonende homo's te weren uit kerkelijke ambten, al ziet hij wel dat dit in de praktijk soms moeilijkheden oplevert.

Het boek leidde tot een felle botsing binnen de christelijk gereformeerde kerken. Er rezen zoveel bezwaren dat Loonstra zich in oktober 2005 genoodzaakt voelde het boek in te trekken. Uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer had dit nooit eerder meegemaakt, maar stopte 'uiteraard' de verkoop. Door alle commotie zag Loonstra zich gedwongen zich terug te trekken als curator van de Theologische Universiteit in Apeldoorn.

De christelijk-gereformeerde hoogleraar kerkrecht Herman Selderhuis is niet blij met de heisa over dit soort kwesties, maar hij ligt er ook niet van wakker. 'Er doen zich binnen de gereformeerde orthodoxie inderdaad veel veranderingen voor, maar ik weet niet of het feitelijk wel zoveel anders is dan vroeger. De mensen deden al nooit wat de dominee zei. De kerk is voor hen nu niet meer het alles overkoepelende kader. Ik zie dat ook bij mijn eigen kinderen. Ze zijn vol overtuiging als het om het geloof gaat, maar hun levensstijl vind ik daar niet altijd bij passen.'

Selderhuis constateert wel dat tegenstellingen binnen zijn kerken nu sneller tot confrontaties leiden dan vroeger. 'De christelijke gereformeerde kerken hadden juist de gewoonte hun conflicten binnenskamers te houden. Alles wordt nu publiek. Wij hebben geen paus die zegt hoe het moet, maar het feit dat elke stem in de kerk telt, keert zich soms ook tegen ons. Iedereen kan zijn bezwaren tegen het beleid van een kerkenraad aan de orde stellen en daarmee doorprocederen tot aan de generale synode. Het probleem is dat het officiële beleid van de synode en de praktijk van wat in de gemeentes gebeurt, steeds verder uit elkaar loopt. De synode zou dat moeten onderkennen en zich meer met haar pr bezig moeten houden.'

De invloed van de Evangelische Omroep wordt door Selderhuis niet toegejuicht. Hij waarschuwt voor te veel invloed van de EO: 'Het kan leiden tot een vorm van McDonaldisering van het evangelie. De boodschap wordt fastfood. Als christelijke gemeentes zich met een gepopulariseerde boodschap helemaal op buitenstaanders gaan richten, wat hebben de eigen mensen er dan nog aan? Zo kweek je alleen maar nieuwe buitenstaanders.'

EO-directeur Ad de Boer relativeert die gevaren en ziet juist perspectief in een mix van de traditioneel gereformeerde met de moderne evangelische cultuur: 'Het is belangrijk een God te kennen die niet afhankelijk is van wat je voelt. Nieuwe geloofsliederen gaan zelden over een God die zich verborgen houdt, of over de aanvallen van buitenaf op je geloof. Goed dat er daarom ook psalmen gezongen worden. In sommige evangelische kringen wekt men de indruk God in zijn zak te hebben. Maar Hij geneest zieken niet altijd. De werkelijkheid van het geloof is veel rauwer dan veel zogeheten praise-liederen ons willen doen geloven. Maar per saldo vind ik dat de EO geen 'evangeliekaalslag' teweeg heeft gebracht, zoals sommigen vinden, maar een geestelijke vernieuwing waardoor veel gereformeerden dichter bij God zijn gekomen.'

Jan-Willem van der Graaf en Daan van der Vlist zorgen inmiddels als pleegouders voor een zesjarige zoon, die elke zondag meegaat naar de Nederlands gereformeerde kerk in Overschie. Zouden zij in die kerk willen trouwen? Van der Graaf: 'We zijn er niet op uit om onrust te stichten. Ik wil wel dat homo's gelijke rechten hebben, maar je moet het samenleven van twee homo's geen huwelijk noemen. Het zou wel mooi zijn ook in de kerk de zegen van God over je homofiele relatie te kunnen vragen.'