In je eentje God bedenken

Alleen op een eiland beredeneerde Hayy hoe de wereld in elkaar zit en dat god bestaat. De 12de-eeuwse filosoof Ibn Tufayl bedacht hem. Hoogleraar arabistiek Remke Kruk vertaalde zijn werk. Berthold van Maris

21/1/2006 Foto Freddy Rikken Proff Remke Kruk Leiden Vertaalster Arabisch Rikken, Freddy

In Hayy ibn Yaqzan, een filosofische vertelling van de Spaans-Arabische filosoof Ibn Tufayl uit de twaalfde eeuw, groeit het jongetje Hayy op op een eiland waar verder geen mensen wonen. Hij wordt door een gazelle grootgebracht. Als het dier dood gaat, wil Hayy haar weer levend maken. Hij snijdt de gazelle open om haar te repareren. Dat lukt natuurlijk niet, maar vanaf dat ogenblik is Hayy wel nieuwsgierig naar het verschil tussen leven en dood en naar de anatomie.

Het is het vertrekpunt van een lange wetenschappelijke en filosofische verkenning van de wereld om hem heen, die heel zijn leven in beslag zal nemen.

Hayy leert te overleven en door goed om zich heen te kijken en goed na te denken, komt hij geheel op eigen kracht tot de belangrijkste filosofische en religieuze inzichten van zijn tijd. Als hij, inmiddels volwassen, door logisch en abstract te redeneren tot het inzicht komt dat er een Opperwezen is, besluit hij zich geheel aan de mystiek te wijden: door ascetisch te leven en te mediteren zoekt hij contact met het goddelijke en slaagt daar uiteindelijk ook in.

Hayy ibn Yaqzan is vertaald door Remke Kruk, hoogleraar Arabische taal en cultuur in Leiden. Het boek is volgens Kruk een allegorie: Hayy staat voor het actieve intellect - een begrip in de neo-platoonse filosofie: de hemelse intelligentie, zoals die zich manifesteert in de mens zelf.'

Kruk gebruikt het boek altijd bij haar filosofie-college, vertelt ze. Aan het begin van de cursus laat ze de studenten het boekje lezen. Ze vinden het meestal een erg leuk verhaal. Aan het eind van de cursus vraag ik ze om het nog eens te lezen. En ja, dan zien ze dat het veel meer is dan een leuk verhaal, dat er ongelofelijk ingewikkelde filosofische kwesties in behandeld worden. Ik heb het boek zelf vele malen gelezen, en ik moet zeggen: naarmate ik er meer naar kijk, zie ik steeds nieuwe lagen.'

Het boek is indertijd al snel in het Latijn vertaald. De eerste Nederlandse vertaling dateert uit 1672 en heet Het leeven van Hai Ebn Yokdan'. In de tweede Nederlandse editie, uit 1721, is de titel veranderd in: Het wonderlyk en zeldzaam levensgeval van Hai Ebn Jokdan, waar in getoont wort, hoe iemand buiten eenig ommegang met menschen ofte omderwijsinge kan komen tot de kennisse van zich zelven en van God'.

Het 'aristotelische' idee dat je veel over de wereld te weten kunt komen door simpelweg goed waar te nemen, speelt in het boek een cruciale rol. Sommige van Hayy's waarnemingen komen op de moderne lezer echter vreemd over.

Als Hayy de gazelle opensnijdt, treft hij drie hartkamers aan, waarvan er een leeg is. Hij concludeert dat daarin iets heeft gezeten wat maakte dat de gazelle leefde. Zo vreemd is die waarneming nu ook weer niet', zegt Kruk. Hoe dat zit met die hartkamers is helemaal niet zo duidelijk als je een hart open snijdt.'

In het eerste hoofdstuk moet verklaard worden hoe Hayy ooit als baby op het eiland is terechtgekomen. Ibn Tufayl oppert twee mogelijkheden. Hayy kan een vondeling zijn - maar dat is eigenlijk filosofisch niet interessant, zegt Kruk. De tweede mogelijkheid is: Hayy is het product van 'spontane generatie': de baby is vanzelf ontstaan, zonder dat er een vrouw en man aan te pas kwamen. Aan deze filosofisch interessantemogelijkheid wijdt Ibn Tufayl vervolgens maar liefst zes pagina's. Het is Kruks favoriete passage, zegt ze.

