Guerrilla op de vierkante millimeter

De conservatieve partij van de voormalige Spaanse premier Aznar heeft de verkiezingsnederlaag van 2004 nog niet verwerkt. Spookbeelden uit het verdeelde Spaanse verleden doemen op. 'Niet meer dan tromgeroffel', sust de deskundige. Het lawaai is er niet minder om.

Foto Reuters/Susana Vera Aanhangers van de Partido Popular protesteerden in december vorig jaar tegen de "balkanisering' van Spanje Supporters of Spain's opposition party Popular Party (PP) shout slogans during a protest in downtown Madrid December 3, 2005. Thousands of people gathered to support the Spanish constitution and express their fears of a fragmentation of the Spanish nation. The Socialist government has proposed a statute defining the wealthy northeastern region of Catalonia as a nation within a nation, which some say evoke the divisions which caused Spain's 1936-39 civil war. REUTERS/Susana Vera REUTERS

Een plundering in bloed en vuur: un expolio a sangre y fuego.Als je de conservatieve burgemeester Julián Lanzarote mocht geloven, had het weinig gescheeld of vorige maand was in de universiteitsstad Salamanca opnieuw de burgeroorlog uitgebroken. Die donderdagochtend om zes uur was een legertje van honderd agenten van de Nationale Politie de oude binnenstad binnengereden. Hun doel: het in opdracht van de regering in Madrid ophalen van vijfhonderd dozen met simpel archiefmateriaal. In de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) waren deze door de opstandige troepen onder leiding van generaal Franco geroofd uit de gebouwen van de 'rode' Catalaanse regioregering in Barcelona.

De politiemacht zag de laatste honderd meter van hun tocht versperd door een tiental collega's van de gemeentepolitie. Die lieten in opdracht van de burgemeester weten dat er geen toestemming was om met de wagens door te rijden tot voor de poorten van het gebouw waar de documenten lagen opgeslagen. Alleen de drie sjouwers met hun laadkarretje werden toegelaten. De beperking had geen groot effect: binnen drie kwartier waren de dozen naar buiten gereden en in de transportwagens geladen die het materiaal terug naar Barcelona moesten brengen.

'Dit is het beeld van de huidige regering: een duister kabinet, dat altijd optreedt in de nacht, in zalen zonder licht', zo verklaarde burgemeester Lanzarote met gevoel voor drama. Hier werd een nationaal archief vernietigd, 'eigendom van alle Spanjaarden'. En dat alles als platvloers wisselgeld voor 'de Catalanen'.

Links tegen rechts, Salamanca tegen Barcelona, Spanje tegen Catalonië. Sinds de socialistische regering vorig jaar de onderhandelingen opende over de vernieuwing van het statuut dat de autonome bevoegdheden van de Catalaanse regio regelt, knettert de politieke spanning door de lucht als elektrische ontladingen bij een droog onweer op de Spaanse hoogvlakte. De verwijten van conservatief Spanje zijn dat onder druk van de Catalaanse nationalisten de Catalaanse regio zo veel bevoegdheden krijgt, dat zij een ministaatje wordt. Het woord 'balkanisering' is al gevallen, evenals 'ongrondwettelijk' en 'ondergang van Spanje'.

Het verplaatsen van het archief van Salamanca naar Barcelona was zo'n moment waarop de opgebouwde spanning tot ontlading kwam. Ángel Acebes, secretaris-generaal van de Partido Popular, sprak van vernedering en schaamte van een trotse natie. Even leek vergeten dat het verplaatsen van de archiefstukken het gevolg was van een wettelijk regeringsbesluit dat een einde maakte aan een verbeten strijd die al decennia wordt gevoerd. De Catalaanse regioregering wilde haar papieren terug, Salamanca wilde zijn archief niet verliezen. Eind 2004 besloot minister van cultuur Carmen Calvo om met een speciale wet de knoop door te hakken. De wet bepaalde dat Barcelona zijn originelen terugkreeg, terwijl de kopieën in Salamanca werden ondergebracht in een splinternieuw documentatiecentrum over de Burgeroorlog.

