Het Marilyn Monroe-effect van Goudstikker

De nieuwe kunstkoper wil decoratie aan de muur: een landschap of wat bloemen. Dat kan de verkoop van Goudstikker-werken parten spelen - hoe mythisch de naam ook is.

Wel eens gehoord van Jan van Huysum? Van Huysum is vermaard bij kenners, maar minder bij het grote publiek. Toch werd een bloemstilleven van deze achttiende-eeuwse schilder eind vorige maand in New York verkocht voor 7,29 miljoen dollar. Op dezelfde veiling van Sotheby's gingen meer werken weg voor hoge prijzen, zoals een klein paneel van Paulus Potter: 4 miljoen dollar.

Dergelijke prijzen duiden op een krappe, overspannen markt.Het ideale moment voor een lucratieve verkoop van stukken uit de Goudstikker-collectie - althans zo lijkt het. Maar volgens kunsthandelaren is niet meer dan een vijfde deel interessant voor de markt.

Bij gebrek op die markt aan voldoende topstukken van Oude Meesters van wereldfaam schieten de prijzen omhoog voor de categorie daaronder, de Kleine Meesters. 'Er is schaarste', beaamt Evert Douwes sr. van kunsthandel Gebr. Douwes Fine Art: 'Maar alleen bij de echte top.' Dat komt onder meer doordat musea topstukken blijven kopen, zegt Eddy Schavemaker van Noortman Kunsthandel: 'Die stukken blijven in het museum. De markt droogt op, het aanbod wordt steeds dunner.'

Bij de rijke westerse en Japanse kopers voegt zich de laatste jaren de nouveau riche uit China. Dat vergroot de vraag en stuwt de prijzen op. De zeer vermogenden onder de nieuwe kunstkopers hebben geen tijd om een veiling te bezoeken, zegt Douwes. 'Ze kopen vanuit hun stoel, soms zonder het doek te hebben gezien.'

Een andere oorzaak is dat grote veilinghuizen als Christie's en Sotheby's om aandacht strijden met een felle marketing en uitgebreide websites, waarop makkelijk afbeeldingen zijn op te roepen. Titia Vellenga van de Tefaf, de grootste kunstbeurs van Europa: 'Internet brengt de kunstmarkt voor de potentiële verzamelaar dichterbij.''

De nieuwe kunstkopers hebben liever een goed werk van een minder bekende schilder dan een slecht schilderij van een bekende - als het maar in goede conditie verkeert. Dan is er ook interesse voor schilders als Anthony van der Croos, Bartholomeus Breenbergh en Simon de Vlieger. Hun werk wordt schaarser en brengt nu al gauw een paar honderdduizend euro op.

Het stilleven van Van Huysum is van een andere orde, meent Schavemaker van Noortman, die het doek kocht: 'Van Huysum was in zijn tijd de bestbetaalde schilder in Nederland. Die waardering is bij kenners nooit verdwenen. Dit is bovendien zijn mooiste werk.'

En typisch een werk dat aanslaat bij de kunstkopers van nu. 'Voor hen moet de afbeelding aangenaam zijn. Niet te donker, maar juist licht en kleurig.Men wil ijsgezichten en bloemen'', zegt Douwes. 'Voor religieuze en mythologische afbeeldingen is weinig belangstelling. Vroeger kochten academici, dokters en leraren kunst. Die kenden die wereld. De nieuwe kopers hebben die cultuur niet meegekregen.'

De nieuwe koper wil geen dood aan de muur. Kunst is veelal bedoeld als decoratie, zegt Schavemaker: 'Dus geen stilleven met doodskoppen, want niemand wil worden herinnerd aan de eigen sterfelijkheid.'

Mochten de erven Goudstikker delen van de teruggekregen collectie laten veilen, dan zal die verandering in de smaak zijn weerslag hebben. Portret van een dood kindje van Van der Helst, nog in het Museum Gouda, is niet heel decoratief. Verder omvat de collectie veel werk met religieuze en mythologische voorstellingen.

Wat als een verlies voor Nederland voelt, geldt internationaal gezien niet als echt bijzonder. Zoals de 'vroege Italianen' in het Bonnefanten in Maastricht. Het landschap van Salomon van Ruysdael, dat nu in het Rijksmuseum hangt, behoort wel tot de internationale topstukken. Schavemaker: 'Dat zou zeker opvallen op een veiling.'' Het gebrek aan decoratieve werken uit de Goudstikker-collectie kan een kans zijn voor de musea, die alleen kijken naar kunsthistorische waarde.

In 2002 was er een vergelijkbare situatie en kochten musea als het Rijksmuseum op een veiling spullen terug uit de Gutmann-collectie, die net was teruggeven aan de erven. Dat kunnen musea nu ook doen. 'Maar niet te snel', waarschuwt Jan Maarten Boll, voorzitter van de Vereniging Rembrandt: 'We moeten nadenken of er geen vervanging is.' Bovendien: noch bij de musea noch bij de fondsen is er veel geld voor aankopen.

Het zou wel eens louter de naam Goudstikker kunnen zijn die kopers in verleiding gaat brengen. Douwes: 'Het is het verschil tussen de japon van mijn moeder verkopen en een jurk van Marilyn Monroe. Goudstikker heeft dat Monroe-effect. Verzamelaars zijn er dol op als er aan kunst een verhaal kleeft.'