Spontane generatie wordt door Aristoteles ook genoemd. Het zou voorkomen bij vissen, insecten, lagere dieren. Aristoteles zegt dat bepaalde soorten slakken spontaan kunnen ontstaan, maar misschien ook door geslachtelijke voortplanting. Want, redeneert hij, ook als we ze hebben zien paren, weten we nog niet zeker dat hun ontstaan het gevolg daarvan is. Dat is natuurlijk heel scherp gezien.'

gele gal

De spontane generatie van een mens is volgens Kruk de uiterste consequentie van de theorie van de vier elementen: De bestanddelen van het lichaam - gele gal, zwarte gal, bloed en slijm - gaan terug op de elementen: aarde, water, lucht en vuur. Uit de menging van die verschillende bestanddelen ontstaan de verschillende organen, de verschillende delen van het lichaam. Dat moet allemaal in balans zijn, onderdeel voor onderdeel, wil het organisme goed functioneren. Als je dat in zijn consequentie doordenkt, dan moet dus op de perfecte plek op aarde, waar de materie in perfecte balans is en waar de omstandigheden ideaal zijn, de meest perfecte scheppingsvorm vanzelf kunnen ontstaan. Want: als aan alle voorwaarden is voldaan om iets te laten gebeuren, dan móét het ook gebeuren.'

Wat ik zo interessant vind: dat mensen daar nu zo spontaan om beginnen te lachen, terwijl, als je aan diezelfde mensen vraagt: leg mij nou even uit hoe het leven is ontstaan, dan staan ze met hun mond vol tanden. Het probleem is bij ons natuurlijk niet anders, alleen het is steeds verder gereduceerd: van een ingewikkeld organisme naar steeds eenvoudiger organismen en ten slotte naar de eerste zelfreproducerende cellen. Maar het blijft speculatief, helemaal opgelost is het niet.'

Kruk was aangenaam verrast toen ze, hieraan werkend, van haar buurman, die bioloog is, een boek leende waarin de opvatting van Nobelprijswinnaar Freeman Dyson werd uiteengezet. Zijn model van hoe het leven ooit is ontstaan leek voor mij als twee druppels water op de spontane generatie bij Aristoteles. Dat er, in een oersoep, een soort van cellen ontstond en dat daar een vlies omheen groeide - dat lijkt precies op de spontane generatie die Ibn Tufayl beschrijft.'

In 'Hayy ibn Yaqzan' wordt met enige regelmaat de koran geciteerd, maar afgezien daarvan komt het verhaal helemaal niet zo specifiek islamitisch over. Dat klopt', zegt Kruk. Het is filosofische mystiek volgens de neo-platonisten.' Deze filosofische stroming uit de derde eeuw na Christus heeft ook het christendom sterk beïnvloed, door de manier waarop het bestaan van een heel abstract Opperwezen en de daaruit voortvloeiende ziel, geest en materie filosofisch beredeneerd werd.

Hayy komt tot diezelfde inzichten, nadat hij een tijd lang heeft gefilosofeerd over de ordening van de wereld, over materie, vorm en essentie, over ruimtelijke dimensies en tijd, om zich ten slotte te kwellen met de vraag: heeft de wereld altijd al bestaan?

Over het antwoord op die vraag werd in de islamitische wereld ten tijde van Ibn Tufayl verschillend gedacht. De filosofen werden fel aangevallen door de theoloog Ghazali, vertelt Kruk. Die vond dat bepaalde neo-platonische opvattingen onverenigbaar waren met de islam. Zoals de opvatting over wat schepping is. Monotheïstische religies gaan ervan uit dat je één God hebt, die op een bepaald moment de wereld heeft geschapen. Aristoteles gaat uit van een eeuwige wereld. Omdat Aristoteles heel veel gezag had, probeerde men die dingen met elkaar te verzoenen en de oplossing daarvan vond men in het neo-platonisme: in de leer van de emanatie. Het komt erop neer dat de schepping een afgeleide is van God, maar ook gelijktijdig. Zoals men ook meende dat het licht van de zon gelijktijdig is met de zon, maar ook afgeleid van de zon. Men redeneerde als volgt: de zon zou geen zon zijn als hij geen licht gaf, dus het hoort bij de essentie van de zon om licht te geven, en zo hoort het ook bij de essentie van het Opperwezen om de schepping als het ware uit te stralen, te emaneren. Dus is de schepping secundair aan God, maar ook gelijktijdig. Ghazali zegt: dat is onzin, want bij schepping hoort een wilsmoment.' Hayy komt, door eigen waarneming en nadenken, ook tot het idee van de-emanatie.