De conservatieve Partido Popular, die Salamanca tot zijn bolwerk rekent, organiseerde een demonstratie tegen het weghalen van de papieren. Vrouwen in dikke bontjassen en mannen met hoedjes die er niet uitzagen alsof ze erg veel belangstelling hadden voor archieven, deelden nu met verbeten gezichten proteststickers uit. Dat het om meer ging dan alleen gekrenkte trots bleek uit een groot spandoek dat ze meedroegen: 'Jullie overwinnen, maar overtuigen niet'. Dat was niet zo maar een slogan. Venceréis, pero no convenceréis zijn de befaamde woorden die Miguel de Unamuno (1864-1936), de filosoof uit Salamanca, vlak voor zijn dood schreef. Alleen had Unamuno zijn tekst juist geschrevenals protest tegen het brute geweld van de troepen van Franco in de Burgeroorlog.De kleinkinderen van Unamuno schreven dan ook een woedende protestbrief tegen het misbruik van de beroemde woorden van hun grootvader.

Spanjaarden hebben een mooi woord voor de atmosfeer van hoogspanning die de afgelopen maanden heerste: crispación. Het verzet van de conservatieve oppositie is daarbij uitgegroeid tot een politieke guerrilla die op de vierkante millimeter wordt gevoerd.Oppositieleider Mariano Rajoy van de Partido Popular sprak van de dreigende ondergang van Spanje, de Spaanse natie, de Spanjaarden. De radiozender Cope, eigendom van de Spaanse bisschoppen, riep op tot een boycot van Catalaanse producten. Producenten van Cava, de Catalaanse bubbeltjeswijn, zagen hun omzet midden in de feestdagen dramatisch dalen.

Na de conservatieve partij en de kerk bleek ook het leger niet te willen achterblijven. Luitenant-generaal Mena, bijna gepensioneerd bevelhebber van de landmacht, waarschuwde tijdens een toespraak dat het leger de taak heeft in te grijpen als de grondwet wordt geschonden. En dat zou wel eens kunnen gebeuren met het nieuwe Catalaanse statuut. Die dreigende woorden kwamen de generaal te staan op onmiddellijk huisarrest en vervroegd pensioen.

Het was een incident, zo bezwoer de regering Zapatero. In het leger was verder alles rustig. Maar terwijl conservatieve dagbladen de ene na de andere steunbetuiging aan Mena ontvingen van gepensioneerde generaals, volgde er een nieuwe brief vol verontwaardigde verwijten over de ondergang van Spanje. De auteur bleek kapitein Roberto González Calderón, commandant van de Legioencompagnie Commandant Franco (vernoemd naar de broer van de voormalige dictator). De brief deed angstwekkend tijdloos aan. Het idee van 'Natie en Vaderland' werd de laatste tijd te grabbel gegooid door politici, zo fulmineerde de kapitein, in ruil voor 'stemmen, zetels en burgemeestersbaantjes'. Alles wat inging tegen Spanje, de familie, de kerk en hen die voor een beter Spanje hadden gevochten, gold tegenwoordig maar voor progressief en politiek correct.

Eerst had de kapitein zijn klacht samen met al zijn manschappen van de compagnie willen overhandigen aan minister van Defensie Bono op het ministerie in Madrid. Maar dat zou ongetwijfeld zijn verdere carrièrekansen in het leger blokkeren, zo schreef de militair. Toch maar niet gedaan dus. Het mocht overigens niet baten: Defensie maakte onmiddellijk bekend dat na de generaal ook tegen de kapitein disciplinaire maatregelen werden genomen.

Wat als er straks een legerofficier besluit om wél samen met zijn manschappen hoogstpersoonlijk de bezwaren langs te komen brengen op een ministerie, in het parlement of in het regeringspaleis van de premier? De opstand van generaal Franco van 1936 is in Spanje nog niet vergeten en de mislukte staatsgreep van kolonel Tejero van 1981 viert juist deze maand zijn 25ste verjaardag. 'Er speelt, denk ik, niet echt een probleem met het leger. Het zou anders geweest zijn als andere generaals het voorbeeld van Mena zouden hebben gevolgd', zegt historicus Santos Julia met enige voorzichtigheid. 'We moeten er ook niet te veel aandacht aan schenken. Dat kan de conflictueuze sfeer alleen maar verergeren.'

Santos Julia, commentator van het dagblad El País en auteur van het met een prijs bekroonde boek De geschiedenis van de twee Spanjes, kreeg vorig jaar te maken met de spanningen van de laatste tijd. Een discussiebijeenkomst over zijn boek, waar ook Santiago Carillo, de hoogbejaarde ex-secretaris-generaal van de communistische partij, aan deelnam, eindigde in een vechtpartij. Rechts-extremistische jongeren waren de boekhandel binnengedrongen en schreeuwden dat Carillo een moordenaar was. Julia kreeg een dreun op zijn neus.

