Schaatsijzers?

Nederlandse schaatsers hebben de afgelopen tijd dunnere ijzers getest enbeschikken over lichtere buizen. Is de overstap op nieuw materiaal zo kort voor de Spelen verstandig?

Jaap Havekotte, directeur schaatsfabrikant Viking, dat lichtere titaniumbuizen ontwikkelde: 'Nieuwe buizen kort voor de Spelen is niet verstandig. Wij waren te laat, omdat we tegen technische problemen aanliepen. Schaatsers zweren bij oud materiaal en hebben tijd nodig om te wennen. Dat verschilt per schaatser. Rintje Ritsma heeft de titaniumbuizen uitgeprobeerd tijdens de training en was enthousiast. Voor Sven Kramer is het te kort dag. Vooral sprinters kunnen door de hogere druk in de bochten voordeel hebben van titaniumbuizen. De dunnere ijzers, een kindje van Marnix ten Kortenaar (ontwikkelde nieuwe slijptechniek, red.), kunnen ook voordeel hebben en waren op tijd beschikbaar en zijn de afgelopen maanden getest. Schaatsers proberen al langer dunnere ijzers uit.'

Jan Maarten Heideman, marathonschaatser, reed eerder op dunnere ijzers, experimenteert vaak met nieuw materiaal: 'Het is ook psychologie. Het kan funest voor het vertrouwen van de tegenstander zijn, als hij kort voor de wedstrijd hoort dat jij met dunnere ijzers rijdt. Op hard ijs ga je sneller met dunnere ijzers. Ik heb twee jaar geleden tijdens de training al met ijzers van 0,9 millimeter gereden (standaarddikte Viking-ijzers is 1,1 mm, sprinter Jan Bos rijdt met 1,0 mm, red.). Op de Weissensee (waar Heideman recent het open NK marathon op natuurijs won, red.) was het ijs bros en heb ik gekozen voor ijzers van 1,1 millimeter. Ik kan variëren met verschillende buizen. Ik rijd op een wisselschaats en kan snel een ander ijzer onderklikken. De jongens in Turijn hebben geen wisselschaats; dan is het een heel gesleutel kort voor de wedstrijd. Ik neem aan dat Ten Kortenaar de omstandigheden in de ijshal van Turijn goed heeft getest.'

Henk Gemser, bondscoach Nederlandse kernploeg bij de Olympische Winterspelen van 1998, waar aërodynamische strips op schaatspakken werden geïntroduceerd: 'De innovatie met de schaatspakken met strips is geïnitieerd omdat we destijds het beste van het beste wilden hebben. Toen we het kort voor de Spelen voorlegden aan de ISU (internationale schaatsunie, red.) waren we verrast, dat het mocht. Er ontstond veel ophef. De Amerikanen beschuldigden ons van oneerlijkheid. Het werd opgeblazen. Gianni Romme (goud op 5 en 10 kilometer, red.) was toen gewoon klasse. Het psychologische effect van de strips was een bijkomstigheid, maar niet ons uitgangspunt. De strips hebben qua rendement slechts fracties opgeleverd. Hetzelfde gevoel heb ik nu met de dunnere ijzers. Je moet oppassen met overstappen op nieuw materiaal kort voor de Spelen, omdat schaatsers dan kwetsbaar zijn.'

Rico Schuijers, sportpsycholoog: 'Een begeleidingsteam kan wel aan psychologische oorlogvoering doen en tegen een ander team zeggen: 'We hebben iets nieuws.' Maar de sporter moet in de luwte blijven. De focus bij een wedstrijd moet op jezelf gericht zijn. Voor een sporter is psychologische oorlogvoering verspilde energie. Dan ben je met de tegenstanderbezig en heb je bij voorbaat verloren. De neiging tot experimenteren komt vaak voort uit onzekerheid. Sporters moeten vertrouwen hebben in hun materiaal.Bij twijfel moet hij het niet doen, maar zijn eigen ding doen en zich houden aan zijn gewone voorbereiding.'

Jos de Koning, bewegingswetenschapper Vrije Universiteit Amsterdam, verrichtte metingen met de dunner geslepen ijzers: 'De nieuwe slijptechniek is niets nieuws. Dat traject loopt al langer. De schaatsers hebben geoefend op dunnere ijzers. Je moet er voor zorgen dat een schaatser lang genoeg op nieuw materiaal heeft kunnen rijden. Vreemd dat de nieuwe schaatspakken van Nike (door de Noren en later de Nederlanders niet goed bevonden, red.) zo kort voor de Spelen beschikbaar waren. Psychologische oorlogvoering? De psyche doet een hoop en zal best een rol spelen in het schaatsen. Maar het is niet de drijfveer van de mensen die nieuw materiaal ontwikkelen.'