Een aardige kant van het verhaal is dat Ibn Tufayl de hoofdpersoon steeds voorziet van levendige emoties. Op het moment dat Hayy moet nadenken over materie zonder vorm, schrikt hij daarvoor terug: Toen zijn beschouwing hem zover gebracht had dat hij enigszins boven de zintuiglijk waarneembare wereld uitsteeg en uitkeek over de grenzen van de wereld van het geestelijke, overviel hem een gevoel van verlatenheid en hij voelde een grote genegenheid voor de vertrouwde wereld van het zintuiglijke.'

Zo herkenbaar!' vindt Kruk. Als kind kon ik ook wakker liggen in mijn bedje van het idee van oneindigheid!'

Als Hayy de wereld helemaal heeft doordacht en zich overgeeft aan langdurige meditatie, ondergaat hij ten slotte de mystieke ervaring, die in zeer voorzichtige bewoordingen wordt beschreven. Kruk: De auteur zegt tegen de lezer: u wilt dat ik dit uitleg, maar dat kan ik niet. Het is geen rationele ervaring, dus kan ik het ook niet in rationele termen uitleggen. Daar zit ook een praktische kant aan: de directe emotionele godsbeleving werd helemaal niet gewaardeerd door de fundamentalisten, die in die tijd heel invloedrijk waren.'

extase

De mysticus al-Hallaj, die een eeuw eerder leefde, speelde het klaar om op het moment dat hij de hoogste mystieke extase bereikte en geen onderscheid meer zag tussen zijn eigen ziel en de goddelijkheid, uit te roepen: 'Ik ben God!'. Hij moest het met de dood bekopen.

Zowel filosofie als mystiek lagen gevoelig in de tijd van Ibn Tufayl. Kruk: Dat zie je ook bij een jongere tijdgenoot van hem, de bekende filosoof Averroës. Er was een soort fundamentalistische groepering aan de macht, de Almohaden: die moesten niets hebben van filosofen en mystici. Maar op het hoogste niveau, bij de vorsten, was dat weer anders. Dus het lag niet zo simpel.'

Van Averroës heeft Kruk zojuist een boek vertaald, 'Het beslissende woord'. Averroës vertelt ergens hoe Ibn Tufayl hem introduceert aan het hof in Marrakesh. Averroës is ontzettend zenuwachtig. De vorst vraagt hem: 'Wat denken de filosofen over de kosmos? Is die eeuwig of geschapen?''

Averoës durfde niet te antwoorden tot de vorst zelf uiteenzette wat Aristoteles, Plato en de andere filosofen erover hadden gezegd. Averroës maakt hieruit op ze met filosofen onder elkaar waren en dat hij vrijuit kon spreken.

De allegorische vertelling rondom Hayy eindigt tamelijk verrassend: Hayy is al op middelbare leeftijd, als hij ontdekt wordt door een vertegenwoordiger van de bewoonde wereld, de gelovige Asal. Die raakt onder de indruk van wat Hayy op eigen kracht heeft uitgedacht: '...en Asal twijfelde er toen niet meer aan dat wat zijn eigen leer meedeelde over God (machtig en verheven is hij!), Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn gezanten, de jongste dag, Zijn paradijs en Zijn hel, even zoveel zinnebeeldige voorstellingen waren van hetgeen Hayy ibn Yaqzan aanschouwd had.'

Dat zijn dus allemaal metaforen', zegt Kruk. Dat gaat ver, hè. Averroës zegt dat ook van hemel en hel.' Asal neemt Hayy mee naar de beschaafde wereld en daar proberen ze de mensen van hun filosofisch-mystieke inzichten te doordringen. Dat lukt niet, want de meeste mensen blijken daar niet slim genoeg voor te zijn. Voor hen is daarom de alledaagse godsdienst met zijn praktische voorschriften (bidden, goede werken verrichten) het beste alternatief, besluit het boek. De echte religieuze ervaring, die van de mystiek, is slechts voor een enkeling weggelegd.

Abu Bakr Muhammad ibn Tufayl - Hayy Ibn Yaqzan. Een filosofische allegorie uit Moors Spanje. Vertaald en ingeleid door Remke Kruk. Bulaaq. 150 blz. 17,50.

Averroës - Geloof en wetenschap. Het beslissende woord. Vertaald door Remke Kruk. Viator Reeks. 96 blz. 17,90.