Meer macht voor de klant

Het onderwijs zal er aan moeten geloven: aan intern toezicht. Minister van de Hoeven noemt het 'good governance'. Schoolbesturen moeten controleerbaar zijn.

Anja Vink

Als het meezit, heeft Amsterdam komend voorjaar een primeur in het onderwijs. Er komt in de hoofdstad een consumentenorganisatie die de belangen van de ouders in het Amsterdamse onderwijs gaat behartigen. De ouderorganisatie zal klachten over Amsterdamse scholen behandelen en, als het aan onderwijswethouder Aboutaleb (PvdA) ligt, ook rapporten over de scholen publiceren. Uit de cijfers van de Onderwijsinspectie kunnen ouders nu geen goed oordeel over een school halen', vindt Aboutaleb. Er moet gewoon duidelijk worden of een school goed of slecht is. Ouders moeten ook kunnen zien hoeveel incidenten er plaatsvinden op een school en hoe hoog het verzuim onder de leerkrachten is. Helder en duidelijk'. Aboutaleb wijst op de gezondheidszorg. In de zorg hebben patiënten tien jaar geleden ook meer zeggenschap gekregen, zegt hij. Die wil hij nu voor de ouders over het onderwijs.

De Amsterdamse wethouder heeft de wind in onderwijsland mee. Komende woensdag bespreekt de Tweede Kamer de nota Governance van het Ministerie van Onderwijs die in de zomer van 2005 het licht zag. Minister Van der Hoeven (CDA) wil net als Ahmed Aboutaleb meer zeggenschap van ouders in de scholen. Maar van de minister mag het zelfs verder gaan: ook het bedrijfsleven, buurtorganisaties en gemeenten moeten meer invloed krijgen op wat er in de scholen gebeurt. Als het aan Van der Hoeven ligt, krijgen scholen raden van toezichtzoals in het bedrijfsleven. In het basis- en voortgezet onderwijs ligt dat toezicht nu bij de Inspectie en bij de schoolbesturen. Die laatste controleren dus zichzelf. De minister constateert in haar nota Governance dat door de bestuurlijke schaalvergroting van de afgelopen jaren het risico bestaat, dat de menselijke maat verdwijnt. 'Verantwoording naar de omgeving zien scholen als bestuurlijke ballast, terwijl de omgeving de school onvoldoende kan beïnvloeden,' aldus de nota.

Governance of intern toezicht, het is een veelgehoord modewoord. Het bedrijfsleven kreeg de Code Tabaksblat. De Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) kwam in 2004 met de nota 'Bewijzen van maatschappelijke dienstverlening' waarin de sectoren welzijn, volkshuisvesting, gezondheidszorg, arbeidsvoorziening en onderwijs langs de meetlat worden gelegd. De WRR concludeert dat burgers, professionals, bestuurders en overheden vorm geven aan scholen, terwijl geen van alle de uiteindelijke zeggenschap heeft. 'Die samenwerking is al even ingewikkeld als onvermijdelijk, omdat al die partijen elkaar nodig hebben', aldus de WRR.

nota

De Onderwijsraad kwam in datzelfde jaar met de nota 'Degelijk onderwijsbestuur'.Volgens de Onderwijsraad, waar wethouder Aboutaleb ook zitting in heeft, zouden scholen moeten verantwoorden wat zij doen om het vertrouwen van ouders en leerlingen te behouden en belangenverstrengeling te voorkomen. 'Hiervoor dient het interne toezicht te worden aangescherpt', aldus de Onderwijsraad.

Volgens Leo Lenssen is governance het belangrijkste onderwerp in het onderwijs op dit moment. De overheidkan de complexiteit van het onderwijs niet meer aan', zegt hij. Lenssen is sinds zijn aftreden in 2001 als voorzitter van het college van bestuur van het ROC Asa, werkzaam als adviseur. Daarnaast is hij een van de initiatiefnemers van het Netwerk Nieuw Onderwijs, een netwerk van bestuurders van voortgezeten middelbaar beroepsonderwijs. Onlangs publiceerde dit netwerk zijn tweede manifest en het noemt daarin de school als spelbepaler. Wie het lijstje met punten van het Netwerk Nieuw Onderwijs naast de nota Governance van het ministerie legt, ziet veel overeenkomsten. Volgens het Netwerk Nieuw Onderwijs moeten scholen in de nieuwe besturingsfilosofie hun eigen strategische en onderwijskundige beleidskeuzes maken en daarover verantwoording afleggen aan overheid, ouders en andere belanghebbenden.

