Hollands dagboek

Deze week maakte de regering bekend dat een groot deel van de Goudstikker-collectie wordt teruggegeven. Het Bonnefanten in Maastricht is het zwaarst getroffen museum: het raakt 38 van zijn 61 `Goudstikkers` kwijt. Directeur Alexander van Grevenstein (1948): `De schilderijen verlaten het museum in veel betere staat dan waarin ze binnenkwamen`. Grevenstein is getrouwd en heeft twee kinderen.

Woensdag 1 februari

De dag begint goed. Op het museum aangekomen, sla ik de kranten open. In de Volkskrant stelt Ronald de Leeuw dat een bruikleen een gunst is. Hij voert het goed huisvaderschap ten tonele en roept de collegae tot de orde die overwegen claims in te dienen bij de Rijksoverheid, mocht deze tot teruggave overgaan van de Goudstikker-collectie. Zijn redenering is een gangbare wanneer het het normale bruikleenverkeer betreft. Het is usance dat musea even veel zorg besteden aan bruiklenen als aan hun eigen collectie. Dit betreft ook conservering en restauratie, wanneer noodzakelijk. Ronald de Leeuw heeft dus volkomen gelijk als hij stelt dat bruiklenen ook tot verplichtingen leiden. Deze liggen overigens altijd vast in een overeenkomst die voor een bepaalde termijn wordt afgesproken.

Het Bonnefantenmuseum is in 1988 zo`n overeenkomst aangegaan met de Dienst `s Rijks Verspreide Kunstvoorwerpen, het huidige Instituut Collectie Nederland (ICN), inzake een collectie van een honderdtal vroeg-Italiaanse schilderijen. Het betrof een langdurige bruikleen waarbij beide partijen uitgingen van het feit dat ook het deel voormalig collectie-Goudstikker tot in lengte van jaren in Maastricht te zien zou zijn (zie ook uitspraken van oud-staatssecretaris Nuis e.a.). Vanuit deze veronderstelling werd (na jaren van achterstallig onderhoud) besloten de hele collectie te documenteren en te onderzoeken. Hiertoe zijn zogeheten Deltaplangelden ingezet en tevens de middelen van het museum, in casu de provincie Limburg. Het betrof een grote reddingsactie die het gevolg was van eerdere bemoeienis van Henk van Os, die zich als eerste, met zijn studenten, om deze vroege Italianen bekommerde. De schilderijen waren niet toonbaar.

Het Deltaplan hanteerde destijds de verdeling veertig procent Rijksgeld en zestig procent voor rekening aanvrager. Mijn opmerking in dit verband luidde dat ik het netjes had gevonden, wanneer vanuit het Rijk c.q. ICN contact met ons zou zijn opgenomen om gezamenlijk de consequenties van een en ander te bekijken. Niet meer, niet minder. Anderen spreken dan meteen van claims. Zolang er geen beslissing is gevallen over teruggave en wij van onze kant niet begonnen zijn met rekenen, kan er geen sprake zijn van een claim onzerzijds. Wel heb ik gemeend er goed aan te doen op te merken dat met een mogelijke teruggave nog niet alle vuiltjes uit de weg zijn geruimd. Temeer daar in eerdere gevallen het ministerie zelf een `vergoedingsregeling` heeft geïnitieerd.

Donderdag

Het is een dag om even terug te schakelen. Woorden als `besmet`, `besmeurd`, zullen de zaak-Goudstikker altijd blijven aankleven. Ik kan me nog goed herinneren toen ik voor het eerst met de stickers `Goudstikker` of `Führer-Museum Linz` e.a. op de achterkant van de schilderijen werd geconfronteerd. Als zoon van een vader die de oorlog maar niet verwerken kon, greep mij opnieuw het verstikkende verleden bij de keel. Maar stikken is geen optie, dus heb ik eind jaren tachtig bewust gekozen voor de voorkant van de schilderijen en de achterkant met de restanten van het verleden voor lief genomen. De troost die eigen is aan kunst kreeg in deze een extra betekenis.

