Verlichtingsinvloeden en christelijk-orthodox geloof

In zijn column ‘Herder of waarheidsverkondiger’ schetst J.L. Heldring het dilemma waarmee het christelijk establishment in Nederland in de 19de eeuw worstelde als gevolg van 'de doorwerking of herleving van de achttiende-eeuwse Verlichting op het theologisch denken'.

Tegen het eind van zijn column beweert hij dat dit dilemma zich niet alleen tot Nederlandse bodem heeft beperkt maar van een algemener strekking is. Daartoe citeert Heldring de passage uit de Groot-inquisiteur van Dostojevski, waarin de inquisiteur tot de teruggekeerde Christus preekt over zijn vergissing in de mensen. Hoewel het citaat zeer mooi het geschetste dilemma illustreert, rammelt het als argument voor zijn bewering. Dostojevski mag zonder meer christelijk-orthodox worden genoemd, maar hij is op geen enkele manier als een typische vertegenwoordiger van het christelijk-orthodoxe establishment te zien. Die Verlichtingsinvloeden waar Heldring over spreekt zijn namelijk tamelijk ongemerkt aan het christelijk-orthodoxe geloof voorbij gegaan, en het dilemma ‘herder of waarheid’ heeft daar ook nooit gespeeld. Het citaat van Dostojevski moet gelezen worden tegen de achtergrond van zijn levenslange worsteling met de tegenstellingen goed en kwaad, geloof en ongeloof, en niet als algemeen dilemma binnen de christelijke orthodoxie. Heldring wekt zo de indruk noch van Dostojevski, noch van het christelijk-orthodoxe geloof veel af te weten. Dat laatste blijkt ook als hij Dostojevski Grieks-orthodox noemt. Dostojevski was niet Grieks- maar Russisch-orthodox. Hoewel de Russisch- en Grieks-orthodoxe kerk theologisch niet van elkaar verschillen, zijn het wel zodanig van elkaar verschillende instituten dat de termen niet inwisselbaar zijn. Iedere Russisch-orthodoxe gelovige zal je in ieder geval verbeteren als je hem Grieks-orhodox noemt, en vice versa.

Door op deze manier met Dostojevski zo de plank mis te slaan, veronachtzaamt Heldring het intellectualisme dat ik in de loop der jaren als zijn handelsmerk ben gaan zien. Dat vindt ik jammer.