schaalvergroting

Naar de mening van Leo Lenssen is er inderdaad de afgelopen tien jaar veel macht bij de schoolbesturen komen te liggen. Uit naam van de efficiency zijn veel scholen gefuseerd onder een overkoepelend bestuur en heeft er schaalvergroting plaatsgevonden. Dat is onontkoombaar als je een efficiënte bedrijfsvoering wilt hebben en dat is in het bedrijfsleven niet anders dan in het onderwijs. Maar het heeft er inderdaad toe geleid dat sommige bestuurders, waaronder ikzelf, veel macht kregen. Daar moet ook weer een tegenbeweging op gang komen.

De zeggenschap over het onderwijs - of liever gezegd: het ontbreken daarvan - is de Amsterdamse wethouder Aboutaleb al sinds zijn aantreden een doorn in het oog. Ik heb als onderwijswethouder niets over onderwijs te zeggen. Ik mag alleen gebouwen financieren en verder niets. Schoolbesturen zijn heel machtig en dat is niet goed. Maar als het mis gaat met schoolverlaters of met de integratie staat Den Haag wel bij mij op de stoep. Ik heb in het begin serieus overwogen om mijn onderwijsportefeuille terug te geven.'

Leo Lenssen vindt dat Aboutaleb dramatisch doet over zijn positie. De macht over het onderwijs moet niet bij een wethouder liggen', vindt Lenssen. En de tijd is ook voorbij dat Den Haag bepaalt wat er in het onderwijs gebeurt. Iedereen moet een nieuwe positie krijgen: de leraar, de ouders, de gemeenten, de onderwijsinspectie en de schoolbesturen. Van der Hoeven pakt dat op met haar nota Governance. Zij wil komen tot een normatief stelsel van afspraken. Het gaat nog vijf tot zes jaar duren voordat we daar zijn. Het is mogelijk dat er naast de Onderwijsinspectie andere instanties komen die de belangen van de verschillende partijen behartigen. Er moet veel meer macht komen bij de afnemers. Daardoor ontstaat een nieuwe balans tussen schoolbesturen en afnemers. En dat moet niet een partij worden, zoals een wethouder Aboutaleb, die de macht naar zich toe wil trekken. Daarnaast blijft de minister van Onderwijs verantwoordelijk voor de Onderwijsinspectie en de financiering van de scholen. De minister behoudt de macht om een school te sluiten.'

boetes

De Onderwijsraad kwam vorige week met een advies aan de minister om scholen die niet functioneren een boete op te leggen. Uit het laatste jaarverslag van de Onderwijsinspectie blijkt dat vier procent van de scholen in het basis- en voortgezet onderwijs langdurig onder de maat presteert. Daarnaast vindt de Onderwijsraad dat de Inspectie meer afstand moet nemen van het onderwijs en krachtiger moet optreden. Inspecteur Generaal Kete Kervezee van de Inspectie stond de afgelopen week de commissie Onderwijs van de Tweede Kamer te woord over de rol van de Inspectie in de discussie over Governance in het onderwijs. Zij had het over andere manieren van onderzoek, andere vragen stellen, maar wel in gesprek blijven met de scholen. Er worden volgens Kervezee wel nieuwe maatregelen overwogen, zoals onverwacht tussentijds bezoek van de Onderwijsinspectie. De Onderwijsinspectie komt nu altijd ver van te voren aangekondigd langs.

Ook over slecht functionerende scholen heeft onderwijswethouder Aboutaleb nog wel een paar punten op zijn lijstje. Ik heb een paar Amsterdamse scholen in mijn gedachten die ik zo zou willen sluiten, maar ik mag dat niet. Ze zijn te slecht maar mogen onder het huidige bestel gewoon voortbestaan.' Aboutaleb wil niet zeggen om welke scholen het gaat, maar benadrukt dat het niet alleen zwarte scholen zijn, maar ook witte. Er zijn witte scholen die slechter presteren dan zwarte scholen. De minister heeft een aantal jaren terug wel ferm gezegd dat de financiering stopt als een school slecht functioneert, maar tot op heden is dat niet gebeurd. En daar lijkt het me hoog tijd voor.'