Rickelrath - Brüggen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week aan de Duitse grens

De beuken zijn romantisch misvormd. Donker van het smeltwater, driedubbel van stronk en met maxiwratten op hun vertakte stammen, strekken ze hun wrede steektakken uit - iedereen die het te kwaad kreeg toen Disney's Sneeuwwitje vluchtte voor de jachtopziener, weet wat ik bedoel.

Wat een bos is dit. Het is opgetrokken uit ontwapenend schonkige loofbomen en het gaat van onder tot boven in schutkleuren gekleed, helemaal nu het dooit. Het ijs waarmee de twijgen en alle takkenpuntjes basterdsuikerwit waren ingepakt, ritselt in brokjes omlaag. Aan de grond blijft het ijs nog halmomhelzend, maar op de troebele ijskorsten in de poeltjes tussen de bomen verschijnen plassen en in de stroompjes en de greppels verplaatst het water suf dor blad. Soms ziet zo'n sloot oranje - in de kluit onder een omgekiepte boom blijkt waarom: de grond zit hier barstensvol dakpanscherven, ik zweer het.

Het glooiende pad wordt van witbevroren zwartbevroren en het blijft ijzig hard. Dat loopt aangenaam, net of er onder de schoenen een grote rubber hamer zetjes geeft.

Een zachte mist leidt tot mysterie, zeker als het bos een bosrand wordt. Als er akkers opduiken, en hoeves met vakwerkmuren en in het verschiet een leigrijze kerktoren in de vorm van de hoed van een middeleeuwse magister.

Langs die bosrand staan op enige afstand van elkaar drie zelfgebouwde hutten op hoge poten. De mensen houden hier veel van de natuur, zeg ik, al die moeite die ze hebben gedaan voor die kijkhutten, hé, ik zie er alweer twee.

Man lacht schamper (en dat is heel schamper).

'Wat nou?'

'Natuurliefde? Vanuit die hutten worden eenden en zo afgeschoten.'

Ik kijk met de hutten mee over de kale akker. Hij heeft een punt. Hm.

De route volgt de neigingen van het riviertje de Schwalm, het ijswater kabbelt tussen de oevers. Aan de Hariksee doen enorme caravan-nederzettingen een helse drukte vermoeden, maar dat is 's zomers. Nu is er bijna niemand. Nu zakt het licht, nu krassen er wat kraaien. Nu landt er een uil op een paaltje in het grasland en kloppen de eksters aan bij de bomen.

Hee! Ik grijp mans arm in de hertenklem en wijs. Grazende reeën. Een bok met vier prinsessen in jutekleuren. Ze kijken op en om met zulke snelle halzen en hoofden dat hun bewegingen niet te volgen zijn. Wij kijken, zij kijken terug. Ze gaan weer grazen, ze vertrouwen het zaakje. Na een kwartier verdwijnen ze in het kreupelhout, seinend met hun witte achterstevens. 15 km. Kaarten 14 t/m 17 uit: Maas-Swalm-Nettepad. Uitg. Nivon, 2001. Tel. taxi Brüggen 0049(0)21635644 of 0049(0)21636677.