Inmiddels is het rapport-Ekkart binnengekomen, waarin uiterst zorgvuldig de hele geschiedenis-Goudstikker uit de doeken wordt gedaan. Het advies is er niet bijgevoegd. Opnieuw journalisten aan de lijn. Gisteren was het al zo`n drukte dat ik het afscheid moest missen van Sjeng Kremers als voorzitter van de raad van toezicht van de Universiteit Maastricht. Hij is de beste en gehaaidste bestuurder die ik heb meegemaakt. Hij heeft veel voor het museum betekend, net als voor de rest van de provincie. Met pijn in het hart liet ik dus verstek gaan. Zeker wanneer ik hoor dat hij in zijn afscheidsbespiegelingen het museum uitdrukkelijk betrok als een van de instellingen waarop Maastricht en Limburg moeten bouwen.

Vrijdag

Het is een korte dag. Met Anne, reeds terug uit het Westen, besluit ik een halve dag vrij te nemen. `s Ochtends moet er wel nog worden ingericht. Dit keer de foto`s van Marcel Broodthaers toen hij in Zuid- Limburg op vrijerspad was. Een van de foto`s maakt ondubbelzinnig duidelijk waarom: Maria Gilissen uit Cadier en Keer, twintig jaar jonger dan hij, hapt in een appeltje. Haar ogen voorspellen geluk en voorspoed.

Zaterdag

Zo zachtjes aan bekruipen mij wel de beelden van een halfgevuld museum, mochten alle Goudstikkers worden weggehaald. Onze gehele collectie oude kunst omvat 500 schilderijen, waaronder 61 Goudstikkers. In de pers heb ik steeds de nadruk weten te leggen op de vroeg-Italiaanse schilderijen, maar het gaat om veel meer. Het zit er ook in dat wij een prachtige Cranach zullen moeten missen en talloze vroeg-Duitse schilderijen. Alles bij elkaar zou het wel eens om zo`n veertig schilderijen kunnen gaan. Voor een afdeling oude kunst in opbouw sinds 1987 is dit geen prettig vooruitzicht.

Om al te sombere gedachten opzij te kunnen zetten tussendoor maar even naar Luik gereden. Bij de Librairie Pax liggen de bestelde boeken klaar. Een daarvan betreft Paul Valery's `Monsieur Teste`. Het is me aangeraden door Michael Krebber, de kunstenaar van wie wij onlangs een belangrijk werk konden verwerven. Het bevat een verzuchting die hij (Krebber) tot zijn motto heeft verheven. Deze luidt: “Ma faiblesse, ma fragilité. Les Lacunes sont ma base de départ. Mon impuissance est mon origine“ (Mijn zwakte, mijn fragiliteit Lacunes zijn mijn vertrekpunt. Mijn machteloosheid is mijn oorsprong, mijn vertaling). Het is een motto met veel gezichten. Richting Goudstikker zeer toepasselijk, maar in filosofische zin ook interessant. Want zou een kunstwerk kunnen praten, dan zouden deze woorden wel eens de eerste kunnen zijn. Overigens zou een restaurator van schilderijen zich hierin ook kunnen herkennen. Even Anne vragen.

Zondag

Ik ben `s middags nog even in het museum. Het is er druk. De tentoonstelling `Extravagant`, een overzicht van een ietwat veronachtzaamde periode (1500-1530) binnen de Zuid-Nederlandse schilderkunst, trekt publiek. De tentoonstelling is van een grote schoonheid en bezit een enorme fragiliteit. Dit in tegenstelling tot de pletwalspubliciteit-Goudstikker. Het is opvallend dat geen van de journalisten überhaupt gevraagd heeft wat er nu in het museum te zien is. `Extravagant. Raffinement in Devotie`, dus. Komt dat zien!

Ik ga nog even bij mijn oude moeder langs. Ze is éénentachtig en slaat zich moedig door het zich opstapelende ongemak van de ouderdom heen.

Maandag

Sinds de invoering van de vierdaagse werkweek (dinsdag t/m vrijdag van 8.00-18.00u) is de maandag een dag voor bellen, lezen, schrijven aan huis. Anne is weer naar Amsterdam. Ik mis haar en mis de kinderen. Ze zijn zo sterk. Ik kan het niet onderdrukken: ik realiseer me dat goed huisvaderschap ook een `zich hechten` veronderstelt.

