Klaar voor de vergrijzing

Adviseur seniorensport worden ze, de eerste zes studenten van een gloednieuwe opleiding in Tilburg. Zelf hoeven ze maar weinig te bewegen. Jacqueline Kuijpers

Wie een verhaal wil schrijven over competentiegericht leren valt al snel in de valkuil van het jargon. Dat is helemaal zo voor degene die een competentiegerichte opleiding wil starten. Die ontvangt een woordenboek vol termen die gebruikt moeten worden. Dat overkwam Coreline Haasakker en Helmi van der Loo toen zij een paar jaar geleden de hbo-opleiding Lifetime Movement Consultant ontwikkelden aan Fontys Sporthogeschool in Tilburg. Daarbij werden ze begeleid door Hendrianne Wilkens van het onderwijskundig adviesbureau CLU van de Universiteit Utrecht.

Lifetime Movement Consultant is de door de marketingafdeling van de Hogeschool bedachte hippe naam voor Adviseur Sport en Bewegen 50+. In de vergrijzende samenleving (tegenwoordig flatteus 'verzilverend' genoemd) is bewegen voor ouderen een steeds belangrijker thema in het kader van een gezonde levensstijl. Her en der worden verschillende sportprojecten opgestart, maar op gemeentelijk beleidsniveau ontbreekt nog vaak een coördinator. De nieuwe opleiding moet deze spinnen-in-het-web gaan afleveren.

Maar seniorensport is nogal een 'ver-van-mijn-bed-show' voor achttienjarige sportieve schoolverlaters. De fulltime opleiding trok dan ook geen belangstellenden. Daarom is dit jaar gestart met een tweejarige deeltijdopleiding. Met als resultaat zes eerstejaars: allemaal dames, in leeftijd variërend van 46 tot 59 jaar. Drie fysiotherapeuten, twee docenten jazzballet en een beleidsmedewerker van de gemeentelijke instelling Sportbedrijf Tilburg.

Vandaag zijn ze bijeen in een somber zaaltje in het souterrain van de Sporthogeschool voor hun eerste assessment (= beoordeling). Er staat een beamer klaar en de helft van de tl-buizen is alvast uitgedaan. Straks zullen de dames hier in een PowerPoint-presentatie het onderzoek toelichten dat ze hebben gedaan voor het Sportbedrijf Tilburg, naar de kansen van het project 'Meer Bewegen voor Ouderen'. Zenuwachtig zijn ze en duidelijk niet gewend aan het geven van dit soort presentaties. Ik heb nog nooit zoveel gezeten als bij deze opleiding over bewegen voor vijftig plussers!' zegt Lidy Joseph, docente jazzballet, terwijl ze voor de zoveelste keer een losse pluk haar achter haar oor steekt. De anderen lachen. Met het onderzoek moeten de studenten aantonen dat ze nu 'marketeer' zijn. Dat is één van de zes 'beroepsrollen' die ze zich eigen moeten maken. Die rollen staan voor de verschillende kanten van het beroep adviseur seniorensport. Er zijn er zes: adviseur, coach, marketeer, innovator, organisator en expert. Voor al die rollen moeten de studenten zich bepaalde competenties (= een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en beroepshouding) eigen maken. Ze moeten een presentatie kunnen houden, een behoeftenpeiling kunnen doen, weten wat er komt kijken bij het opstarten van een project, kunnen overleggen met mensen op diverse niveau's.

Het zijn deze competenties die per beroepsrol beoordeeld worden, zoals vandaag in een assessment, of door middel van een verslag, een boekbespreking. Dat heet dan 'bewijslast' en wordt gebundeld in een digitaal portfolio. Overigens is er veel kritiek op het beoordelen van competenties, zegt Hendrianne Wilkens van het CLU. Want hoe moet je beoordelen of iemand goed kan samenwerken? Hoe toon je dat als student aan? Veel opleidingen werken daarom met verschillende vormen van beoordelen, zoals 360 graden feedback. Hierin beoordelen studenten zichzelf, elkaar (peer-evaluation) en worden ze beoordeeld door een begeleider of docent.'

Maar hoe zit het eigenlijk met de inhoudelijke kennis rondom sportende senioren? Alleen in de beroepsrol 'expert' staat inhoudelijke leerstof op het programma, zoals 'bewegen met een chronische ziekte of na een trauma'. Het lijkt erop dat het vooral 'vorm' is wat deze studenten leren en weinig inhoud. Dat is een valkuil, ja', zegt Pieter Cornelissen, docent Marketing & Ondernemen aan de NHTV in Breda. Hij is één van de assessoren van vandaag. Mijn ervaring is wel dat dit in het eerste jaar meer aan de orde is dan in latere jaren. In het eerste jaar worstelen studenten nog met bijvoorbeeld een presentatie, is het nog het doel, later wordt het het middel.'

De ontwikkelaars van de opleiding delen die angst niet. Van der Loo: De kennis is voorwaardelijk. Je kunt die vaardigheden pas uitoefenen áls je de kennis hebt. Daarom moeten de studenten veel literatuur lezen. Verder is de casuïstiek steeds 'bewegen voor 50-plussers'. Daar worden ze op bevraagd.'

Over het assessment van vandaag zegt Cornelissen dat hij de rode draad in het marketingverhaal miste: Het waren losse schakels op een hoop, maar nog geen ketting. Dat moet in het tweede jaar verbeteren.' Maar komt marketing wel terug? Nee', zegt Van der Loo. Dat is nu afgerond. Maar wat ze nu geleerd hebben heeft binnen de andere beroepsrollen wel een plek. Het gaat om de integratie van de beroepsrollen.'

Voor de studenten in kwestie was de nieuwe aanpak aanvankelijk 'een beetje vaag', vertellen ze. Maar', zegt Mieke Goedmakers (beleidsmaker), als je een poos bezig bent, ga je beter beseffen wat deze opleiding voor je kan betekenen. Het zet mij op het juiste spoor om me dingen eigen te maken die ik nodig heb voor dit soort functies. Maar het moet wel helemaal uit jezelf komen.' Dat beamen Haasakker en Van der Loo: Het is een vraaggestuurde aanpak.' Lidy Joseph is kritisch. Wij - ze wijst naar haar medestudenten - hebben allemaal een verschillende achtergrond, en er wordt toch een bepaalde basis verondersteld. Ik vind het heel moeilijk. Ik heb nooit iets beleidsmatigs gedaan en nu wordt er toch van mij verwacht dat ik daar al een basiskennis van heb.'

Ook fysiotherapeute Mariëtte Morres moet wennen. Je weet wat je moet bereiken, maar het 'hoe' ontbreekt. Je moet alles zelf uitzoeken. Dat kost erg veel tijd. Voor dit marketingonderzoek stond acht uur per week, maar ik ben er het dubbele aan kwijt geweest.' En dan is ze met het in elkaar draaien van de PowerPoint-presentatie nog geholpen door haar echtgenoot.