Popsmaak krijg je vooral van je moeder

Ook iemands popmuziek-smaak is de schuld van de moeder. Vaders mogen dan overlopen van onnuttige kennis over popmuziek, het zijn de moeders die kinderen een popsmaak voor het leven bijbrengen, hoort Bernard Hulsman van popprofessor Tom ter Bogt

Moeders tellen, vaders niet. Wie wil dat een kind een muzikale elitesmaak krijgt, moet deze door de moeder laten bijbrengen. Popprofessor Tom ter Bogt zegt het met een glimlach in zijn kamer van het Langeveld-gebouw van de Universiteit van Utrecht. 'Het is een beetje overdreven, ja', geeft hij toe. 'Een garantie dat het echt lukt, kan ik niet geven.'

Twee jaar lang deed Ter Bogt onderzoek naar de smaak van jongeren in de popmuziek. 'Maar dat moeders, en niet vaders, belangrijk zijn voor de popmuzieksmaak, is wel een van de uitkomsten van ons onderzoek', zegt hij. 'Dat vind ik wel een intrigerende conclusie. Mannen vinden van zichzelf vaker dat ze een goede muzieksmaak hebben. Ze vinden ook dat popmuziek een jongensding is. Zoals de hoofdpersoon in High Fidelity van Nick Hornby, die wedijvert met zijn vrienden in allerlei onnuttige kennis over popmuziek. Maar moeders blijken bij de ontwikkeling van de smaak belangrijker te zijn dan vaders. Er zal wel eens een vader zijn, die de smaak van zijn kind beïnvloedt, maar wij hebben geen enkel systematisch verband gevonden tussen de smaak van vaders en die van jongeren. Het was al bekend dat 'hoge cultuur' wordt doorgegeven door moeders. Nu blijkt dit ook zo te zijn voor popcultuur.'

JONGERENONDERZOEK

Ter Bogt, die behalve hoogleraar popmuziek aan de Universiteit van Amsterdam ook universitair docent kinder- en jeugdstudies aan de Universiteit van Utrecht is, deed de afgelopen twee jaar onderzoek naar de smaak van jongeren in de leeftijd van 13 tot 29 jaar. Hiervoor maakte hij gebruik van gegevens van het onderzoeksbureau Qrius Research en MTV Networks. Bijzonder van het onderzoek is dat bijna 900 respondenten elk half jaar worden ondervraagd over hun smaak, in totaal vijf keer. 'Vreemd genoeg is zo'n longitudinaal onderzoek, zoals wij het noemen, nooit eerder gedaan', zegt Ter Bogt, ,,terwijl popmuziek toch een belangrijk medium is. We hebben de respondenten tot nu toe drie keer ondervraagd.'

Ter Bogt kan alleen maar gissen naar de oorzaak van het sterke verband tussen de smaak van de moeder en die van hun kinderen. 'Ondanks het feit dat vrouwen massaal zijn gaan werken, brengen zij nog steeds meer tijd door met hun kinderen dan vaders. Zij bepalen dus sterker met welk type muziek kinderen te maken krijgen in hun vroege jeugd.'

Behalve moeders zijn ook vrienden belangrijk voor de bepaling van de smaak. 'Als je vrienden van rock houden, is de kans groot dat jij ook van rock houdt, voor pop en urban geldt hetzelfde. Uit ons onderzoek blijkt ook dat afkomst en opleiding wel een zekere invloed hebben op smaak. Dat zijn van oudsher de belangrijkste verklarende factoren voor smaak. Nog steeds hebben jongeren met vwo of havo vaker een elitesmaak, dat wil zeggen: zij houden meer van klassieke muziek en jazz. En jongeren met vmbo houden vaker van dance. Maar ouders en vrienden zijn toch meer bepalend voor iemands smaak dan opleiding of milieu.'

ELITESMAAK VERANDERT

Over de elitesmaak ontdekte Ter Bogt tijdens zijn onderzoek nog iets anders. 'De elitesmaak is veranderd in de loop der jaren', legt hij uit. 'Snobs, zoals collega-onderzoeker Richard Peterson ze noemt, worden steeds meer omnivoren. Bij die alleseters zie je heel duidelijk een steeds verdere versmelting van hoge en lage cultuur. Vroeger, voor de Tweede Wereldoorlog, hield de elite alleen maar van klassieke muziek. Dat was de maatstaf, dat was bijna heilige muziek waar iedereen met een beetjes smaak van moest houden. De rest was simpel vermaak of rotzooi. Bij klassiek is in de jaren vijftig schoorvoetend jazz gekomen, in de tijd dus dat bop en cool jazz in de mode raakten. Oudere zwarte muziek is over een brede lijn nu opwaarts mobiel: in de jaren tachtig werd die elitestijl verrijkt met een voorkeur voor blues en soul en vervolgens klampten de reggae en de wereldmuziek aan. De laatste toevoeging aan de elite-smaak is de smartlap: omnivoren houden nu ook van André Hazes. Misschien spelen camp-overwegingen hierbij een rol - ik weet niet in hoeverre dit oprecht is. Andere genres blijven toch min of meer taboe: heavy metal, daar houdt de elite bijvoorbeeld niet van, en ik geloof ook niet dat die omnivoren er in de toekomst anders over gaan denken. En met country, punk en ganstarap wil het ook maar niet lukken. Disco werd ook altijd volstrekt genegeerd, maar wie weet: onlangs zijn er een paar serieuze studies verschenen over disco waarvan de strekking is dat het een belangrijk cultureel fenomeen was. En aan de laatste plaat van Madonna zie je dat disco weer helemaal hip is.'