Antisysteem

Toch speelt extreem rechts vergeleken bij elders in Europa een opmerkelijk marginale rol in de Spanje, zo meent Julia. Anders dan in Italië is het neofascisme geen politieke beweging. Paradoxaal genoeg komt dit doordat het fascisme in Spanje nooit werd overwonnen door een buitenlandse macht en dus ook nooit de weg van publieke schuld en boete af heeft moeten leggen. 'De katholieke kerk en een groot deel van de middenklasse bewaren bovendien geen slechte herinneringen aan de Franco-periode', zo verklaart hij. De oude Franco-aanhang werd, samen met christen-democratische en liberale fracties, geruisloos opgenomen in een centrum-conservatieve beweging die de naam Partido Popular kreegt. Extreem rechts is daarmee echter niet verdwenen en kan volgens Julia nog altijd rekenen op zeven à acht procent oftewel ruim drie miljoen van de Spanjaarden. Voor hen is Franco nog steeds de redder van het vaderland die Spanje bevrijdde uit de klauwen van het stalinisme, buiten de Tweede Wereldoorlog hield en uiteindelijk voldoende stabiliteit en economische voorspoed bracht om de weg naar de democratie te effenen. Na de dood van Franco in 1975 spraken links en rechts af dat er geen rekeningen zouden worden vereffend uit de tijd van de burgeroorlog en dictatuur. Deze afspraak wordt algemeen gezien als het geheim van de soepele invoering van de democratie.

Doet de discussie over het Catalaanse statuut de traditionele tweedeling tussen de twee Spanjes, reactionair en katholiek, nu toch weer opleven? Historicus Santos Julia acht de kans op een hoog oplopend conflict tussen de twee Spanjes klein. 'De Tweede Republiek uit de jaren dertig kan niet worden vergeleken met nu. In de maatschappij zelf bestaan geen grote spanningen. Het gaat eerder om een permanente poging van de Partido Popular om de positie van de huidige regering uit te hollen.'

De conservatievengebruiken daarbij methoden die normaal gesproken zijn voorbehouden aan antisysteempartijen. Zo begon de Partido Popular met het verzamelen van handtekeningen voor een referendum tegen het Catalaanse statuut. Maar een dergelijk referendum is grondwettelijk uitgesloten, waardoor de actie niet meer was dan een soort volkstribunaal dat ingaat tegen de parlementaire spelregels.

Dat het uitgerekend het Catalaanse statuut is waar de emoties het hoogst over oplaaien, is volgens de historicus wel een typisch Spaanse erfenis. Het centrale gezag in Spanje was van meet af aan geen uitgemaakte zaak. Vooral de sterke regio Catalonië, geleid vanuit Barcelona, lag regelmatig overhoop met Madrid. Het 'ongewervelde Spanje' is altijd een doorn in het oog geweest van rechts. 'Het is een oude geschiedenis: nation-building in ons land is een voortgaand proces dat voor een permanente spanning zorgt', aldus Julia.

Die spanning verklaart ook de opmerkelijke wijze waarop de Partido Popular de opstandige luitenant-generaal Mena in bescherming nam. Een partijwoordvoerder noemde het optreden van Mena 'begrijpelijk' en 'een weerslag van de huidige situatie'. Partijleider Rajoy veroordeelde kort hierop weliswaar de toespraak van de generaal, maar legde de schuld bij de regering. Die had beter niet kunnen beginnen aan de discussie over dat Catalaanse statuut. Het was een aanval op de regering in plaats van een klare, eenduidige verdediging van de parlementaire democratie.

Achter deze radicale confrontatiekoers zit meer dan alleen een obsessie met een sterke staat. Sinds de Partido Popular de verkiezingen van 14 maart 2004 verloor, is de partij verwikkeld in een ontkenning van het eigen falen. Die heeft de vorm aangenomen van een permanente aanval op tegenstanders. Wie iets van de sfeer binnen de partij wil begrijpen, kan terecht op de website van de Stichting Faes, de conservatieve 'denktank' waar ex-premier Aznar de scepter zwaait (www.fundacionfaes.es). Hier is nu al maanden lang de video Na de Slachtingte zien.Met suggestieve muziek en dramatisch commentaar wordt de stelling verdedigd dat de conservatieven de verkiezingen verloren als gevolg van een duister complot na de treinaanslagen die drie dagen voor de verkiezingen plaatsvonden. De samenzwering had tot doel om de zittende regering als leugenaars te bestempelen. 'Op de elfde maart kregen de socialisten de kans om het theaterstuk op te voeren dat ze al maanden hadden gerepeteerd', zo spreekt een verontwaardigde vrouwenstem.

