Column

Oelikoeli

Mijn God heet Oelikoeli en Oelikoeli heeft maar een gelovige en die
gelovige ben ik. Hoe ik Oelikoeli ken? Door zijn profeet Jean-Marie, een
hoogbejaarde zwerver die mij ooit over hem vertelde. Jean-Marie is
inmiddels dood. Hij is 3 februari 1981 zeer bewust onder een auto gelopen
in het Parijse tunneltje waar zestien jaar later Prinses Diana zou omkomen.
Zij heette toen nog gewoon Diana Spencer en ging juist op die dag in op het
huwelijksaanzoek van de saaie prins Charles, niet wetende dat dat simpele
woordje yes haar dood- en doodongelukkig zou maken.

Jean-Marie is afgevoerd naar een gemeentelijk mortuarium. Een ambtenaar
heeft naar familie van hem gezocht en die niet gevonden. Dat kon ook niet
omdat hij een paar jaar daarvoor al zijn papieren had verbrand.
Uiteindelijk is hij ergens in de bevroren grond van een Parijs kerkhof
gestopt.Geen toespraken, geen bloemen. Hoe het met lijk van de
onfortuinlijke Diana is gegaan, hoef ik niet uit te leggen. Haar einde
ontwrichtte de bloemenveiling van Aalsmeer. Zelfde dood, zelfde tunneltje.

Jean-Marie ontmoette ik op 29 juli 1971 aan de oever van de Seine. Tien
jaar later trouwde dezelfde Diana precies op die dag met de saaie Charles.
Allemaal toeval.

Jean-Marie was ooit priester, kon het celibaat niet aan en werd verliefd
op de vrouw van de plaatselijke notaris. Deze gegoede burger kon daar
weinig van zeggen omdat hij jarenlang al zijn buitenechtelijke escapades
bij Jean-Marie gebiecht had. Toen de notaris hem op een goede dag in het
openbaar uitschold voor vieze vuile smeerlap, kreeg hij van Jean-Marie
alleen een glimlach. Het biechtgeheim bleef gelden. Zijn huwelijk duurde
niet lang omdat zijn mooie vrouw het nodig vond om ziek te worden en dood
te gaan. Haar rijke kinderen ruzieden met hem over de erfenis, waarna hij
de boel de boel liet en naar Parijs vertrok. Daar doolde hij drinkend door
de spelonken van de metro tot hij zich in 1981 voor die auto gooide.

Hij vertelde mij in juli 1971 over Oelikoeli en legde mij uit dat dit
een persoonsgebonden God is die niet meer dan één gelovige mag hebben.
Anders is de lol eraf. Ieder mens zijn eigen God is de beste manier om het
leven door te komen. Voor je het weet krijg je Urk met zijn vijftig kerken
en komt er een op het idee dat alle vrouwen een hangslot op hun kut moeten
hebben, of eentje zegt dat je op zondag niet mag neuken, of op zaterdag
geen vuur mag stoken, of op dinsdag geen varkens maar wel uilskuikens mag
slachten, of dat je hem niet na mag tekenen, of dat hij ooit over het water
wandelde en brood en vissen tevoorschijn toverde, of dat hij water in wijn
kon veranderen, of dat je geen televisie mag kijken…

Jean-Marie nam een ferme slok en vertelde proestend dat Oelikoeli niet
over water, maar over wijn kon wandelen en dat je het van hem vooral leuk
moest hebben. Oelikoeli was geen dicterende angsthaas met allerlei
gietijzeren regeltjes, en wat het belangrijkste was: je mocht in hem
geloven, maar je mocht voor hetzelfde geld niet in hem geloven. Dat maakte
Oelikoeli niks uit. En hij hoopte dat niemand uit zijn naam geweld ging
gebruiken.

Hij zou zelfmoord plegenop de dag dat een Brits meisje inging op het
aanzoek van haar sprookjesprins en over tien jaar zouden ze trouwen.

Daarna zou het meisje door het klootjesvolk ziekelijk aanbeden worden
en opgejaagd door de hufters van de roddelpers zou ze sterven en om dat te
bewijzen zou dat gebeuren op de plek waar hij ook zou sterven. Ik mocht dit
pas na 3 februari 2006, dus 25 jaar later, verder vertellen, maar moest
weten dat niemand me zou geloven. Ze zouden me voor gek verklaren. Maar ik
hoefde ze niet te overtuigen. Geloof is namelijk een stok om op te leunen
en niet om mee te slaan. Vorige week vrijdag viel het fotoalbum met de foto
van Jean-Marie spontaan uit mijn boekenkast. Alle foto’s bleven zitten. Op
eentje na!