Gemeentepolitiek door een sociale Rambo

Voor de komende verkiezingen hoeft de Utrechtse PvdA zich niet ongerust te maken. Wethouder Spekman maakte Utrecht 'de sociaalste stad van Nederland'.

In de lunchpauze van vrijdag 6 december 2002 demonstreerden vierhonderd Utrechters op het Stadhuisplein tegen de opheffing van hun ID-baan. Kantinebeheerders, conciërges, receptionisten. Het kabinet had kort daarvoor besloten te bezuinigen op gesubsidieerde arbeid.

Er hing een zenuwachtige sfeer. Een grote man in een grof gebreide trui klom op het podium. Grote stappen, schokkende schouders. 'Ik ga verzet bieden', riep hij. 'Ik ga de strijd voor jullie aan. We steken de handen uit de mouwen.'

Niene Oepkes (50), inwoonster van Utrecht, stemt vanaf haar 18de PvdA, wandelde toevallig langs en stopte. 'Dit was niet van die weke, sociale slachtoffertaal', zegt Oepkes nu. 'Ik zag voor het eerst in jaren het rode vuur weer. Wat leuk, dacht ik, dit is mijn oude PvdA.'

De man in de grof gebreide trui was Hans Spekman (39), wethouder Sociale Zaken voor de PvdA. Het jaar daarop stelde hij 6,5 miljoen euro beschikbaar om de ruim 1.400 gesubsidieerde arbeidskrachten in Utrecht nog een jaar aan het werk te kunnen houden. In 2004 nog eens 9,5 miljoen euro om van ID-banen gewone banen te maken. 'Spekman is een realist', zegt Halbe Zijlstra, fractieleider van de VVD. 'Hij heeft in Utrecht afgerekend met de pamper-PvdA.'

De afgelopen vijf jaar had Utrecht volgens het regeerakkoord moeten bezuinigen op de armoedebestrijding, maar Spekman gaf 2,5 miljoen euro uit aan extra voorzieningen voor de minima, zoals gratis openbaar vervoer en een tandartsverzekering. Hij hielp de helft van de gesubsidieerde werknemers aan een baan, hij zorgde voor een onderkomen voor verslaafde zwervers, hij ving 350 jonge uitgeprocedeerde asielzoekers op en hield de tippelzone open met een vergunningenstelsel voor heroïneprostituees. Sociale Rambo noemen ze Spekman in Utrecht.

Het rijtje klinkt als ouderwets dure, sociaal-democratische gemeentepolitiek, maar Spekman kreeg voor al zijn voorstellen de steun van álle partijen in de gemeenteraad. En uit de onderzoeken die steeds worden gedaan, blijkt dat de verslaafden beter aan hun gezondheid denken, dat de bezoekers van Hoog Catharijne zich 27 procent veiliger voelen. En, zo blijkt uit de Sociale monitor die deze week verscheen, dat Utrechters over het algemeen zelfredzaam zijn en goed rond kunnen komen.

'Hij heeft een zacht gezicht', zegt Marry Mos, fractielid van de grootste oppositiepartij GroenLinks. 'En hij heeft een hard gezicht.' In 2004 strafte Utrecht als eerste gemeente in Nederland bijstandsfraude af: wie een dubbele uitkering ontving of verzwegen spaargeld bezat, kon geen aanspraak maken op bijstand. Spaarrekeningen werden geblokkeerd. De actie leverde de gemeente 2,6 miljoen euro op, die aan armoedebestrijding werd besteed.

'Utrecht is de sociaalste stad van Nederland', zegt VVD'er Zijlstra. 'Socialer dan Nijmegen waar én GroenLinks én de PvdA én de SP in het college zitten.' 'Soms is Spekman té hard', vindt Marry Mos. 'Hij heeft bepaald dat een bijstandstrekker die agressief optreedt bij de Sociale Dienst gekort wordt op zijn uitkering. Dat vind ik onrechtvaardig en oncontroleerbaar.'

In de werkkamer van Spekman hangt een rood met goud linnen SDAP-vaandel uit 1910. Het is het vaandel van zijn opa, Manus Spekman, timmerman en oprichter van de afdeling Zevenhuizen, een dorpje nabij Rotterdam.