Beledigingen

De video staat niet op zichzelf. Voortdurend publiceerden dag- en weekbladen die met de conservatieven zijn verbonden artikelen die suggereren dat de aanslagen van de elfde maart in scène waren gezet door de socialistische partij in samenwerking met terroristen van de ETA én van radicaal-islamitischen huize en de Marokkaanse geheime dienst. De conclusie is duidelijk: Spanje wordt geregeerd door een partij die door bedrog en leugens aan de macht is gekomen. De stelling dat het dit kabinet ontbreekt aan democratische legitimiteit werd het leidende beginsel van de oppositie.

Bij het uitdragen van zijn boodschap wordt partijleider Rajoy, eertijds benoemd als kroonprins door scheidend premier Aznar, terzijde gestaan door twee kopstukken die veel te verliezen hebben door hun rol na de aanslagen van 11 maart. Ángel Acebes en Eduardo Zaplana waren als ministers van Binnenlandse Zaken en van Voorlichting de belangrijkste woordvoerders na de aanslagen. Dagenlang hielden zij vol dat de treinen waren opgeblazen door de Baskische terreurbeweging ETA. Dit was van groot belang voor de Partido Popular, omdat ieder verband tussen de aanslagen en de Spaanse steun aan de oorlog in Irak (tegen de wil van de meeste Spanjaarden) vermeden moest worden. Maar uit de parlementaire enquête naar de elfde maart bleek dat het politieonderzoek zich al op de dag van de aanslagen richtte op de terreur van de extremistische islambeweging.

De onjuiste informatieverstrekking, die de avond voorafgaand aan de verkiezingsdag duidelijk werd, zorgde ervoor dat veel twijfelende kiezers besloten op de socialisten te stemmen. De politiek verantwoordelijken binnen de conservatieve partij bleven verbitterd op hun plaats zitten en beten zich vast in het complotverhaal. 'De huidige leiders van de Partido Popular hebben de verkiezingsuitslag nog steeds niet geaccepteerd', meent historicus Julia. 'Ze blijven hun verlies ophangen aan verzinsels.'

Verbitterd is ook de vertrokken premier Aznar die, met het smadelijke verlies van zijn partij en de radicale ommezwaai van de Irak-politiek die er op volgde, zijn rol als elderly statesman in duigen zag vallen. Aznar wordt nog steeds gezien als een bepalende factor in de partijkoers. Daarbij lijkt het conservatiefste deel van de partij, door tegenstanders aangeduid als 'sociologische Franco-aanhang',de touwtjes strak in handen te hebben. Het afgelopen jaar werden aanhangers regelmatig gemobiliseerd om in demonstraties de straat op te gaan. Samen met de Spaanse bisschoppen protesteerden ze tegen het homohuwelijk en de onderwijshervorming van het kabinet. Het parlementaire debat werd gereduceerd tot een stelselmatige afwijzing van ieder belangrijk regeringsvoorstel. Werd desondanks een wet aangenomen, dan ging de oppositie in veel gevallen in beroep bij de rechtbank in een poging de wet alsnog ongeldig te laten verklaren.

Argumenten tellen daarbij minder dan de toon. In het Spaanse parlement maken de conservatieven hun opponenten het spreken onmogelijk door luid rumoer en grappig bedoelde beledigingen. Zo was 'Officiële Onnozelaar' een van de kwalificaties van oppositieleider Rajoy voor premier Zapatero. De lokale conservatieve partijleider op de Canarische eilanden deed er nog een schepje bovenop: Zapatero was het ergste dat Spanje was overkomen sinds de mislukte couppoging in 1981. 'Tejero kwam met een pistool het parlement binnen, Zapatero met een forensentrein', aldus de leider.

Toch blijft het vooral bij politiek tromgeroffel, denkt historicus Santos Julia. De conservatieve strategie om de atmosfeer van confrontatie over te planten in de Spaanse maatschappij lijkt vooralsnog niet te lukken. 'Als het statuut van Catalonië eenmaal rond is, zal de sfeer ontspannen', zo schat hij de situatie in. De Partido Popular staat dan met lege handen. De eerste tekenen van een opstand van liberale facties tegen de haviken in de partij zijn zichtbaar. Uitgerekend de leider van de Partido Popular in Catalonië, ex-minister Josep Piqué, moest door partijleider Rajoy worden overgehaald om niet op te stappen uit onmin over de confrontatiekoers. Steeds vaker valt te horen dat de strategieniet alleen kan bestaan uit een frontale aanval. En steeds groter wordt de kans op crispación in de eigen, conservatieve gelederen.