'OM rekt het strafrechtbewust op'

Om toekomstige terroristen te kunnen uitschakelen breidt het openbaar ministerie bewust de reikwijdte van het strafrecht uit, menen twee advocaten van leden van de Hofstadgroep, die nu voor de rechter staan.

'De moord op Van Gogh is een individuele daad van Mohammed B. die nu collectief wordt afgewenteld op de rest van de verdachten. Een verwerpelijk fenomeen dat niet thuis hoort in een rechtsstaat', zeiden gisteren de advocaten B. Böhler en V. Koppe. De twee zijn betrokken zijn bij álle terreurzaken die tot nu toe hebben gespeeld in Nederland. Koppe en Böhler, die twee verdachten verdedigen,hielden als laatste hun pleidooi in het zogenoemde Hofstadproces. Ze waarschuwden voor de uitholling van het strafrecht. Het strafrecht mag en kan volgens hen niet in de toekomst kijken. In het Hofstadproces staan sinds begin december dertien verdachten terecht wegens deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. 'Niet eerder heeft het OM bij een enkelvoudige moord zo veel vrienden van de vermeende dader opgepakt,' aldus Koppe, doelend op de reeks aanhoudingen na de moord op cineast Theo van Gogh. 'Na de dodelijke aanslag op Pim Fortuyn in mei 2002 door Volkert van der G. werden ook niet al zijn vrienden opgepakt, die van Mohammed B. wel.'

Met terugwerkende kracht wordt het gros van de verdachten nu door justitie verweten dat ze het gevaarlijke gedachtegoed van de kernleden hebben ondersteund. De ideologie van de groep was zo radicaal dat geweld niet kon uitblijven. En door zich niet op tijd te distantiëren van kernleden als Mohammed B. hebben de verdachten de wet overtreden, betoogden de officieren van justitie K. Plooy en A. Van Dam eerder in hun requisitoir. Ze eisten eind januari vijf jaar gevangenisstraf tegen Zakaria T. en Ahmed H., de cliënten van Böhler en Koppe.,,Twee officieren van justitie met de gave van het orakel van Delphi,' sprak Koppe.

Volgens de advocaten had Plooy, die in een later stadium aan het dossier van de 'Hofstad' werd gekoppeld, de stekker uit dit proces moeten trekken - zeker nadat de Amsterdamse rechtbank in zijn vonnis in de zaak tegen Mohammed B. heel duidelijk had gesteld dat hij de moord op Van Gogh alleen heeft beraamd en gepleegd.

Volgens de advocaten hadden hun cliënten zich in de visie van de officieren van justitie sowieso niet kunnen distantiëren van Mohammed B. en andere kernleden. Stel, zei Koppe, dat Ahmed H. en Zakaria T. de dag voor hun aanhouding per brief aan de groepsleden hadden laten weten dat ze niets zagen in hun politieke interpretatie van de islam. Dan nog was dat volgens hem voor justitie te laat gekomen.

Het OM zou gisteren reageren op het gezamenlijke pleidooi van Koppe en Böhler, maar Plooy en Van Dam gaven aan meer tijd nodig te hebben. Van Dam wilde alvast gezegd hebben dat de advocaten de 'deelnemingshandelingen' van hun cliënten 'marginaliseren'. H. was assistent-beheerder van een MSN-groep waar de groepsleden met elkaar chatten. En Mohammed B. heeft zijn nalatenschap via een vriend bij Zakaria T. willen bezorgen. Kennelijk ging B. er vanuit dat zijn boodschap dankzij T. niet verloren zou gaan, zei Van Dam. Hij en zijn collega Plooy reageren uitgebreid op 24 februari, de sluitingsdag van het proces. Dan doet de rechtbank ook uitspraak over de verzoeken van Koppe en Böhler de voorlopige hechtenis van hun cliënten op te heffen. De rechtbank doet 10 maart uitspraak in alle zaken.