Gestrand in opleukerij

Op het tweede perron van het Amsterdamse Centraal Station heeft heel lang een oude brievenbus gestaan, een bus als een negentiende-eeuws gebouwtje, gemaakt van gietstaal, met een dakje dat in een stompe punt toeliep, en rijk aan ornamenten. Een kleine kathedraal van de briefpost. Het ding was al buiten gebruik, het stond er voor het mooi. Het was ook mooi. Het deed denken aan de Galerij op het Frederiksplein die in 1961 is afgebroken. Dat was een daad van barbaarse vernieling. Nu staat daar De Nederlandse Bank, op de verkeerde plaats, zoals alle bankgebouwen in de binnenstad. Mooi aan de oude brievenbus op het CS was ook de kleur. Rood; zo rood als het rood van de brandweer. Beter rood bestaat niet.

Al jaren geleden, ver terug in de vorige eeuw, zijn die monumentjes vervangen door eigentijdse vormgeving. Kleine, handige bussen, twee naast elkaar voor de verschillende postcodes. Maar nog altijd rood. Toen werd door de Post een aantal bussen weggehaald. Kleine postkantoortjes werden opgeheven. Dat bevorderde de doelmatigheid, het beperkte de schade door vandalisme, het aantal overvallen liep terug, dat alles bespaarde de Post veel geld en wie een brief wilde posten moest wat langer lopen, wat weer de volksgezondheid ten goede kwam. In alle opzichten dus een win-win situatie.

Voorzover de mensen niet op e-mail zijn overgegaan, blijven ze brieven schrijven, plakken er een postzegel op en stoppen de brief in de bus, net als honderd jaar geleden. Maar ook bij de Post zitten ze niet stil. Het bedrijf reorganiseerde, de naam werd veranderd en, besloot de directie, bij een andere naam hoort een andere kleur. Na een periode van stevig vergaderen viel het besluit. Oranje! Alle brievenbussen moesten oranje worden geschilderd. En omdat ze er niet zeker van waren of deze verandering bij de klandizie wel voldoende zou opvallen, werd er wat extra publiciteit aan vastgeknoopt. Een rode brievenbus werd met militaire eer afgevoerd en een adelborst van de Koninklijke Marine postte de eerste brief in een oranje brievenbus.

Een paar praktische vragen en antwoorden. Is de postzegel goedkoper geworden? Nee. Zullen nu meer mensen brieven gaan schrijven? Nee. Komen de brieven eerder aan op de plaats van bestemming? Nee. Is oranje mooier dan rood? Dat hoort tot je persoonlijke smaak. Wat kost dat schilderwerk aan verf en manuren? Dat is een bedrijfsgeheim. Op wie worden uiteindelijk de kosten verhaald? Op de brievenschrijvers. Wie is er blij? De fabrikant van de oranje verf. De hele operatie is een schoolvoorbeeld van eigentijdse opleukerij, anders gezegd: flauwekul.

Als minister-president van zijn eerste kabinet, begin jaren tachtig, was het Ruud Lubbers opgevallen dat veel Nederlandse steden er miljoenen voor over hadden om `zichzelf op de kaart te zetten`. Als stad moest je ook toen al meerennen in de mondiale vaart. Begrijpelijk. Maar deze miljoenen waren voor het grootste deel weggegooid geld, terechtgekomen bij talentloze reclamemakers. Volgens zijn devies van no nonsense, wilde hij daar paal en perk aan stellen. Het keihard aanpakken bestond nog niet. Misschien heeft het toen een beetje geholpen. Maar al vlug was de drang tot opleuken met volle kracht terug.

Opleuken is de zich gestaag uitbreidende, origineel en komisch bedoelde rijstebrijberg waar een mens zich doorheen moet eten om zijn doel te bereiken. De rijstebrijberg is overal. Radiopresentatoren kronkelen zich in jolig gemonkel terwijl ze muziek aankondigen, op de televisiereclame is de laatste normale mens door een spastische brulgek verdrongen. Onderzoek door vakmensen leert dat het publiek van weerzin wordt vervuld bij het kijken naar de reclameblokken. Geluid af. Geef ons een zender zonder reclame. Of met andere reclame, waarin niet een als komisch bedoelde halvegare de hoofdrol opeist. Als je daarover een referendum zou houden, zou - te oordelen naar het wetenschappelijk onderzoek - op z`n minst de helft tegen het opleuken blijken te zijn. Maar geloof niet dat het helpt. Tegen dit verschijnsel is geen democratie opgewassen.

Het beste, het doorslaggevend bewijs vind ik nog altijd de nieuwe presentatie van het NOS Journaal. Ik weet dat ik er eerder over heb geschreven, ik besef ook dat het niets zal helpen. Ik voer het alleen nog eens aan als doorslaggevend bewijs. Wordt iets als nieuws beschouwd, dan hoort het als nieuws te worden gebracht, verteld, vertoond. Door alles wat je eraan toevoegt, wordt het wezen van het nieuws aangetast. Het publiek krijgt iets waarom het niet heeft gevraagd; niet een meer maar een minder. Als naast het hoofd van de nieuwslezer de aarde door bliksems wordt getroffen terwijl achter hem op de redactie personeel heen en weer loopt, besteedt de kijker minder aandacht aan de Deense cartoons. Geachte heer Laroes, neem het van mij aan. Het is niets anders dan toegevoegde barokke onzin. Niemand heeft erom gevraagd, niemand schiet er iets mee op. Schaf die rommel af.