Onzekerheid leidt tot goudzucht en protectionisme

Zeker, de wereldeconomie doet het goed, maar onder de oppervlakte, schrijft het Duitse zakenmaandblad Capital, gist het als nooit te voren. 'Klassieke waarschuwingssignalen hopen zich op. In veel landen is de markt voor onroerend goed oververhit. Hetzelfde geldt voor de markt van grondstoffen. Zelfs de prijs voor lang versmade grondstoffen als goud en zilver schiet omhoog. En de 8.000 hedgefondsen doen er nog eens een schepje bovenop.' Sinds 2000 is het bedrag dat deze fondsen beheren verdubbeld tot 1.000 miljard dollar. In Amerika zijn ze goed voor de helft van de dagelijkse omzet op de beurs.

Het blad herinnert eraan dat de inmiddels gepensioneerde Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan in 1998 de financiële wereld voor instorten heeft behoed door de fouten van het hedgefonds LTCM te herstellen. Maar de vice-president van de Bundesbank, Jürgen Stark, betwijfelt in het blad of de centrale banken nu voldoende invloed hebben op het reilen en zeilen van de hedgefondsen, omdat 'we weinig weten over hun activiteiten'.

Hetgoede nieuws is dat Duitsland er sinds lang niet meer zo goed heeft voorgestaan, meent het blad. Volgens officiële gegevens is het bedrijfsleven sinds tien jaar niet meer zo optimistisch geweest als nu. Ook de financiële wereld ziet de economische toekomst zonnig tegemoet. En veel economen menen dat de groeiprognose van de zwart-rode regering van 1,4 procent wel heel erg voorzichtig is.

Gelukkig leert een oude beursregel dat 'de opleving de opleving voedt'. Want iedereen wil erbij zijn, institutionele beleggers evengoed als particuliere. Het rare is, aldus het blad, dat zelfs staatsobligaties het goed blijven doen hoewel de rente historisch laag staat.Hoe het ook zij, het gaat goed met de Duitse economie.

Volgens het Duitse maandblad Cicero is het vrijwel onbekend dat 'de Duitse bedrijven hun productiviteit de afgelopen vier jaar bijna 30 procent hebben doen groeien'. En dat komt, zegt het blad, doordat Europese ondernemingen veel meer waarde hechten aan hun medewerkers dan bijvoorbeeld Amerikaanse. 'Want het zijn de medewerkers en niemand anders, die economische waarde scheppen.' Dat wil niet zeggen dat Europese managers zulke grote mensenvrienden zijn, maar wel dat 'hetbij decentrale structuren nu eenmaal niet anders gaat'.

De 48-jarige Klaus Martini, de man die voor Deutsche Bank 262 miljard euro aan beleggingen beheert, gelooft heilig in Europa. In het Duitse zakenweekblad Wirtschaftswoche vertelt hij dat hij zijn medewerkers vorig jaar opdracht heeft gegeven om meer in Europese aandelen te investeren. Martini is niet bijzonder geïnteresseerd in cijfers en bedrijfssectoren maar in 'ideeën en verhalen'. En die verhalen spelen zich niet alleen in Europa af. Ook de urbanisering van China en India bijvoorbeeld is een verhaal dat hout snijdt.

'Daaruit kunnen we', aldus Martini, 'een trend afleiden voor de beleggers waar we jaren, zo niet decennia, mee vooruit kunnen.' Dat zijn, schrijft het blad, zijn collega's van de investeringsbank Credit Suisse en ander professionele beleggers met hem eens. Zo menen ze ook eensgezind dat de rente in Europa nauwelijks zal stijgen en dat de koersen veel minder snel zullen stijgen dan vorig jaar. Ook beleggen in grondstoffen als ruwe olie en goud is populair bij de beroepsinvesteerders, schrijft het blad.

De goudprijs is, schrijft het Duitse weekblad Die Zeit, in geen 25 jaar zo hoog geweest. Uit vrees voor inflatie zoeken beleggers zekerheid zoeken in goud. Maar goud, meent het blad, geeft alleen maar 'een illusie van zekerheid'. Dat komt doordat de factoren die de goudmarkt bepalen zo ingewikkeld en diffuus zijn. Dat begint al met het gegeven dat 'goud, anders dan andere grondstoffen, niet verhandeld wordt op openbare door de overheid gecontroleerde beurzen'.

De prijs van goud komt dagelijks tot stand, legt Die Zeit uit, door telefonisch overleg tussen de leden van de London Bullion Market Association. Dat zijn Deutsche Bank, Bank of Nova Scotia, Barclays Bank, HSBC USA en Société Générale. Deze, zo vervolgt het blad, hebben nauwe banden met goudmijnondernemingen.

Daar komt bij dat er geen onafhankelijke gegevens zijn over actuele ontwikkelingen. Dat betekent dat niet precies valt na te gaan wie er op dit moment goud koopt of verkoopt. Daarom, schrijft het blad, is het onmogelijk om zekerheid te krijgen over het gerucht dat de Chinese centrale bank een deel van haar valutareserves heeft omgezet in goud.

Onzekerheid over de economische ontwikkelingen leidt niet alleen tot het kopen van goud maar ook tot protectionisme. Het Britse weekblad The Economist meent dat het vrije verkeer van goederen, arbeid, kapitaal en diensten, de basis van de Europese Unie, gevaar loopt. Zo hebben twaalf van de vijftien westerse EU-leden beperkingen opgelegd aan de toestroom van werknemers uit de lidstaten in Oost-Europa. Jammer, want het gaat om nog niet 1 procent van de werkende bevolking in de vijftien lidstaten in het westen. Bovendien zijn er volgens het blad aanwijzingen dat de aanwezigheid van migranten uit Oost-Europa juist goed is voor de werkgelegenheid.

Herman Frijlink