Ook wethouder Spekman groeide op in Zevenhuizen, als jongste van vier kinderen. In eenvoud, benadrukt hij. Zijn moeder kreeg voor haar huwelijk een kunstgebit. 'Dat was een statussymbool voor arme mensen', zegt Spekman. Zijn vader overleed aan longkanker toen Spekman een jaar oud was. 'Mijn moeder kreeg alleen weduwepensioen. Zelf kocht ze nooit kleren, ze zette alles opzij voor de kinderen. Ik kon op voetballen en ik kon studeren. Ze geloofde in de vooruitgang. Ze geloofde dat wij het beter konden hebben, dat we konden opklimmen.'

Toen hij zeventien jaar oud was, kwam Spekman in Utrecht wonen. Hij studeerde milieukunde en vulde als sociaal raadsman bij het welzijnswerk bijstandsformulieren in voor Utrechtse werklozen. In die tijd kon je een uitkering aanvragen, maar er bestonden geen bijzondere voorzieningen.

In januari 2001 werd Spekman wethouder, na vervroegde verkiezingen als gevolg van de aansluiting van Vleuten/De Meern bij Utrecht. Zijn eerste wens: dat alleenstaanden die van zevenhonderd euro per maand rond moeten komen, nooit meer toeslagen zouden hoeven aanvragen. Alles waar zij recht op hebben - huursubsidie, verzekeringen, sportclubs voor kinderen - wordt hun voortaan automatisch aangeboden. De hele gemeenteraad stemde daarmee in.

Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat bejaarden in Utrecht dankzij inkomensondersteuning meer te besteden hebben dan in tien andere grote steden in Nederland. 'Mensen moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen, maar je moet ze wel iets aanbieden. Je moet ze belonen, anders wenden ze zich van je af. Als je daklozen en uitgeprocedeerde asielzoekers een onderkomen geeft, breng je rust in de stad. Als je Marokkaanse jongens een voetbalveld geeft, breng je rust in de wijk. Als je heroïneprostituees een goede afwerkplaats geeft, blijven de concurrenten weg en beperk je de verbreiding van geslachtsziektes. Ik zie dat de wil om vooruit te komen toeneemt.'

Die tactiek staat volgens Spekman haaks op het beleid van het kabinet-Balkenende. 'De sociale infrastructuur wordt afgebroken onder het motto: maak het de mensen zwaar, dan gaan ze vanzelf werken. Maak het de asielzoekers zwaar, dan laten ze dat in hun landen van herkomst weten en komt er niemand meer. Het is de tactiek van de verschroeide aarde. Ik geloof nog steeds in solidariteit tussen mensen die het treffen en die het morgen even niet treffen. Dit kabinet ondermijnt die solidariteit. Luiheid. Korten op huursubsidie in plaats van de uitkeringsfraude aanpakken. Zo valt het draagvlak weg. Dat ergert me.'

Spekman is kandidaat-fractielid voor de PvdA bij de Tweede-Kamerverkiezingen volgend jaar. Hij vindt de oppositie van zijn partij nu 'te mager'. 'Het zit in de woorden - die zijn te keurig. Ik sta nu midden in het probleem van de armoede, zij niet. Dat dubbele mechanisme ontbreekt. Ik weet nog hoe mijn moeder salonsocialisten het huis uitzette. Ze was een lieve vrouw, maar ze had een hekel aan mensen die over armoede spraken, terwijl ze er niets vanaf wisten. Je moet je altijd afvragen: wat betekent het voor Jan en Mien?'

Het gaat niet met iedereen goed in Utrecht. Turken en Marokkanen in de wijken Overvecht en Kanaleneiland hebben vaker psychische problemen en voelen zich 'niet geaccepteerd in de maatschappij', zo blijkt uit de Sociale monitor. 'Het vooruitgangsgeloof van mijn moeder ontbreekt vaak in die gezinnen', zegt Spekman. 'Ze sturen hun gespaarde geld naar familie in Marokko of Turkije. Ik zou willen dat ze het aan hun kinderen besteden, die moeten nu een beroep doen op sportfondsen om te kunnen voetballen. Ze kiezen niet voor het kind. Waarom niet, vraag ik ze. 'Omdat het in Marokko nog armer is dan hier', zeggen ze dan. 'Omdat het leven in Nederland een voorlopig leven is'. Voor de kinderen is het leven hier niet voorlopig. Ze zetten hun eigen kinderen op achterstand.'