Behalve de elite-voorkeur onderscheidt Ter Bogt in de publiekssmaak nog vier andere hoofdstijlen:

- Pop (Top 40, Nederlandse pop en smartlappen),

- Rock (rock, heavy metal, punk/hardcore en gothic)

- Urban (rap, hiphop, reggae, soul en arrenbie) en

- Dance (house, trance en techno).

'Dance is een relatief nieuwe stijl', aldus Ter Bogt. 'Wij hebben gegevens vanaf 1989 en dance kwam toen net op. Je had toen nog disco en die viel onder pop. Het laatste decennium is urban ook steeds meer uitgekristalliseerd. Daar staat tegenover dat de categorie 'Nederlands' die in '89 nog een aparte stroming van volkse muziek was, is verdwenen: de Nederlandse pop en de smartlap zijn naar het hart van de populaire muziek, de top 40, getrokken. En de smartlap past zelfs ook in de elitesmaak. De popmuziek is vernederlandst, zo zou je kunnen zeggen.'

Maar ondanks alle verschuivingen van stijlen is de smaak van de popmuziekliefhebbers in de leeftijd van 13 tot 29 jaar op zichzelf heel stabiel. 'Dat is een verrassende conclusie', aldus Ter Bogt. Er zijn, grof gezegd, twee theorieën over smaakvorming, legt hij uit. Volgens de postmoderne theorie is smaak op alle leeftijden bewegelijk. 'De postmoderne mens graast en zapt, is het idee', vertelt Ter Bogt. 'Die wisselt steeds van identiteit die hij samenstelt uit steeds andere elementen. Ja, ongeveer zoals Madonna doet.'

puberteit

Volgens de psychologische identiteitstheorie, wisselen jongeren in hun puberteit vaak van identiteit, maar nemen ze er op een gegeven ogenblik een aan die niet veel meer verandert. Ter Bogt: 'In je jeugd experimenteer je, en later niet meer, zou je kunnen zeggen. Maar uit ons onderzoek blijkt dat beide theorieën niet kloppen als het om muzieksmaak gaat. De muzieksmaak is op alle leeftijden stabiel, ook als je heel jong bent. En niet zo'n beetje ook: de smaak van 13- en 15-jarigen bleek gedurende het onderzoek heel consistent. En die van twintigers ook. Jonge tieners weten van alles van popmuziek en hebben hun smaak al bepaald. En daar raken ze op latere leeftijd niet meer van af.'

Tussen sommige stijlen bleek zich een zekere cross-over voor te doen. 'Pop en urban liggen dicht bij elkaar', zegt Ter Bogt. 'Maar daar staat tegenover dat er tussen pop en rock én tussen rock en urban een zekere verwijdering plaatsvindt. Maar in alle gevallen gaat het om heel geringe cross-over en verwijdering: stabiliteit blijft het sleutelwoord.'

Toch weet Ter Bogt, die tien jaar als discjockey heeft gewerkt in Nijmegen, dat smaak kan veranderen. 'Toen ik 14 was, waren de smaken sterk gescheiden', herinnert hij zich. 'Als je bij mij op school van, zeg, het White Album van The Beatles hield, dan wilde je niets te maken hebben met soul. Soul was ordinair, iets voor jongens met verkeerde brommers. Maar veel van die White Album-liefhebbers kwamen er later achter dat James Brown, Otis Redding en Aretha Franklin eigenlijk erg goede muziek maakten. Maar deze verbreding van de smaak is eigenlijk dezelfde als de verandering van de elitesmaak die in de loop van de tijd heeft plaatsgevonden.'

Als ex-dj weet Ter Bogt ook dat je als platendraaier in een discotheek eerst de meisjes op de dansvloer moet krijgen. 'En dan moest je niet van die harde teringherrie draaien', weet hij nog. 'Dat leidde wel eens tot problemen. Ik ben wel eens bedreigd door Herman Brood-fans omdat ik te veel zwarte muziek draaide. Er is nog steeds een zeker verschil tussen meisjes- en jongensmuziek.'

meisjes houden van pop

Meisjes houden vaker van pop en arrenbie, jongens van rock en dance. Vooral dit laatste is opmerkelijk. Want disco, de voorloper van dance, was iets voor meisjes. Maar nu is Dj Tiësto de populairste artiest bij jongens. Omgekeerd is bij rock sprake van een lichte vervrouwelijking. Maar die komt vooral voor rekening voor het rocksubgenre gothic: veel meisjes houden van Within Temptation en dat soort groepen.

Ter Bogt heeft ook nog het verband tussen popmuzieksmaak en karakter -- extravert, aardig, slordig, open en neurotisch -- onderzocht. 'Er is een zeker verband tussen slordigheid en rock bijvoorbeeld', zegt hij. 'En extraverte mensen houden meer dan gemiddeld van pop en dance en van urban. Neurotische mensen hebben vaker een elitesmaak, open mensen ook, maar die houden ook van rock. Maar het verband tussen persoonlijkheid en smaak is zwak. Nee, veel belangrijker voor je smaak is waar je moeder van houdt.'