`s Middags belt het ANP. De kogel is door de kerk. 202 schilderijen (van de 267) gaan terug naar de erven. Daarvan komen er 38 van ons. In no time hangen de media aan de lijn. Hoe het met de claim zit? Of ik boos ben op Ronald de Leeuw? Of ik al een afspraak heb in Den Haag? Het `niets van dit alles` mijnerzijds brengt de hitsigheid enigszins tot bedaren. Ik vraag me echter af, voor hoe lang?

De Volkskrant had het vanochtend al over een `Drama voor Bonnefanten`. Wat zal het morgen zijn? Alleen al het feit dat ik aandacht heb gevraagd voor de inspanningen die wij ons hebben getroost om de diverse collecties toonbaar en wetenschappelijk verantwoord te presenteren, maken mij tot een feestverstoorder die gewetenloos zijn slag wil slaan. Het is zo typisch Nederlands om betrokkenheid te willen vertalen naar bedragen en claims. Ik maakte slechts gewag van een verlangen naar overleg.

In dit kader moet mij dan ook van het hart dat de schilderijen in veel betere staat het museum zullen verlaten dan ze het museum binnenkwamen. Dat is iets waarop iedereen in en rond het museum trots moet zijn.

Dinsdag

Ik kan Goudstikker even achter me laten. Ben op weg naar Barcelona, voor de opening in het MACBA van een tentoonstelling van de collectie-Herbert. Anton en Annick Herbert zijn verzamelaar sinds de jaren zestig en wonen tussen de kunst in een oud fabriekspand in de binnenstad van Gent (België). Zij zijn exemplarisch voor het type betrokken collectioneur/mecenas, uitzondering in een kunstwereld die van markt en hype aan elkaar hangt. De achterliggende intentie van mijn bezoek was dan ook om deze pure mensen zonder opsmuk een saluut te brengen. De opening was een demonstratie van mensen die het cultureel ondernemerschap de neus uitkomt. Talloze kunstenaars, vele critici en collegae en minder `hypende` kunsthandelaren van heinde en verre gaven acte de présence. Nederland had slechts de vrijstaat Zuid-Nederland afgevaardigd met Charles Esche (Van Abbe) en Hendrik Driessen (de Pont).

Woensdag

Ik heb tijd om een aantal afspraken af te werken en de expositie nog even te zien. Ik loop er rond met kunstenaars als Luciano Fabro en John Baldessari, en de criticus Adrian Searle van onder meer The Guardian. Ook zij zijn nog even blijven hangen.

Vandaag (ook de avond ervoor) blijken nog allerlei uiterst nuttige afspraken gemaakt te kunnen worden, vooral in verband met het toekomstige project `Exile on Mainst`. Het gaat om een expositie die geprogrammeerd staat voor 2007, maar omwille van nog steeds onzekere financiële uitkomsten mogelijk pas in 2008 plaats zal vinden. `Exile on Mainst` (de titel is gehaald bij de Rolling Stones) is een poging om het nieuwe kunstenaarschap van conceptuele nomaden flink in het zonnetje te zetten. Het betreft een kunstenaarschap dat ambacht overboord gooit en het hoofd aan het werk zet in termen van begrippen als Ready Made, Dada, Concept tot Post Studio Practice. Dit - kijk mama zonder handen - komt verder ook tot uiting in wat in de kunstwereld doorgaat voor Appropriation en in het echte leven als Sampling te boek staat. Er zijn verbindingen te kust en te keur naar muziek, film, en andere disciplines. De ideeën zijn zo langzamerhand gerijpt en de bruiklenen grosso modo geregeld. Nu de financiering nog.

Donderdag 9 februari

Ronald de Leeuw heeft zich geuit over het verlies aan collectie bij de kleinere instellingen. Hij overweegt de grote musea te mobiliseren om de kleintjes te compenseren, zo staat in de krant van vanochtend te lezen. Eind goed, al goed.