Mijten weten wanneer vogels een veer zullenlaten

Mijten die op en van de veren van vogels leven blijken het uitvallen van een veer te kunnen voorspellen. Zo vermijden ze dat ze van het ene op het andere moment met slechte vooruitzichten alleen door de wereld zweven, verstoken van de lichaamswarmte van de vogel. Onbetrouwbare slagpennen mijden ze. En anders maken ze zich, bij het langzaam loslaten van de veer alsnog uit de voeten om veiliger delen van de vogel op te zoeken.

Jonge boerenzwaluw foto De Bats & Köhler De Bats & Köhler

Een groep Hongaarse evolutionair zoölogen heeft dat aan de universiteit van Debrecen vastgesteld (Behavioral Ecology, febr.i). Het team analyseerde bij ruiende en niet-ruiende boerenzwaluwen (Hirundo rustica) de distributie en het 'vluchtgedrag' van de bijbehorende veermijten (Mallophaga sp.) op de vleugelveren. Derui voltrekt zich op de vleugel volgens een vast patroon, slagpen voor slagpen, en voor de balans gelijktijdig aan beide zijden. Bij verschillendevogelsoorten gebeurt dat in eenkarakteristieke volgorde.

De mijten mijden doorgaans de veer die bestemd is als volgende te vallen van een ruiende vogel - bij boerenzwaluwen degene die twee plaatsen verderop staat van een al gevallen gat op de vleugel. Bij de meer naar buiten geplaatste slagpennen volgen mijten ook wel een 'laatste moment'-strategie, waarbij ze vlak voor het uitvallen de vertrekkende veer verlaten.

Na die vaststellingen voerden de Hongaren een experiment uit met niet-ruiende boerenzwaluwen en hun bijbehorende slagpen-mijten. Ze bootsten het ruien na met het door insnijden 'beschadigen' van de vlag van veren en het simpelweg uittrekken van pennen. Met gevoel voor het gebruikelijke ruipatroon begaven de mijten zich ook nu liever niet op de veer die twee plaatsen verderop in de vleugel stond.

Welke aanwijzingen de mijten precies voor hun tactieken gebruiken, blijft nog deels open staan. In de door bijknippen of uittrekken ontstane situatie op de vleugel veranderen zowel de vibraties van de naburige veren tijdens het vliegen als deluchtstromingen langs de vleugel. Mogelijk zijn de meeliftende mijten in staat beide vast te stellen.Frans van der Helm