Indiase krijtstreep boezemt westen angst in

Indiërs in krijtstreeppakken, plotseling boezemen ze westerse ondernemers angst in. Ze komen naar Europa of de Verenigde Staten niet meer alleen voor outsourcingsprojecten (het verplaatsen van administratief en informatietechnologisch werk naar India), maar ook om bedrijven op te kopen.

Met de overval van Mittal Steel, dat eigendom is van de Indiër en miljardair Lakshmi Mittal, op de Europese branchegenoot Arcelor, staat ineens een proces in de schijnwerpers dat al een tijd gaande is. De afgelopen jaren hebben veel Indiase ondernemingen geruisloos bedrijven overgenomen in het westen. Omdat het meestal gaat om kleinere of middelgrote bedrijven, om miljoenen-in plaats van miljardendeals, ontsnappen ze makkelijk aan de aandacht. Vorig jaar kocht bijvoorbeeld het Indiase Videocon nog voor 240 miljoen euro de kleurenbeeldbuizendivisie van het Franse Thomson. Telecombedrijf Videsh Sanchar Nigam legde met de overname van het Amerikaanse Tyco Global Network 130 miljoen dollar op tafel voor een kabelnetwerk van 60.000 kilometer, terwijl de onderneming een maand later, in juli 2005, de aankoop aankondigde van de in Canada opererende branchegenoot Teleglobe voor 239 miljoen dollar.

Volgens Ranjit Pandit, voorzitter en een van de oprichters van McKinsey in India, is er een ware stormloop gaande. Indiase ondernemers staan te dringen om overnames te doen buiten de grenzen. Bijna wekelijks kopen ze bedrijven op. Vooral Oost-Europa is populair, omdat daar regelmatig bedrijven voor een habbekrats van de hand worden gedaan. En vanuit landen als Polen en Tsjechië willen de Indiase entrepreneurs West-Europa bedienen, waar de consument nog altijd kapitaalkrachtiger is dan in Oost-Europa. En tegen de tijd dat de Oost-Europese economieën beginnen te profiteren van aansluiting bij Europese Unie, zitten de Indiase ondernemingen daar stevig in het zadel, zo is de achterliggende gedachte.

Mittal Steel is officieel geen Indiaas bedrijf, maar een Nederlandse vennootschap bestuurd door Indiërs. De wijze waarop Mittal de afgelopen jaren als multinational is gegroeid heeft echter nadrukkelijk een Indiase stempel: door verliesgevende of zwak presterende ondernemingen op te kopen en weer gezond te maken.

Volgens de econome Suparna Karmakar, van de Indian Council for Research on International Economic Relations, verschilt deze aanpak van de Chinese. Ook Chinese bedrijven expanderen naar hartelust overal ter wereld, vaak onder strakke regie of met subsidie van de centrale overheid in Peking. Zij hevelen, na de overname, meestal meteen de productie over naar China om kosten te besparen. In de Indiase overnamedrang speelt de overheid geen enkele rol, terwijl van verhuizen van capaciteit naar India geen sprake is. 'Indiase ondernemers zijn in staat de efficiëntie te verbeteren zonder het bedrijf te verhuizen. In India geldt dat altijd alles mogelijk is en overal wel een oplossing voor te vinden is. Die houding hebben ondernemers ook als ze in het buitenland opereren. Ze zijn innovatief', zegt Karmakar.

Ranjit Pandit van McKinsey zegt dat elke ondernemer die in India succesrijk is, het in het buitenland alleen maar makkelijker heeft. Hij vergelijkt ondernemen met deelname aan het verkeer in New Delhi, waar op driebaanswegen zes auto's, omsingeld door fietsen, motoren en scooters, naast elkaar rijden, waar koeien regelmatig de weg versperren, olifanten het verkeer soms ophouden en niemand zich aan de regels houdt. Chaos. Als je het verkeer van Delhi gewend bent en vervolgens op de snelwegen in Duitsland rijdt, dan waan je je in het nirwana, zegt Pandit. Een Indiase ondernemer heeft dezelfde ervaring wanneer hij in Amerika of Europa actief is.Want, zo zeggen veel analisten, het Indiase bedrijfsleven opereert in een bepaalde chaos, in een kluwen van zichtbare en ondoorzichtige regels. De onvermijdelijke bureaucratie, de alom aanwezige corruptie en de wirwar aan regelgeving die bovendien in elke deelstaat verschillend is; niemand ontkomt eraan.

Wij zijn in eigen land gepokt en gemazeld, zegt Sunil Tandon, vice-president van Videocon. En voor Lakshmi Mittal, zo heeft die ooit zelf eens verklaard, is juist dat een van de redenen waarom zijn bedrijf altijd huiverig is geweest om in India iets groots op te zetten. Vorig jaar kondigde hij aan een staalfabriek te bouwen in de deelstaat Jharkhand: zijn eerste in India.

Voordat de liberalisering van de economie in India werd ingezet in 1991, werd het bedrijfsleven gemuilkorfd door de overheid. Een industrieel vergunningenstelsel, waarbij voor elke nieuwe investering of uitbreiding van bestaande capaciteit of introductie van een nieuw product een vergunning nodig was, hield het bedrijfsleven in zijn greep. Het kon zo maar zeven tot negen jaar duren voordat de bureaucraten hun toestemming gaven. Het maakte de ondernemers niettemin ook creatief, voortdurend gingen ze op zoek naar sluiproutes om zaken te kunnen doen, geld te kunnen verdienen. In de tweede helft van de jaren negentig investeerde het bedrijfsleven fors in eigen land. Een tijdelijke overcapaciteit in bepaalde sectoren van twee, drie jaar, had tot gevolg dat ondernemingen ook buiten de grenzen naar markten gingen zoeken. En de toegenomen export, en daarmee intensievere contacten met het buitenland, zorgde er eveneens voor dat bepaalde industrieën nadrukkelijker gingen kijken naar groeimogelijkheden door overnames buiten India. In die tijd is het begonnen, zegt econome Karmakar, 'toen zag je de eerste Indiase multinationals ontstaan'.

Het huidige gunstige economisch klimaat in eigen land versnelt de expansiedrift van de Indiase multinationals. Lage rentes en een aanhoudende robuuste economische groei van tussen de 7 en 8 procent hebben de winsten van het Indiase bedrijfsleven verder opgestuwd.

Op de beurs in Bombay heeft dat inmiddels geleid tot een ware bull market. Deze week doorbrak de index voor het eerst de 10.000-puntengrens. In acht maanden tijd steeg de index van 7.000 naar 10.000, een ongekende stijging, die vergelijkbaar is met de onstuitbare Dow Jones-index tussen 1997 en begin 1999, toen de internethype in volle gang was.

Daarom verwacht McKinsey dat het niet bij de overname-escapades van enkel Mittal Steel zal blijven. In de toekomst zullen meer grotere acquisities door Indiase bedrijven plaatshebben. Indiase telecommunicatiebedrijven behoren bijvoorbeeld tot de snelst groeiende ter wereld, in een miljoenenmarkt, waar wekelijks duizenden nieuwe klanten bijkomen. Met hun steeds hogere beurswaarderingen zal het voor deze ondernemingen alleen maar eenvoudiger worden om omvangrijke aankopen in het westen te financieren.

Over een paar jaar zullen meer Indiase ondernemingen aankloppen met een overnamebod bij grote westerse bedrijven, zegt Pandit. De Indiase multinational is volgens hem onstuitbaar.