'Roaming'-tarieven moeten omlaag

De hoge telefoonrekeningen hebben een eind gemaakt aan het geduld van Viviane Reding. Sinds zij in 2004 Europees commissaris voor de informatiesamenleving en de media werd, heeft zij de mobieletelefoniebedrijven steevast gevraagd hun tarieven voor gesprekken met het buitenland te verlagen. Nu dreigt zij met regulering. Als zij haar zin krijgt, kost het straks geen eurocent méér om vanuit het buitenland naar huis te bellen dan van bij de buren.

De mobieletelefoniebedrijven wisten wat ze te wachten stond. Zij hebben sommige klanten buitensporige prijzen laten betalen. Terwijl een Fin die met Zweden belt slechts 20 eurocent betaalt voor een gesprek van vier minuten, betaalt iemand die vanaf Malta met Letland belt 13 euro. Het kan twintig maal zo duur zijn om vanuit het buitenland te bellen.

Weliswaar betalen de aanbieders elkaar internationaal ook hoge tarieven voor het doorgeven van telefoontjes (het zogenoemde `roamen`). Maar die `roaming`-tarieven zijn volgens een ingewijde soms met wel 40 procent per jaar gedaald. Intussen geven de consumententarieven geen krimp. Dat heeft de woede van Brussel gewekt, dat jaren heeft geprobeerd de telefoonrekeningen omlaag te brengen. De Europese Commissie is bij aanbieders binnengevallen op zoek naar bewijzen voor illegale prijsafspraken en heeft de consumenten onder de prijsvergelijkingen bedolven.

Waarom gelooft Reding dat het afdwingen van lagere internationale `roaming`-tarieven nu wel succes zal hebben? Ze lijken immers slechts losjes verbonden met de consumententarieven. En de bedrijfstak moet onverschillig staan tegenover de prijsdalingen, want wat een aanbieder verliest aan `roaming`-inkomsten wordt gecompenseerd door de lagere kosten voor het gebruik van de netwerken van concurrenten.

Haar truc zou kunnen bestaan uit het terugbrengen van de internationale `roaming`-tarieven naar het niveau dat mobieletelefoniebedrijven binnenlandse concurrenten in rekening brengen. Het risico is klein dat aanbieders met de rug tegen de muur komen te staan, want de kosten van het doorgeven van de telefoontjes zijn miniscuul. Maar zij zullen wel onder druk komen te staan om hun consumententarieven voor buitenlandse gesprekken te verlagen. Consumenten zullen niet graag méér voor internationale telefoontjes betalen, als zij weten dat het doorgeven daarvan de aanbieders hetzelfde kost als binnenlandse gesprekken.

Het zou Reding enige tijd kunnen kosten haar wetgeving voor te bereiden - in sommige landen is het misschien lastig lokale `roaming`-tarieven te vinden. En de klanten raken wellicht een deel van hun besparingen meteen weer kwijt als aanbieders hun omzet gaan schragen door het mes te zetten in aardigheidjes als gratis toestellen. Maar Reding heeft een nog krachtig motief om te willen slagen. Naast het feit dat ze de geschiedenis zal ingaan als de EU-commissaris die eindelijk de mobiele aanbieders te slim af was, zou ze geprezen worden door de van land tot land reizende leden van het Europees Parlement die het hardst hebben gevraagd om lagere rekeningen.